Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Over fabeltjes gesproken!


Honden met huidklachten moet je rauwe reuzel geven, klinkt nog niet zo fabelachtig! Wel is het raadzaam met het oog op het Aujeszki-gevaar (want reuzel is afkomstig van varkens) de honden in de plaats van reuzel schapevet te verstrekken!

Uit de literatuur over de voeding van honden blijkt overduidelijk dat veel huidklachten van honden worden veroorzaakt door een te vetarme voeding!

Oorspronkelijke honden vraten wat ze te pakken konden krijgen; met zijn allen een grote planteneter vangen (eland, antiloop): dit is juist! Een fabel is- dat de inhoud van het maagdarmstelsel van de gevangen prooi met zijn voorverteerde plantenresten het meest begeerde gedeelte is!

Proefondervindelijk is vastgesteld dat wolven en andere hondachtigen verzot zijn op organisch vlees van herkauwers, zoals magen, darmen, longen, hart, lever en nieren. De pens wordt met graagte gegeten maar de inhoud van de pens blijft onaangeroerd achter. Hetzelfde geschiedt met de boek- en lebmaag, deze worden door de honden aan stukken gereten en door heftig met de kop te schudden zoveel als mogelijk is van de inhoud ontdaan, de enige inhoud van magen die honden accepteren is die van jonge dieren die nog melk drinken (kalveren en zuiglammeren). De daarin aanwezige eiwitrijke kaasachtige massa wordt met graagte verorberd! Kleine prooidieren (muizen, hamsters, konijnen) worden wel in zijn totaliteit verslonden.

Een fabel is: dat honden planten eten! Althans niet om er zich mee te voeden. Hond en ook katachtigen, eten uitsluitend planten en grassen om zich te ontlasten van overtollig maagslijm. De planten of grassen worden tijdelijk opgenomen en enige tijd later weer uitgebraakt samen met het overtollig maagslijm!

Wel eten honden en ook andere karnivoren bessen, andere zachte vruchten en noten! Dit geschiedt om eventuele vitamine-tekorten aan te vullen. Zachte vruchten en noten zijn ook de enige voedingsstoffen van plantaardige oorsprong die door hond en katachtigen kunnen worden verteerd!

Andere plantaardige grondstoffen zoals granen, erwten, bonen en groenten kunnen door de hond en katachtigen in hun oorspronkelijke staat niet worden verteerd! Cellulose (bestanddeel van planten en granen) is voor honden en katten niet afbreekbaar. Bij genoemde plantaardige grondstoffen moet de mens korrigerend optreden door deze te expanderen, te stomen of gaar te koken!

Een fabel is: dat een hond een omnivoor is! Aan het gebit en de spijsversteringsorganen van de hond herkent men dat deze een echte karnivoor is. Dat honden naast grotere en kleinere prooidieren ook reptielen en insekten verorberen bestempelt hen nog niet tot omnivoren, immers reptielen en insekten zijn ook dieren en voorzien in de eiwitbehoefte van de hond!

Eiwitten spelen een zeer belangrijke rol in de voeding van honden, het zijn de bouwstenen voor groei en herstel van het organisme.

Vetten zijn ook zeer belangrijk; bij een vetarme voeding komen honden in de problemen! Als niet voldoende hoeveelheden essentiële vetzuren worden opgenomen treden huidaandoeningen op: dorre beharing, haaruitval, schilferige huid, jeuk, eczemen, oorontsteking. Het is waarschijnlijk dat bij sommige gevallen van de beruchte zomerjeuk een gebrek aan essentiële vetzuren een van de oorzaken is. Bij vrouwelijke dieren kan onvruchtbaarheid optreden.

Koolhydraten zijn over het algemeen vrij veel in hondevoer aanwezig, mede omdat ze niet zo duur zijn. Op de lijst van Nutrient Requirements of Dogs staan ze overigens niet vermeld! Ze zouden er dus niet eens in hoeven te zitten. Vooral volwassen dieren zijn namelijk in staat om uit sommige aminozuren en vetten die koolhydraten te maken die ze nodig hebben en dat is slechts heel weinig. In feite komt een hond met vetten en eiwitten toe!

Het doorsnee prooidier bestaat voor ca. 60% uit spiervlees, organisch vlees en vet. De resterende 40% bestaat uit bloed, maag en darminhoud, botten en huid met het daarop aanwezige haar. Het is daarom ook wel begrijpelijk dat alleen vlees geen goede voeding is voor prooidiereters, wat onze honden oorspronkelijk zijn.

De verteerbaarheid van verse dierlijke eiwitten zoals uit vlees, bloed, melk, magen, ingewanden enz. is over het algemeen hoog. Verteringsstoringen zijn bij normale dosering niet te verwachten. Bij een eenzijdige voeding van vlees kan echter als gevolg van de geringe hoeveelheid onverteerbare stoffen, de darmpassage in de dikke darm vertragen, zodat secundaire storingen in het gistingsproces optreden, welke smerige en onaangenaam ruikende ontlasting veroorzaken.

