Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Apporteren


Een belangrijk onderdeel bij onze africhting is het apporteren. Hierbij kunnen veel punten worden verdiend, of, .....worden verloren. Als een hond niet apporteert, dan is het practisch niet mogelijk dat hij afdeling B met voldoende afsluit. Vaak schort er dan nog veel meer aan.

Omdat apporteren begint bij een goede opbouw, is het, denk ik, verstandig eerst na te denken over de vraag: Waarom apporteert een hond? Immers, als u bij uw training een uitgangspunt neemt, wat aansluit bij zijn natuurlijke driften, dan hebt u meteen al een goede basis. En, omgekeerd, gaat u in tegen de natuur, het instinkt van het dier, dan zult u nooit een goed apporterende hond krijgen en hebt u kans, dat U hem grondig vernielt. Alles wat in het begin van de opleiding fout gaat, krijgt u later met rente terug.

Globaal kan gesteld worden, dat niet één bepaalde exclusieve drift verantwoordelijk is voor het totaal van de apporteeroefening.

Motivatie

De motivaties van de hond liggen verankerd in een beetje van dit en een beetje van dat. Enkele belangrijke zijn m.i.:

Erfelijke aanleg

Om met de erfelijke aanleg te beginnen. De ene hond apporteert zomaar en bij de andere kost het een heleboel moeite. En dan komt pas de geleider. Wat doet U met Uw hond? Haalt U zijn talent naar voren of boort U de hond de grond in? Bij een hond zonder veel aanleg is de geleider nog veel belangrijker. Daar moet de geleider ook veel meer doen. Maar ook die honden zijn uitmuntend aan het apporteren te krijgen.

Buitdrift

Ten dele. Het vastpakken van het blok. De hond wordt goed gek gemaakt op het blok. Dat moet hij beschouwen als zijn buit. Komt U dat bekend voor? En het afgeven dan? Brengen en afgeven van buit vindt de hond niet leuk. Het kan zelfs voor komen dat de hond het blok met geen mogelijkheid na het brengen wil loslaten. Toch wel een beetje buitdrift, maar niet teveel.

Speeldrift

De hond brengt graag een balletje of stokje naar het baasje of bazinnetje. Vooral als uitnodiging voor een weggooi en haalspelletje. De hond kan dan fijn rennen totdat hij geen zin meer heeft of iets ziet wat nog interessanter is. Weg is de basis van apporteren. Afleiding is er op een examen vaak te over. U kunt dan niets meer doen als de hond eigenwijs bij het blok het publiek gaat staan bekijken. Inwendig doet u hem dan wel vaak de vreselijkste dingen aan, maar uw basis was te smal. Dus wel plezier, maar geen spelletje.

Jachtdrift

Eigenlijk gekombineerd met buitdrift. Een wegvluchtende buit, daar jagen ze graag achteraan als uitgangspunt voor halen en pakken. Maar apporteren is veel meer een breng en afgeef oefening. Dat halen doen ze vaak wel en graag, maar brengen en afgeven komt nog.

Dwang

Gedoseerd en normaal. Gewoon als leerproces en pas als U in staat bent over te brengen wat U wilt. Met grove middelen een hond die nergens van weet proberen in zeer korte tijd het apporteren bij te brengen verknoeit hem. Hij zal dan misschien de minimum punten halen maar is dat dan ons doel? Het plezier, de uitstraling, de snelheid, de baas/hond verhouding, dat is toch veel wezenlijker bij de africhting. Toch dwang! De hond moet, maar pas als hij weet wat er verlangt wordt en als hij gedurende het leerproces eens niet wil. En de dwang mag nooit de hond vernielen. Dus de basis moet door prijzen en belonen steeds weer het goede nadrukkelijke onderstrepen.

(Noot van de redaktie: Schrijver van dit artikel stelt dat de buit- en jachtdrift naast de erfelijke aanleg bestaat als motivatie van het apporteren. Is het niet zo dat met name een drift als buitdrift zelf een erfelijke eigenschap is die door ons wordt gericht op het apporteren.

Bepaalt hierbij de erfelijke aanleg niet in hoeverre het milieu van invloed kan zijn, d.w.z. wat wordt het rendement van de training).

Na dus even gefilosofeerd te hebben bij motieven en instinkten gaan we naar de handeling zelf.

Handeling

Het apporteren bestaat uit een aantal verschillende handelingen, die samen de perfecte oefening vormen. Al die verschillende handelingen traint U afzonderlijk. Vaak zonder specifiek U te realiseren wat U allemaal doet.

Het ophalen van het blok.

