Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - De Beharing


Het komt regelmatig voor dat in een nest Duitse Herdershonden er één of meerdere exemplaren bij zitten die ten opzichte van de andere pups een afwijkende beharing gaan vertonen.

Niet altijd is dit op jonge leeftijd duidelijk te zien, doch tegen de tijd dat de tatouage plaatsvindt, zijn de "langstokharige" pups wel als dusdanig kenbaar. Er zijn naast langstokharige dieren ook de "langharige" waarbij de haren nog wat langer en gegolfder zijn en de onderwol zo goed als niet aanwezig is. Tevens kennen we allerlei tussenvormen zodat een duidelijke indeling niet altijd te maken is.

De "langhaartjes" zijn met name voor de beginnelingen vaak zeer aantrekkelijk omdat zo'n bolletje wol alleraardigst oogt en er tevens door al dat haar wat groter en steviger uitziet. Langstokhaar/langhaar is echter een niet gewenste hoedanigheid die de gebruikswaarde van het dier schaadt en honden met deze eigenschap worden bij voorkeur niet voor de fokkerij gebruikt. De rasverenigingen voor Duitse Herdershonden keuren dergelijke honden bij fokgeschiktheidskeuringen dan ook af. Ten aanzien van het werk doen ze niet onder voor de normaal behaarden, alleen kunnen de haren wat meer in de klit geraken en moet men iets meer oppassen voor kouvatten bij nat weer.

Vorming en structuur van de beharing

De haren zijn hoornachtige uitgroeisels van de huid die gevormd worden vanuit de haarzakjes, instulpingen in de huid. Het groeien van een haar geschiedt vanuit de haarkiem of haarknop. De haarkiem past over de haarpapil, waarin de bloedvaten liggen via welke de voor het haar benodigde voedingsstoffen aangebracht worden. De haarpunten zijn de gedeelten van het haar die dus het oudst zijn. Het gedeelte in het haarzakje noemen we haarwortel en de haarschacht is het gedeelte wat er uitsteekt. Vanuit één haarzakje komt meestal één harde, dikke oftewel dekhaar (hoofdhaar) en een aantal bijharen. Zowel hoofdhaar als bijharen hebben afzonderlijke papillen, alleen die van de hoofdhaar is dieper in de huid gelegen.

De Duitse Herdershond heeft normaliter het zogenaamde stokhaar met ondervacht, waarbij de dekharen tot ongeveer 6 cm lengte zijn. Deze vorm van beharing is in vergelijking met andere vachttypen de meest practische en vertoont gelijkenis met de vachten van zowat alle wilde soortgenoten van de hond, dus ook b.v. de wolf. Er wordt daarom ook wel van basisvacht gesproken. Het stokhaar met ondervacht vormt een dubbele, gesloten vacht, die geen neiging vertoont tot klitvorming en bescherming biedt tegen invloeden van buitenaf.

De Duitse Herdershond is, mede dankzij zijn vachtstructuur, een hond die zonder bezwaar zowel in de warmere streken als in koude landen gehouden kan worden. Regen en wind deren hem nauwelijks en het zijn deze eigenschappen, tezamen met de veelzijdige werkaanleg die hem bestempelen tot gebruikshond bij uitstek. Doch ook als gezinshond is hij uiterst geliefd.

Het onderhoud van de vacht

Honden met het vacht-type van de Duitse Herdershond verharen normaliter twee maal per jaar. De wijze waarop dit geschiedt, noemen we "blokverharing". Bij blokverharing wordt in korte tijd de gehele vacht afgestoten en vervangen door een vacht die beter aangepast is aan het jaargetijde. Het "dode" haar wordt in de vorm van plukjes zichtbaar in de vacht, nu is de periode aangebroken dat men de hond kan gaan borstelen. De overige tijd van het jaar behoeft een Duitse Herdershond in principe niet geborsteld te worden. Zou men dit veelvuldig doen, dan kan er zelfs sprake zijn van "overbeborsteling" waarbij men in een vicieuze cirkel belandt, omdat de hond veelvuldig geborsteld wordt, laten de haren los en om deze haren weer weg te krijgen wordt de hond steeds weer geborsteld. Niet nodig dus, alleen helpen tijdens het verharen. Qua onderhoud vergt de vacht van de Duitse Herdershond slechts wat aandacht tijdens de verhaarperiode. Honden met huidaandoeningen vormen hierop uiteraard een uitzondering.