Een prooidier bestaat uit lichtverteerbare stoffen (vlees, bloed en organen) en uit minder goed tot onverteerbare stoffen (huid, haar en botten). De minder goed tot onverteerbare stoffen in een voeding zorgen voor een goede regulering van de darmbeweging waardoor de spijsvertering wordt bevorderd hetgeen de gezondheid van de honden ten goede komt!

Op een goede volledige voeding op basis van vlees, organen en vet samen te stellen is het noodzakelijk dat er voedingsstoffen aan worden toegevoegd die minder goed tot onverteerbare bestanddelen bevatten, zoals zemelen, ontsloten granen en groenten.

Om als een volledige voeding te kunnen fungeren moet er ook in de juiste verhoudingen fosfor, kalcium, alle belangrijke vitaminen, mineralen en sporenelementen aan worden toegevoegd~ Als een voeding aan deze voorwaarden voldoet, is het een volledige hondenvoeder en voorkomt gebrekverschijnselen.

Funktie en bouw (anatomie) van het spijsverteringsmechanisme van planteneters (herbivoren), alleseters (omnivoren) en prooidier-eters (karnivoren).

Om een juist oordeel te hebben over de voeding van onze huisdieren is het goed even stil te staan bij het mechanisme van de spijsvertering. Immers de voeding van zoogdieren hangt nauw samen met de na tuurlijke leefwijze en daarop is de spijsvertering en bouw van de daarop betrekking hebbende organen gericht. Funktie en bouw zijn dus eng met elkaar verbonden. Zowel planteneters, prooidier-eters als alleseters zijn anatomisch ingesteld op het voedsel waarvan zij in de natuurlijke staat in hoofdzaak leven. Gebit en darmkanaal getuigen daarvan.

De planteters moeten hun voedsel zo fijn mogelijk malen. Hun kiezen zijn daaraop gebouwd, de kronen vertonen koncentrische ringen en de kauwbeweging is malend, dat wil zeggen de onderkaak beweegt zich horizontaal langs de bovenkaak. De prooidiereters behoeven niet te malen, zij scheuren en knippen het voedsel in stukken.

De alleseters, bv. varkens, eten plantaardig- en dierlijk (d.i. van dierlijke oorsprong) voedsel. Hierbij is het met het oog op de verdere behandeling in het lichaam voldoende dat het gekneusd wordt. Deze dieren hebben knobbelkiezen.

Evenals het gebit is ook het verdere darmkanaal aangepast aan het voedsel dat verteerd moet worden. Nu is het zo, dat aan plantaardig voedsel heel wat gebeuren moet, alvorens dit in voor het dierlijke eiwitten bestaande organisme van de planteneters in opneembare elementen is omgezet. Zij hebben derhalve een zeer lang maag-darmkanaal.

De prooidier-eters leven in hoofdzaak van dierlijk eiwit, dat in structuur'ongeveer gelijk is aan hun eigen lichaamseiwit. Het voor hen geschikte voedsel, prooideren, zal dus een vrij eenvoudige bewerking vergen. Zij kunnen volstaan met een vrij kort maag-darmkanaal. De prooidier-eters scheiden in hun maag zeer agressief maagsap af. Bij hen vindt de voedselvertering dan ook voor een flink deel in de maag plaats. De alleseters, die plantaardig en dierlijk voedsel gebruiken staan met de lengte van hun ingewanden tussen beide bovengenoemde categorieën in.

In cijfers uitgedrukt geldt als globale regel: schapen en geiten: 25 maal de lichaamslengte; runderen: 20 maal de lichaamslengte; varkens: 15 maal de lichaamslengte; honden en katten: 5 maal de lichaamslengte.

Het bovenstaande in aanmerking nemende kan men dus begrijpen dat de anatomie van het spijsverteringsmechanisme van honden (karnivoren) zulke enorme verschillen vertoont met dat van varkens (omnivoren) dat het alleen al om deze redden niet reëel is een hond te bestempelen tot alleseter. Dat zou hier op neerkomen dat de hond dan een omnivoor zou zijn. Dat honden het voedsel wordt onthouden wat zij zelf zouden kiezen, een prooidier!, is wel enigszins begrijpelijk.

Maar er is een alternatief!

Dat is een volledige voeding op basis van vers spiervlees, organisch vlees, vetten en enige eenvoudige toevoegingen. Dan heeft deze voeding de waarde van een prooidier.

Helaas moeten zeer veel honden genoegen nemen met voedingsstoffen die ze hun oorspronkelijke staat nooit zouden vreten, om de doodeenvoudige reden dat het voor honden onmogelijk is deze te verteren!

Door allerhande kunstgrepen, expanderen, stomen en koken worden deze voedingsstoffen verteerbaar, en met smaaken geurstoffen acceptabel gemaakt! Indien de hond niets anders krijgt voorgeschoteld moet het arme dier het wel vreten om niet te sterven! De hond heeft zelf geen keus! De mens bepaalt wat deze prooidiereter (karnivoor) zal eten! Dat honden tot de klasse der omnivoren zouden behoren is een commercieel verzinsel, en wordt spijtig genoeg door veel geheel te goeder trouw zijnde en goed gelovige hondenbezitters voor waarheid aangenomen!

M. Adema