Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Dekproblemen


Eén van de vervelendste problemen voor de fokker is het hebben van een reu en/of teef, die niet voor de voortplanting kan zorgen. Meestal is het betreffende dier een toonbeeld voor het ras, wat het probleem alleen nog maar erger maakt. De laatste tijd bereiken mij veel verzoeken te adviseren bij de geschetste voortplantingsproblemen en gelukkig heb ik veel fokkers kunnen helpen.

Zelf heb ik indertijd een dergelijk probleem gehad met mijn Gordon Setter, Ned. Kamp. Astella v.d. Scharenhuis, W'75 en '76, Bdssgr.'75, Eursgr.'74, G. en G. Cyn. U ziet, een hond met goede kwaliteiten, ook in de jacht, vooral door Engelse keurmeesters en kenners van het ras zeer gewaardeerd. Helaas liet de teef zich nooit dekken op de bekende 11de - 13de dag; we hebben diverse reuen geprobeerd maar steeds was de dekking een fiasco. Ze is ook nog éénmaal kunstmatig geïnsemineerd, maar ook dat gaf geen resultaat. Om moedeloos van te worden! Het was de enige teef uit de Scharenhuis lijn in mijn bezit waarmee ik verder wilde fokken, juist vanwege de schoonheid van haar karakter, exterieur en beweging. Toen zij zeven jaar was heb ik voor de laatste maal geprobeerd haar te laten dekken; het was een heen en weer gevlieg naar Bad Godesberg (Duitsland) en toen zij eindelijk model stond bij de reu, liet de reu door een blessure in de achterhand, opgelopen op dezelfde dag 's ochtends, afweten. Pijnstillers tegen de pijn hielpen niet en de reu liet zich ook niet helpen bij het beklimmen van de teef.

Als ik de kennis en de ervaring had gehad, die ik nu heb, zou het verhaal er anders hebben uitgezien. Je kunt je natuurlijk de vraag stellen of het verstandig is met een dergelijke, kennelijk wat frigide, teef te fokken. Ongetwijfeld zal zo'n eigenschap zich in het nakomelingenschap vererven; maar aangezien moeder, broer en zuster geen problemen op dat gebied hebben gehad, is het maar de vraag of die frigiditeit erfelijk belast was en zou worden.

Analyse van haar bioritmiek heeft mij geleerd, dat zij steeds op voor haar bioritmisch ongunstige momenten gedekt werd. Ik heb dat ondermeer beschreven in mijn boek: "Het fokken van rashonden", waarin ik een hoofdstuk heb gewijd aan het fenomeen BIORITMIEK.

Bioritmiek leert ons de levensritmen te berekenen, te analyseren - ook in de onderlinge samenhang - en die ritmen te interpreteren. We onderscheiden het lichaamsritme (11½ dag in de plus en 11½ dag in de min), het gevoelsritme (14 +, 14 - en het intelligentieritme (16½ +, 16½ -). Bij de overgang van plus naar min en omgekeerd is er sprake van een kritisch moment; in het geval twee of meer ritmen op het zelfde moment door de nullijn gaan, spreken we zelfs van een fatale fase. Het zijn juist die momenten, dat zowel reu als teef nagenoeg frigide op het steriele af blijken te zijn. Aan de hand van analyses bij teven van andere rassen, die na een dekking leeg bleven, bleek steeds weer, dat zij op een kritisch of zelfs fataal moment waren gedekt.

Met die wetenschap heb ik vele fokkers kunnen helpen bij het bepalen van de juiste dekdaturn (periode) bij teven, die voordien steeds leeg bleven; tot ieders verrassing gaven de teven nu een goed nest. In totaal heb ik nu ongeveer 70 adviezen gegeven met 100% resultaat. Het is natuurlijk de vraag of ik die 100% in de toekomst kan handhaven, maar één ding is mij zeer duidelijk geworden en dat geldt niet alleen voor honden maar ook voor mensen: de invloed van de bioritmiek op de vruchtbaarheid is wel degelijk aanwezig. (en dan druk ik mij nog zeer voorzichtig uit!).

Naast de invloed van de bioritmiek op de vruchtbaarheid en dekbereidheid speelt natuurlijk de constitutie een belangrijke rol. We kunnen die processen beïnvloeden door gebruik te maken van middelen, die de vruchtbaarheid, de potentie en de constitutie bevorderen.