Normaliter behoeft de vacht ook niet gewassen te worden: men bereikt er alleen maar mee dat de haren ontvet worden, waardoor stof en vuil zich gemakkelijker kunnen hechten.


Russ von der Krone. Zotthaariger (Altdeutscher) Deutscher Schäferhund.

Verschillen in vachttype

Het stokhaar met onderwol is de meest gewenste variant t.a.v. de beharing van de Duitse Herdershond. Afwijkingen daarop verminderen de gebruikswaarde. Slechts de combinatie van de lange, harde wat vetachtige dekharen met de pluizige onderwol geven optimale weerstand tegen allerlei invloeden van buitenaf. Bij het tot stand komen van het ras tegen het eind van de vorige eeuw werd vooral gelet op de geschiktheid voor het werk n.l. het hoeden van schapen. In die periode maakte men veelvuldig gebruik van dieren die afweken van het als ideaal geldende vachttype. Er waren verschillende langharige, langstokharige, ja zelfs ruwharige exemplaren in het fokbestand. Ook honden met kort stokhaar kwamen voor. In het Zuchtbuch Band I en II vinden we regelmatig aanduidingen van afwijkende beharingsvormen. In deze boeken stonden deze gegevens vermeld omdat het vaak volwassen dieren waren die in het Zuchtbuch werden opgenomen. Tegenwoordig is het stamboek gesloten, d.w.z. honden van onbekende afstamming worden niet meer opgenomen. Dit komt er in de praktijk dus op neer dat slechts pups in het stamboek worden opgenomen. Wel is het mogelijk om honden van alle leeftijden over te laten schrijven naar een stamboek van een ander land.

Afwijkende haartypes uit de beginfase van het ras

Band I

SZ 23 Butz rauhhaarig, gelbgrau, Wurftag 1896.
SZ 115 Preishüten-Siegerin Grete v.d Hürde, langstockhaarig, sgA, HGH, WT 14-11-1896.
SZ 140 Tyrann v.d. Krone, rauhhaarig, sggA, HGH, WT 1899.
SZ 158 Carex Plieningen, langstockhaarig, sg, HGH, WT okt. 1893.
SZ 161 Prinz v.d. Krone, rauhstockhaarig, ssgA, HGH, WT 26-5-1897.
SZ 205 Fürst v. Park, Langstockhaarig grgew., PH, WT 28-4-1900.
SZ 229 Carroche (von Münster) rauhhaarig, srostbr., WT 26-1-1901.
SZ 239 Luchs (von Eulau), langstockhaarig, grgew., WT 1896.
SZ 241 Russ v.d. Krone, zotthaarig, s, HGH, PH, WT 1899.
SZ 242 Schama rauhhaarig sg, HGH, WT 29-9-1898.
SZ 243 Pr. Hüten-Sgr. 1903 Libbert, langstockhaarig, sg, HGH, WT 1899.
SZ 245 Sgr. 1903 Roland v. Park fr. vom Goldsteintal, langstockhaarig, shgA, WT 5-3-1901.

Band II

SZ 319 Rolf v. Eichenhof kurzhaarig, grgew. WT 31-12-1901.
SZ 337 Diana v. Schaferlust langstockhaarig, dgrgA, HGH, WT 1-4-1900.
SZ 352 Nelly v. Otzberg langstockhaarig, dgrgA, HGH, WT 19-3-1902.
SZ 429 Fanny langstockhaarig, sgrgA, HGH, WT 13-10-1901.
SZ 452 Sibylle v. Tartenburg langstockhaarig, sbrgA, WT 30-4-1902.
SZ 616 Teja v. Grafrath rauhhaarig, sgA, HGH, WT 17-11-1902.
SZ 742 Rackus v. Massing zotthaarig, eisengrgA, HGH, WT nov. 1901.

