Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - De staart


Het loont de moeite om eens onder de staart te kijken. Als honden elkaar tegenkomen, zoeken ze bij elkaar direct dat gebied op. Kennelijk is het voor hen een interessant gebied. Dat klopt ook, want het is een geurig deel van het lichaam. Nu is het niet mijn bedoeling u uw neus te laten steken in dit deel van het hondelijf, maar het is wel uw kijken aandacht waard. Er kunnen zich onder de staart afwijkingen van het normale voordoen, die belangrijk genoeg zijn om op te merken.

Eeen klierig deel

Rondom de anus bevinden zich bij de hond een aantal kliertjes. Deze produceren verschillende stoffen met elk een aparte functie. Bovendien produceren ze in geringe mate bepaalde geurstoffen. De geurstoffen worden slechts in zeer beperkte mate aangemaakt. We spreken wel van feromonen, waarmee we aanduiden, dat de hoeveelheid geurstoffen zodanig is, dat we als mens de geuren niet kunnen ruiken, noch een onderzoek kunnen doen naar de aard en de scheikundige samenstelling. De hond heeft evenwel een zeer sterk ontwikkeld reukvermogen en ruikt de geurzwemen wel.

De rol van de staart

Deze fenomonen worden constant geproduceerd en komen vrij van het lichaam in de open lucht. Andere honden ruiken de geur en herkennen de aanwezigheid van een soortgenoot.

Nu zijn sommige honden bang voor hun soortgenoten. Het liefst zouden zij dan ook geen geurstoffen afscheiden. Om dat tegen te gaan drukken zij hun staart tegen de anus. De staartpunt bevindt zich dan ergens onder de buik. Andere honden maakt het niets uit of zij hun aanwezigheid verraden of niet, zodat zij voortdurend de staart van het lichaam houden. Sommige honden zijn doldriest en willen iedereen laten merken, dat ze er zijn. Zij gaan hun staart snel bewegen, opdat de geurstoffen zich sneller en ruimer verspreiden.

Wij denken, dat dit kwispelen een teken van blijdschap is en in zekere mate is dat ook wel zo. We dienen er echter wel een iets andere betekenis aan te hechten dan een simpele blijdschap. Wanneer we na een korte of lange afwezigheid onze hond weer ontmoeten, voelt de hond zich weer geborgen in de veiligheid die wij als roedelleider met ons meedragen. Aan ons gezag ontleent hij zijn durf. Als hij wordt aangevallen door een andere hond, weet hij zich beschermd door ons. Dus kwispelt hij met zijn staart, en zal door onze aanwezigheid geen hond zich in de nabijheid wagen.

Anaalklieren

We kunnen rond de anus een drietal soorten klieren onderscheiden. Aan het eind van de endeldarm, dus nog niet binnen de anus, liggen in de darmwand de anaalkliertjes. Ze produceren een slijmerig vocht. Als door het samentrekken van de darm de ontlasting naar buiten wordt geschoven, zorgt dit slijm voor een soepel glijden. Bij sommige honden wordt erg veel van dit slijm geproduceerd. We zien dan ook wel, dat er na de ontlasting nog een klein druppeltje slijm te voorschijn komt.

Juist buiten de anus, in het onbehaarde deel van de huid, bevinden zich de circumanaalklieren. Deze kliertjes produceren een talgprodukt, dat de onbehaarde; en dus weinig beschermde; huid soepel en zacht moet houden. Tenslotte liggen er onder de anus, een beetje meer het lichaam in, twee zogenaamde anaalzakjes. De openingen kunnen we wel zien, zeker als we de anuswal wat naar buiten opendraaien. In vergelijking met de klok zien we deze uitmondingen op vijf en zeven uur. Deze anaalzakjes geven nogal eens problemen, reden om ze eens wat nader te bestuderen.

De stinkklier

In de wand van de anaalzakjes bevinden zich de kleine kliertjes, die voortdurend een smerig stinkend vocht afscheiden. Dit stinkende goedje wordt in de zakjes opgeslagen voor de tijd, dat de hond dit spulletje nodig heeft. In feite zijn deze anaalzakkliertjes stinkklieren en het vocht kan uit de zakjes geknepen worden als de hond in gevaar komt. Met andere woorden: de functie van de anaalzakjes is dus precies dezelfde als de stinkklieren van de skunk, de bunzing etc. Nu heeft de gedomesticeerde hond geen natuurlijke vijanden meer, zodat er voor hem geen aanleiding is om de anaalzakjes leeg te knijpen. En dat is nu juist het begin van alle ellende.

