Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Braken


Iedere hondenliefhebber heeft wel eens meegemaakt, dat z'n hond de hele maaginhoud op de grond deponeerde en als regel sta je daar een beetje vies bij te kijken. Het onderwerp van dit stukje is niet zo plezierig, maar het komt wel vaak voor. Het braken - teruggeven van voedsel, is bij de hond een normaal verschijnsel en het kan voor hem of haar zelfs plezierig zijn. Voor teven is het soms zelfs één van de meest elementaire reacties, wanneer zij gedeeltelijk verteerd voedsel terug geeft, om haar pups te voeden, wanneer de moedermelk opraakt. Honden eten vaak om hun eigenaren een plezier te doen of om te voorkomen, dat een soortgenoot met de buit gaat strijken. Dit voedsel gaat vaak niet verder dan het begin van de slokdarm, het bereikt zelden of nooit de maag. Dit wordt dan heel snel uitgebraakt, want het geeft irritatie en de hond wil dit weer kwijt.

Wanneer dit af en toe gebeurt en het dier geeft alleen voedsel terug en geen maagsappen, dan is dit ongetwijfeld ergerlijk, maar het doet het dier geen kwaad. Hij moet natuurlijk wel voldoende voedsel verteren om zijn lichaamsgewicht en energie te handhaven. Iedere volwassen hond kent de bijzondere grassoort, waarvan de opgegeten delen binnen enkele minuten tot braken leiden. Andere grassoorten worden goed verteerd, vooral in de lente.

Na het eten van bedorven voedsel, of ook wel domweg na teveel eten, gaat de hond braken en dit braaksel is gemakkelijk te herkennen (de stukken pens of vlees zitten er nog in), het is omgeven door slijm en water. Het braaksel heeft een kenmerkende geur - is zurig - een beetje afhankelijk van de tijd, dat het in de maag heeft gezeten. Een hond, die al zijn voedsel teruggeeft, maar daarbij voldoende water drinkt, verliest toch te veel van zijn lichaamsvocht. Hij kan door uitdroging dood gaan. Er wordt aangeraden per uur 50 cc water te geven, dag en nacht door. Grote hoeveelheden water tegelijk moeten worden vermeden.

Wanneer het door de mond niet lukt, kan de dierenarts een infuus geven. Het beginnende braken kan een uiting zijn van veel verschillende aandoeningen. Vergiftiging is er één van.

Andere oorzaken: de verschillende soorten hondeziekten. Bij de teef een baarmoederontsteking. Bij de oudere hond kunnen gezwellen in de maag of het darmstelsel aanleiding tot braken zijn; dit gaat nogal eens samen met de achteruitgang van lever- of nierfuncties. Een opgegeten vreemd lichaam (een steen b.v.) welke in de keel is blijven zitten, laat de hond direkt braken. Een dierenarts vertelde eens, hoe hij een open borstkastoperatie moest toepassen op een pup van 6 weken, omdat ze kleine botsplinters in de luchtpijp had zitten. Jonge dieren verliezen snel hun conditie - zelfs een dag zonder voedsel zal een zichtbare achteruitgang bij de babyhond laten zien.

Een paar rassen kunnen te maken hebben met aangeboren neiging tot verlamming van slokdarm en keel. Het voedsel wordt direct weer teruggeven. Soms komt het spontaan weer in orde. Deze honden zijn geweldig geholpen, wanneer het voedsel op een verhoging gezet wordt, zodat ze hun hoofd niet hoeven te buigen. Voor alle rassen lijkt het prettig hun voedsel te kunnen nuttigen door de etensbak op de juiste hoogte te plaatsen. Oudere en zieke honden laten vaak als verschijnsel zien dat ze hun hoofd niet naar de grond willen buigen om te eten. Soms willen ze hun nek in het geheel niet buigen. Hulp van de baas maakt dan veel goed.

Een verstopping in de plylorus, de afsluiting van de maaguitgang, is een aangeboren afwijking, die ontstaat door een overontwikkeling van de spier. Wanneer dit in ernstige mate bestaat, pulorusstenose, dan kan er alleen maar vocht naar de darm. Het komt vaker voor, dat het dunne voedsel wel kan passeren, maar de meer vaste produkten worden dan op een heel kenmerkende manier uitgebraakt; als een kogel wordt het uitgespuugd en belandt een flink stuk voor het dier op de grond, altijd een poosje na het eten. Deze narigheid begint nogal eens wanneer de jonge hond in zijn nieuwe tehuis is gekomen. Hij krijgt grotere en vastere porties voedsel en hij of zij eet alleen. Het braken wordt dan gelukkig snel opgemerkt. Pups met deze afwijking hebben honger en willen graag eten. De toestand zal zich echter herhalen.

Met een operatie kan het euvel verholpen worden, zeker wanneer men het spoedig onderkent en de hond in goede conditie is. Wanneer men er niets aan doet, blijft de hond mager en uitgedroogd en zal niet groeien. Wanneer een brakende pup ook geen ontlasting heeft, dan kan men aan een darmafsluiting denken.

Het beste kan dan een röntgenfoto gemaakt worden van de buik, zodat men de plaats van de afsluiting kan bepalen. Een gerichte operatie kan dan plaats vinden. Wanneer een hond een naald of spijker naar binnen gekregen heeft, moet men die 2 à 3 dagen later in de ontlasting tegenkomen. Wanneer ze door de darmwand prikken, is dit een zeer ernstige aandoening en kan het dier ook veel pijn geven. Het wel willen, maar niet kunnen braken komt ook voor, bijvoorbeeld bij maagkanteling. Het is één van de tekenen waarop men direct in moet spelen; de hond doet pogingen om over te geven, kan dit niet en zijn buik zet flink en snel op. Nooit braakmiddelen geven, dit kan een dodelijke uitwerking hebben!

Het overgeven bij wagenziekte is erg bekend. In ca. 10% van de gevallen, waarbij de hond ziek wordt onder het rijden, speelt een aangeboren component mee. Het zijn meestal honden met een erg gevoelige maag. Ze kunnen slecht dieetwisseling verdragen en zijn erg kieskeurig. De remedie tegen wagenziekte? Men heeft van alles geprobeerd, tot kalmeringsmiddelen toe, maar de meeste honden groeien er doorheen zonder enige hulp van medicijnen.

Men kan de hond het beste langzaam aan het autorijden wennen door korte, plezierig eindigende ritjes te maken en voorzichtig om de hoeken te rijden. Wanneer de hond ieder ogenblik in de bocht uit de bocht vliegt, went het nooit. Erg belangrijk: neem de hond mee met een lege maag, hij of zij kan de, hele dag nog eten.