De ruwharige variant komt niet meer voor binnen het ras, doch voor het overige bestaan er vrij veel verschillende uitingsvormen van de meest voorkomende vachttypen n.l. het stokhaar met onderwol, het langstokhaar met onderwol en het langhaar met weinig of geen onderwol. De variabiliteit vindt vooral zijn oorsprong in het feit dat meerder erffactoren invloeden doen gelden op de vacht. Zo zijn er bij Duitse Herdershonden verschillen in de hardheid van de haren, de dichtheid van de haren, de onderlinge verhoudingen in lengte en dichtheid tussen dekharen en onderwol, de mate waarin de haren neigen tot golving, ja zelfs verschillen in de gezondheid der haren. Al deze invloeden tezamen bepalen het uiterlijke beeld van de vacht.

H. A. P. C. De Groot

Een van de grote steunpilaren van het ras in Nederland ten tijde van de eerste decennia in het bestaan der VDH was de zeer bekende keurmeester H. A. P. C. de Groot. Hij schreef in 1944 het boekwerkje: "De beoordeling van den hond", waarin ook enkele aspecten met betrekking tot de vacht aan de orde kwamen. We citeren: "Van de meeste rassen wordt geëischt, dat onder het dek- of bovenhaar een dicht en wollig tweede haarkleed aanwezig is. Die z.g. onderwol beschermt het dier tegen te spoedig nat worden op de huid bij regenval en zelfs bij het te water gaan. Bovendien vormt zij in den zomer een beschutting tegen te intense zonnestralen en in den winter tegen de koude. Bij de beoordeling van de beharing dient er enigszins rekening mede te worden gehouden, dat in voor- en najaar de haarwisseling plaats vindt en dat de natuur er voor zorgt, dat het haarkleed in den zomer dunner en korter is en tegen het koude jaargetijde weder langer en dikker wordt.

Bij een gezond dier moet de onderwol direct na het verharen weder aanwezig zijn en wel als een fijn dons. Is dat niet het geval, dan is er met de huid iets niet in orde, tenzij een onoordeelkundige haarverzorging daarvan de oorzaak mocht zijn. Honden, welke veel in de buitenlucht vertoeven, bezitten steeds een veel zwaardere en dikkere vacht dan de z.g. kamerhonden. Eigenaardig is, dat geheel zwarte honden met liggend bovenhaar als regel een scherper silhouet te zien geven dan lichtkleurige. De oorzaak daarvan is, dat zwarte honden gewoonlijk minder onderwol bezitten, waardoor het dekhaar vlakker kan aanliggen en de contouren daardoor meer geaccentueerd zijn.

Het dekhaar is in het midden dikker dan aan de punt of aan den wortel. De langere haren, ter plaatse waar de hals in schoft en schouders verloopt, dienen ter bescherming. De oorspronkelijke hond heeft vrij lange haren gehad. Draadhaar, ruwhaar en kroeshaar zijn kunstmatige producten door vermenging ontstaan. In de naakthonden kan men vermoedelijk een ziekelijke afwijking zien.

De haarkleur is een kwestie van persoonlijke smaak, voor zoover voor een ras geen bepaalde haarkleur of kleuren worden voorgeschreven.

Verlies van kleurstof in het haar veroorzaakt eerst een verbleeken van de oorspronkelijke kleur, hetzij op enkel plaatsen, dan wel over het geheel en kan in een meer gevorderd stadium aanleiding geven tot albinisme, een meer of minder vaalwitte haarkleur, roodachtige oogen en lichtkleurige neusspiegel en lippen. Bij rassen met een oorspronkelijk geheel witte haarkleur is het soms moeilijk, het z.g. pigment, de zwarte kleur van oogranden, neusspiegel en lippen te behouden.

Typisch zijn de kleurcentra, bepaalde steeds weer terugkomende aftekeningen op verschillende plaatsen van het lichaam. Een z.g. openbeharing, dus het tegendeel van gesloten, dicht, is als een vrij ernstige tekortkoming aan te merken, daar zij de huid niet voldoende beschermt. De algemene gezondheidstoestand van een dier is van grooten invloed op de kwaliteit en volheid der beharing."