Overvulling-ontsteking

De kliertjes blijven doorproduceren. Zij houden niet op met de aanmaak van hun stinkstoffen als de zakjes volledig gevuld zijn. Er ontstaat in eerste instantie dus een overvulling. Om er nog een beetje meer in te stoppen, passen de kliertjes een klein trucje toe. Ze onttrekken wat vocht van het natte goedje, zodat de inhoud geconcentreerder wordt. Die concentratievergroting levert ten slotte een korrelige massa op waarbij er nog maar een klein beetje water aanwezig is. Die korreltjes irriteren de wand van de anaalzakjes. De hond heeft hier last van en probeert er iets aan te doen. Hij gaat onder zijn staart likken. Als dat geen opluchting brengt, gaat hij zijn anus over de grond trekken. Hij plaatst zich op zijn achterste, tilt zijn achterbenen in de lucht en trekt zich middels zijn voorpoten vooruit. We noemen dit "sleetje rijden". Overigens kan dit sleetje rijden ook door andere oorzaken teweeg worden gebracht, zoals aanklevende ontlasting, onverteerde grassprieten die voor een deel uit de darm hangen, lintworm geledingen, wondjes enz. Om er achter te komen wat er precies aan de hand is, zult u dus echt de staart op moeten tillen en kijken. In geval van een anaalzak overvulling, zult u dan aan weerszijde van de anus kleine bobbeltjes kunnen zien. Zodra u dat in de gaten krijgt, dient u ze leeg te (laten) knijpen. Gebeurt dit niet, dan kunnen er complicaties optreden. Door het geschuur over de grond raken de uitmondingen van de zakjes beschadigd. Er kunnen nu bacteriën naar binnen dringen, die in de anaalzakjes een fikse ontsteking veroorzaken.

Nu is een behandeling voor uw dierenarts dringend nodig. Ten eerste heeft uw hond er danig last van en ten tweede kan er een fistel ontstaan. Zo'n twee à drie centimeter onder de anus ziet u dan in- eens een gat ontstaan, waaruit dan anaalzak inhoud en de etter naar buiten druipt. Dat stinkt des te meer, is onhygiënisch en bovendien heeft de genezing van zo n fistel veel meer tijd nodig dan de genezing van een ontsteking.

Eeen kale rug

Een van de veel voorkomende bijverschijnselen van een anaalzak klierontsteking is een kale rug. De honden hebben het niet meer van de jeuk en gaan zich schuren, waar ze zich maar schuren kunnen. Ook op hun rug, meestal zo boven op het kruis. Juist deze plek wordt ook kaalgeschuurd bij de aanwezigheid van vlooien.

Ziet u bij uw hond een kale rug; en sommige honden schuren hun rug in een luttel aantal uren helemaal kapot; dan dient u niet alleen op zoek te gaan naar vlooien, maar moet u ook kijken, hoe het er met de anaalzakjes voorstaat.

Vaker dan u denkt, zult u overvulde of ontstoken anaalzakjes aantreffen, die een adequate behandeling van een dierenarts nodig hebben. Ik schat dat toch zeker 60 tot 70% van onze honden met min of meer overvulde anaalzakjes rondloopt.

Opereren

Het is zeer goed mogelijk om de anaalzakjes door een operatieve ingreep te verwijderen. U begrijpt dat de hond dan nooit meer last zal hebben van de zakjes. Persoonlijk houd ik er niet van om een operatieve ingreep te verrichten zolang je met medicamenteuze behandeling een goede genezing kunt bereiken. Door deze opvatting komen alleen honden voor een operatie in aanmerking die telkens weer opnieuw last hebben van een terugkerende ontsteking.

Andere dierenartsen kunnen aanbevelen om zo snel mogelijk een operatie uit te voeren en zullen wijzen op het feit, dat de hond dan nooit meer ongerief zal ondervinden van zijn anaalzakjes. In overleg met uw dierenarts zult u ongetwijfeld tot een goede oplossing komen.

R. v.d. Molen, dierenarts.