Op een examen of wedstrijd moet dat correct gedaan worden. De hond gek maken op het blok mag niet meer. Dat moet U al getraind hebben. Dus de hond om U heen laten springen en het blok in de bek duwen en daar aan rukken en trekken is uit den boze. U gebruikt daar overigens speel- en buitdrift.

Dan innemen van de grondpositie. Het klinkt zo simpel en eenvoudig, maar helaas nog veel te vaak wordt dat niet correct gedaan: Hond gaat niet automatisch zitten. Baas verplaatst zich nog maar eens even. Hond zit te blaffen etc. etc, Het is een hele simpele handeling, maar ook een gemakkelijke prestatie moet geoefend worden.

Blok gooien. Gemakkelijk? Ja, natuurlijk is dat gemakkelijk. Toch zie je op examens soms de meest vreemde capriolen. Ik noem enkele. Geleider verplaatst zich tijdens gooien. Geleider gooit blok practisch recht omhoog, (Waar zou het neerkomen denkt U?) Hond blijft niet of niet goed zitten tijdens het gooien. Blok wordt te dichtbij gegooid. Blok wordt te ver weggegooid. En zoals zo vaak ook het dichtbij of ver weggooien van het blok heeft een reden. Blok rolt nog en hond krijgt al commando apport.

Tijdens gooien wordt de hond vastgehouden. Wordt als het ware gelanceerd door geleider naar het blok toe.

Dit was eigenlijk nog allemaal actie van de geleider. Als voor bovenstaande situaties punten verloren gaan, dan kan in het algemeen de geleider zich dat aantrekken.

Apport

Nu naar de eigenlijke handeling het apporteren. De geleider geeft het commando apport. Wat doet de hond dan? Er zijn honden die blijven gewoon zitten. Die snappen dus duidelijk het commando niet. Pas als de baas iets van, toe maar roept en met de arm wijst naar het blok, gaat hij naar het blok.

Het tempo over dat stukje naar het blok varieert van hond tot hond. Het opnemen varieert ook. Honden die traag en onwillig opnemen. Honden die zeer snel blok voorbij vliegen en dan omdraaien en opnemen, Honden die opnemen, laten vallen en weer en beter opnemen. Honden die spelen met het blok en er mee "voetballen". Al die verschillende wijzen van blokbehandeling zijn terug te voeren tot de uitgangspunten bij de opbouw van de oefening. Speeldrift, buitdrift, dwang, jachtdrift, goede baas/hond combinatie, alles is meer of minder duidelijk herkenbaar.

Het terugkomen met het blok is nu aangebroken. Weer veel variatie. Traag, snel, speels, onwillig, slaafs, knagend, blok laten vallen, halverwege zielig blijven staan. En dan is tevens waar te nemen hoe de geleider op het doen van zijn hond reageert.

Dan naar het voorzitten. Echt dat mooie dicht vóórzitten en blok zonder knagen aanbieden aan geleider zie je niet zo vaak. Traag en ver wegblijven en scheef gaan zitten. Eerst tegen geleider aanploffen en dan gaan zitten. Inwerking door geleider met lichaam en stem en handen.

Afnemen van het blok. Honden, die als de baas z'n hand uitsteekt nog net het blok laten vallen. Honden die in het blok vastbijten en nooit los willen laten. Gemakkelijk en soepel afnemen van blok moet mogelijk zijn. Ook hier weer, hoe is de oefening opgebouwd. Dan tot slot:

Het aan de voet gaan. Als dan alles geweest is en de baas houdt het blok correct naast zich, dan moet het commando "voet" ook nog snel en correct worden uitgevoerd. Dit heeft met het apporteren op zich niets te maken, maar hoort wel bij de apporteeroefening.

Aanleg

Tot nu toe heb ik geschetst welke driften en motivaties er aan de basis van het apporteergebeuren kunnen liggen. Verder is aangegeven uit welke handelingen een apporteeroefening bestaat. Om nu een goede apporteeroefening in de praktijk op te bouwen, is het verstandig dat U optimaal gebruik maakt van de aanleg van Uw hond. Daarvoor moet U hem kennen. U moet de driften, dus de aard van uw dier goed inschatten.

Dan het tijdstip waarop U begint met de hond echt de oefening te laten uitvoeren. Daaraan gaat een periode vooraf. Immers, algemeen appèl hoeft U niet samen met een apporteeroefening in te studeren. Algemeen appèl is bijvoorbeeld het innemen van een grondpositie; het gooien van het blok waarbij de hond netjes moet blijven zitten; het voorzitten; het uitvoeren van het commando voet. Dat zijn allemaal handelingen die wel in de apporteeroefening thuis horen, maar met de essentie van de oefening niets te maken hebben. De apporteeroefening is in wezen niets anders dan een voorwerp brengen naar de baas.