Genetische aspecten

Men gaat er van uit dat het draadhaar (ruwhaar) dominant was ten opzichte van de andere haartypen. Een dominante eigenschap die niet gewenst is, kan heel simpel weggefokt worden: men behoeft alleen maar die dieren tot de fokkerij toe te laten die de ongewenste eigenschap niet bezitten. Terugslag in latere generaties zal niet plaatsvinden.

Op grond van in de praktijk opgedane ervaringen is men er achter gekomen dat kort stokhaar op haar beurt weer dominant is over het langhaar. Dit is het genetische grondprincipe ten aanzien van de erfgang met de aantekening dat er sprake in van modificerende invloeden.

De foktechnische consequenties vloeien voort uit het recessief zijn van de factor voor het langere haar. Omdat het langhaar niet gewenst is uit het oogpunt van gebruikswaarde is het fokbeleid er vanzelfsprekend ten eerste op gericht om zo min mogelijk langharigen te fokken. Zou men dit wel doen dan weet men zeker dat de factor doorgegeven wordt aan de nakomelingen. Het is dan afhankelijk van de fokpartner hoe de nakomelingen er zelf uitzien. Bij de fokgeschiktheidskeuringen worden lang(stok)harige honden uiteraard niet toegelaten tot de keursklasse. In dit verband moeten we ook waarschuwen voor overwaardering in aandacht voor langer behaarde honden: omdat het uiterlijk vaak aantrekkelijk is, is de leek soms geneigd dergelijke honden bewust te zoeken.


Een langstokharige grauwe Duitse Herdershond.

Consequenties

Er wordt wel eens geopperd om een aparte vereniging op te richten voor lang(stok)harige Duitse Herdershonden ondermeer omdat deze honden op tentoonstellingen achtergesteld worden tegenover de normaal behaarden. Vergeten wordt daarbij dat we te maken hebben met de rasstandaard, opgesteld door Duitsland als land van oorsprong, waarin duidelijk het gewenste vachttype omschreven staat. Bij het opstellen van de rasstandaard was het de gebruikswaarde die als norm fungeerde voor de te omschrijven geestelijk en lichamelijke eisen. Hogere waardering voor langharigen kan uitsluitend na verandering van de rasstandaard doch dit zou niet alleen zinloos zijn, doch ook het ras voorbestempelen te degraderen tot minderwaardige luxehond. Een Duitse Herdershond moet steeds gebruikshond blijven. Afgezien van dit aspect, moet ook nog opgemerkt worden dat er slechts één rasvereniging voor Duitse Herdershonden kan bestaan in Nederland en het toelaten van een langharige variant werkt een differentiatie in de hand waar de kynologie met zijn reeds bestaande grote veelsoortigheid in rassen en variëteiten niet mee gebaat is. Waar echter voor gewaakt moet worden is om eigenaars van langharige Duitse Herdershonden achter te stellen bij anderen. Het plezier om met de honden te werken kan men toch niet beteugelen door bij wedstrijden de langharige exemplaren te weigeren! Het gaat er slechts om dat ze in de fokkerij niet gebruikt worden. Dit kan alleen door goede voorlichting. Het instellen van een fokverbod is niet mogelijk daar men in Nederland met elke Duitse Herdershond met stamboom mag fokken mits in het bezit van een stamboom. Bij goede voorlichting zal er ook nauwelijks met langharige exemplaren gefokt worden, zoals dit ook gebeurt bij HD-positieve dieren.

Tot slot: een goede voorlichting is in meedere opzichten positief, niet alleen om mensen te wijzen op de foktechnische consequenties van het gebruik van langharigen! De term "public relations" behoort binnen de rasverenigingen zeer ruime aandacht te krijgen. Dit zou meer effect sorteren dan allerlei beperkende maatregelen die met name voor de leek toch als onaantrekkelijk overkomen.

Kortom: een lang(stok)harige hond is prima om mee te werken maar fokken is uit den boze! Trots kan men wel degelijk zijn op het dier want een langharige Duitse Herdershond is best mooi om te zien!

P. Nefs