Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Diarreeproblemen veroorzaakt door virussen bij honden


Aan diarreeproblemen bij honden kunnen meerdere oorzaken ten grondslag liggen: virussen, bacteriën, schimmels, aandoeningen van de alvleesklier, onjuiste samenstelling van het dieet, enz.

In dit artikel wordt ingegaan op twee virusinfecties die bij diarreeproblemen een belangrijke rol kunnen spelen: het parvovirus en het coronavirus. Daarnaast kan bij honden het rotavirus worden aangetoond, doch dit virus lijkt vooralsnog bij honden geen belangrijke oorzaak van diarree te zijn. Het belang van het parvovirus, als oorzaak van maag-darmaandoeningen en sterfte bij gevoelige honden, is inmiddels een ieder bekend.

Dat coronavirussen een rol kunnen spelen bij diarreeproblemen is veel minder bekend, echter in Amerika wordt het coronavirus na het parvovirus als de belangrijkste virale diarree-oorzaak beschouwd. Recent onderzoek in Nederland heeft aangetoond dat er een duidelijke toename in het percentage coronavirus-infecties bij honden kon worden vastgesteld.

In 1980 werden bij 15% van de onderzochte honden afweerstoffen tegen coronavirus aangetoond, in 1987 bedroeg dit percentage al 60% (Osterhaus). Hoewel het coronavirus een minder ernstig ziektebeeld veroorzaakt dan het parvovirus is inmiddels wel duidelijk geworden dat vooral gevoelige pups aan deze infectie en eventueel daarop volgende (bacteriële) infecties kunnen sterven. Tevens is aangetoond dat parvo- en coronainfecties tegelijkertijd in een hond kunnen voorkomen. Hoewel er verschillen bestaan in het symptomenbeleid, is het niet in alle gevallen mogelijk, op grond van deze verschillen de oorzaak van het diarreeprobleem vast te stellen, en zal bloedonderzoek en/of laboratoriumonderzoek noodzakelijk zijn.

Nader onderzoek is zeker gewenst als ondanks een goed vaccinatieschema tegen parvo, diarreeproblemen blijven bestaan of ineens optreden. Enig houwvast bij het vaststellen van de oorzaak kunnen de volgende verschijnselen bieden:

Bacteriële infecties kunnen het ziektebeeld verergeren. Bij beide ziekten is het belangrijk goede hygiënische maatregelen te nemen, hoewel daarmee het optreden van deze ziekten niet lijkt te worden voorkomen. Te denken valt aan afzondering van teven met pups, scheiding van jonge en oude honden, het regelmatig reinigen en ontsmetten van de ruimte(n) waarin de dieren worden gehouden, en het vermijden van contact met besmette honden en plaatsen waar besmette honden zijn geweest. Gezien de enorme hoeveelheid virus die door zieke dieren wordt uitgescheiden en de langdurige aanwezigheid van vooral het parvovirus in het milieu biedt bovenstaande onvoldoende garantie om ziekteproblemen te voorkomen. Bovendien is parvovirus resistent tegen vele desinfectantia. Daarnaast is een goede verzorging belangrijk, immers zieke of verzwakte dieren zullen meer ernstiger te lijden hebben van genoemde virusinfecties. De belangrijkste methode om beide virusinfecties te voorkomen is de hond te laten vaccineren (= inenten), hoewel de resultaten van vaccinaties, zonder toepassing van eerder genoemde voorbehoedende maatregelen, tot teleurstelling kunnen leiden.

VACCINATIES

Besproken worden de vaccinatie tegen parvo-infecties, voor corona geldt ongeveer hetzelfde.

Door een teef kort voor de dekking te vaccineren, worden enerzijds nadelige effecten van een vaccinatie tijdens de dracht voorkomen terwijl anderzijds via de moedermelk veel afweerstoffen (en dus bescherming) aan de pup worden meegegeven. Deze afweerstoffen zorgen voor bescherming tegen parvo-infecties gedurende de eerste levensweken.

Het moment waarop vaccinatie het best kan plaatsvinden hangt af van meerdere omstandigheden:

Welke mogelijkheden zijn er om op betrouwbare wijze, het vaccinatie-tijdstip vast te stellen.

Door de keuze van de juiste vaccins en het toepassen van deze vaccins op de juiste momenten zal uw (huis)dier maximaal beschermd zijn tegen parvo en andere nare ziekten.

Drs. J C. A. Vernooij, dierenarts werkzaam bij Gist-brocades Animal Health, De Bilt.