Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Wat U behoort te weten over het gebit


Algemeen

Ook de hond heeft een melkgebit en een blijvend gebit. Bij onze huisdieren blijkt, dat een regelmatige controle van het gebit veel problemen kan voorkomen. Het gebit bestaat uit tanden en kiezen en met de tandformule kunnen we zien hoeveel tanden en kiezen in één kaakhelft aanwezig horen te zijn.

We verdelen tanden en in kiezen in:

Snijtanden1
HoektandenC
Onechte kiezenP of PM (premolaren)
Echte kiezenM (molaren)

Drie weken na de geboorte verschijnen de eerste melktandjes. Zij zijn erg dun en scherp. Het wisselen begint op vier à viereneenhalve maand. Als eerste wisselen de middelste snijtandjes boven. Op ongeveer zes maanden moeten de melktanden en -kiezen (onechte) gewisseld zijn. Blijvende tanden zijn breder en forser (lelievormig) dan de melktandjes. Door kluiven en bijten worden de door de blijvende tanden en kiezen opgeduwde melktanden en -kiezen losgemaakt en zij verdwijnen via de maag in de ontlasting. Meestal vinden we ze niet terug.

Leeftijdsbepaling

Aan de vorm en de mate van slijtage is de leeftijd af te lezen. Betrouwbaar is dit alleen als het een goed sluitend gebit betreft dat niet abnormaal snel is afgesleten ten gevolge van het bijten op harde voorwerpen (stenen etc.).
1½ jaar oud: onderkaak middelste snijtanden afgesleten.
2½ jaar oud: onderkaak tweede snijtanden afgesleten.
3½ jaar oud: bovenkaak middelste snijtanden afgesleten.
4½ jaar oud: bovenkaak tweede snijtanden afgesleten.
5 jaar oud: onderkaak buitenste snijtanden licht afgesleten en lichte slijtage aan de hoektanden.
6 jaar oud: onderkaak buitenste snijtanden geheel afgesleten en de hoektanden zijn stomp geworden. 7 jaar en ouder: hierbij is het vaststellen van de leeftijd onbetrouwbaar.
Bij sommige rassen kunnen bij de volwasssen honden de le en 2e premolaar ontbreken.

Afwijkingen

Regel: Er behoren nooit twee dezelfde tanden of kiezen tegelijkertijd aanwezig te zijn.

Vroeger of later vormt zich het zgn. tandsteen. Dit is een bruine neerslag van voedselresten, kalkzouten, bacteriën en speeksel op (voornamelijk de wangzijde) tanden en kiezen. Deze harde korst kan soms de tanden en kiezen helemaal bedekken. Bij dieren in het wild wordt tandsteen weinig aangetroffen, maar bij huisdieren zien we het vanaf de leeftijd van twee à drie jaar. Eerst een dun laagje op de hoektanden en op de 4de premolaar van de bovenkaak en later ook op de andere tanden en kiezen.

Dieren, die aan een zachte voeding de voorkeur geven of dit krijgen, krijgen sneller tandsteen dan dieren, die regelmatig hard voer (brokken) eten of op harde botten knagen. tandsteen drukt tegen het tandvlees aan, waardoor dit weggedrukt wordt en tand- en kieswortels voor een deel bloot komen te liggen. Door bacteriën, die samen met voedselresten op deze plaatsen aanwezig zijn, raakt het tandvlees ontstoken (een rood randje op de overgang tand-tandvlees) en dan gaat de tand of kies losser zitten. Losse tanden en kiezen doen pijn bij het kauwen en ze worden niet meer gebruikt, ze doen geen dienst meer. Tevens, en soms is dit het enige dat wordt waargenomen, gaat het dier uit de bek stinken. Hard voedsel wordt door het dier nu geweigerd en door het nu versterkte zachtere voedsel wordt nog meer tandsteen gevormd.

Stank uit de bek kan ook worden veroorzaakt door gezwellen of ontsteking(en) van tandvlees, lippen, lipplooien, wangen of tong; ook kan de stank uit de maag komen. Bij een geregelde inspectie komt u afwijkingen tijdig te weten.

Wat is hieraan te doen?

Helemaal voorkomen kunnen we het niet. Het kunnen aankoeken van tandsteen wordt echter wel vertraagd door het geven van b.v. brokvoeding en het laten knagen aan en stuk hard bot. Tanden borstelen kan helpen (geen gewone tandpasta gebruiken - de smaak is te scherp voor huisdieren) - maar niet ieder dier laat dit (dagelijks) toe.

Bemerkt u tandsteen, tandvleesontsteking, losse tanden of kiezen of stank uit de bek, ga dan naar uw dierenarts. Deze zal het gebit kontroleren, onder verdoving tandsteen met een speciaal apparaat verwijderen, loszittende tanden en kiezen trekken en de ontsteking behandelen. De stank uit de bek verdwijnt dan tegelijkertijd. Na de behandeling geeft u een paar dagen wat zachter voedsel, daarna harder voer. Maar ondanks zo'n behandeling komt tandsteen terug en daarom is het verstandig het gebit van uw huisdier ééan twee maal per jaar te laten kontroleren. Het dier kan dan langer van alle tanden en kiezen gebruik maken. Van oudere dieren weten wij dat zij erg kieskeurig kunnen zijn. dan kan het zeer moeilijk zijn om hen op andere (hardere) voeding over te zetten. In dergelijke gevallen dient u het gebit van uw huisdier extra in de gaten te houden.

Samenvatting