Met opzet heb ik het halen overgeslagen. Een hond die snel naar het apporteerblok loopt en er mee aan de haal gaat, apporteert niet.

M.i. is dus het brengen de essentie van de oefening.

Voordat de hond gaat brengen, moet hij eerst het blok in de bek willen nemen.

Basis

En nu komt de baas en de aanleg van de hond om de hoek kijken. Als u kunt overbrengen, dat hij, omdat u dat wilt, een blok moet aanpakken en vasthouden, dan hebt U in wezen de basis gelegd voor het apporteren.

Als U op het veld uw hond een blok voor houdt en daarbij het commando "vast" geeft, wat denkt U, zal hij dan het blok vastpakken? Verbazingwekkend genoeg zijn er honden die dat doen. Er zijn ook honden, die kwispelend niets doen. Maar ook honden die de kop afdraaien van het blok en er zelfs niet naar willen kijken. Het is nu aan U te herkennen wat voor soort hond naast U zit en over te brengen wat U wilt. Daarbij is het voor ons mensen goed ons te realiseren dat als u met zo'n handeling begint te oefenen, de hond niet begrijpt wat er van hem verlangd wordt. Dus u moet op een of andere manier overbrengen wat U bedoelt met het commando vast. Als hij het blok vastpakt uit zichzelf, moet U hem tijdens die handeling prijzen en door herhalen leren wat U met vast bedoelt.

Als hij niet wil of niet begrijpt wat U bedoeld, moet U als het ware de handeling aan hem uitleggen. Dan bijvoorbeeld door z'n bek te openen met uw hand en met de andere hand het blok erin leggen onder voortdurend aanmoedigend gepraat van braaf, "vast" braaf etc.

Zodra hij het blok vast heeft, moet hij leren, dat alleen het commando los van zijn baas hem toestemming geeft het blok los te laten. Alle andere eigenmachtige handelingen van de hond zijn verboden.

Praktijk

Nu moet weer de praktijk uitwijzen hoe U moet trainen. Dus weer moet U, wellicht samen met uw instructeur, kunnen inschatten hoe U bij Uw eigen hond deze het begrip voor deze in wezen simpele handeling moet bijbrengen.

Het "vast" moet U oefenen, totdat hij dit snapt en wil doen. Nu komt de fase waarin uw viervoeter het blok moet brengen. U houdt het blok aan hem voor en geeft het commando "vast". Hap, zegt de hond en pakt het blok. Nu doet U één stap achteruit en lokt hem naar u toe. Hij moet daarbij het blok vasthouden. Omdat U zo dicht bij hem staat, kunt U met Uw handen, bijvoorbeeld onder z'n bek voorkomen dat hij het blok laat vallen.

Als de hond één keer op Uw commando het blok vast wil pakken en vasthouden en die ene stap naar U toe wil komen, zonder het blok los te laten, dan zit de basis van het apporteren erin. Nu zou U aan het eind van dit artikel kunnen zeggen: "was al dat gepraat over motivaties nu noodzakelijk?" Mijn antwoord: "JA". Want bij het simpele leren van het blok vasthouden en die ene stap naar U toe komen moet U weten waar U mee bezig bent. Daar ligt de basis van een prima apporteeroefening of het compleet met de hond de mist ingaan. En als de geleider nog niet direct weet met wat voor hond er gewerkt wordt, dan is dat geen ramp. Immers, zijn capabele instructeur moet door de ervaring die deze in de africhting heeft, wel in staat zijn te herkennen wat voor dier er op het veld staat en wat voor combinatie er instructie moet hebben.

Verhouding

Als alles onderkend wordt en technieken worden goed toegepast, dan kan ik U garanderen dat iedere hond gaat apporteren. Als U nu alles goed gelezen hebt, is het wellicht ook duidelijk geworden dat ons V.H. africhtingsregelement niet een verzameling los van elkaar staande oefeningen bevat. Nee, alle oefeningen staan met elkaar in verband. Met een hond die niet luistert naar zijn baas, waar geen basis in zit m.b.t. de gehoorzaamheidsoefeningen, is een goede apporteeroefening opbouwen niet mogelijk.

Daarom is, zeker voor beginnende geleiders de opleiding G.G. en/of VZH, voor de training in het VH programma m.i. een zeer goede zaak. Want hoe U het ook wendt of keert de noodzakelijke basis voor iedere africhting is de goede baashondverhouding en die verhouding kan alleen maar optimaal zijn doordat de baas begrip heeft van de driften en motivaties van het dier. En daarmee is de cirkel rond. Rest mij U veel succes te wensen in onze hondensport.

H. Heidinga, Afr. KM. VDH