Geschikte middelen zonder schadelijke bijwerkingen moeten we dan zoeken in de homeopatische sfeer, in orgaanconcentraten en in ortho-moleculaire voedingssupplementen (vitaminen, mineralen, aminozuren en enzymen). Voorts zijn er vele kruiden, die zeer gunstig werken op de libido en de vruchtbaarheid, zoals ginseng, damiana, gota kula, agnus castus en eleutherococcus; ook het uit Korea afkomstige hertenhoorn werkt zeer gunstig op de geslachtsdrift en de vruchtbaarheid.

Bekende homeopathische middelen zijn Conium, Jodum, Pulsatilla, Cimicifuga, Lycopodium en diverse complexmiddelen zoals Testiculus (Pascoe) voor de reu en Agnus Castus voor de teef.

Het probleem bij het toepassen van homeopatische en kruidenmiddelen is dat men het juiste middel bij de juiste patient moet brengen: wat voor Bello goed was hoeft voor de met dezelfde kwaal behepte Nero helemaal niet aan te slaan; dit geldt vooral voor de eerstgenoemde simplex middelen (Conium etc.). Eik simplex middel past bij een patient met zijn specifieke klachtenpatroon, constitutie, eigenschappen en voorgeschiedenis. Vandaar dat, mede gelet op het moeilijk verkrijgen van ziektegegevens, men bij de toepassing van homeopathische geneesmiddelen bij dieren al gauw grijpt naar de complex-middelen, die een veel breder spectrum hebben en daardoor een ruimere kans op genezing/verbetering geven. Goede voorbeelden zijn de complex-middelen van VSM en dr. Vogel voor onze huisdieren.

Met betrekking tot de orgaanconcentraten noem ik het eierstok-baarmoederconcentraat, de concentraten van testikel/prostaat en de hypofyse (regulering van o.a. het geslachtshormonale stelsel). Het mineraal zink heeft een zeer gunstige invloed op de zwangerschap, de sex en de vruchtbaarheid en voorkomt prostaatproblemen. Een veel voorkomend verschijnsel bij onvruchtbaarheid is de aanwezigheid van cystes op de eicellen; bij paarden heb ik dat probleem kunnen oplossen door het geven van het kruid Helonias; het kruid wordt vooral toegepast bij onvruchtbaarheid door storingen in de follikelfunctie, eierstok- en eileiderontstekingen; het voorkomt voorts miskramen.

Bij het toepassen van homeopatische middelen is het wel verstandig de hulp van een homeopaat in te roepen, aangezien eenzelfde middel in diverse potenties (verdunningen) verschillende werkingen kan hebben; zo werkt Puisatilla D3 (D staat voor dilutie = verdunning: D1 is 10 x verdund, D2 is 10 x 10 verdund, D3 is 10 x 10 x 10 = 1000 maal verdund) gunstig bij het opwekken en normaal verlopen van de loopsheid en het verhogen van de dekbereidheid, terwijl Puisatilla D6 wordt gebruikt voor een goed verloop van de tweede helft van de dracht; Pulsatilla D200 wordt toegepast bij tranende ogen. Een ander homeopathisch middel ter bestrijding van het onwillig dekken is Sepia D3. Indien de reu en/of de teef nogal opgewonden zijn, waardoor een dekking zou kunnen mislukken kan men de dieren lgnatia geven. Mocht de reu een te hoge geslachtsdrift vertonen, kan men die drift wat afremmen door Avena Sativa Dl toe te dienen.

Aangezien homeopathische middelen in vloeibare vorm meestal zijn verdund in een alcohol-oplossing, geeft men het middel met wat water in, doorgaans een half uur voor het eten. De dosering is afhankelijk van de grootte van het dier; vaste richtlijnen zijn daaromtrent niet te geven; men raadpleegt in dat geval de bijsluiter of vraagt advies aan de homeopaat of natuurgeneeskundig therapeut.

Orgaanconcentraten worden altijd na het eten gegeven, evenals sommige kruiden. Indien op de bijsluiter of etiket de vermelding "enterie coated" staat moet de tablet in zijn geheel doorgeslikt worden! De tablet is nl. omgeven door een stof, die de opname in de maag verhindert of vertraagt, waardoor de werking vooral in de darmen kan plaatsvinden. Aminozuren worden op nuchtere maag gegeven, dus is ochtends vroeg of 's avonds laat, voor het slapen gaan.

Als kynoloog weet ik hoe belangrijk het is dat fokkers hun fokmateriaal ook kunnen gebruiken, uiteraard met inachtneming van de bestaande restricties en ethiek. Het met alle "geweld" doen dekken van een teef, we mogen dan spreken van een verkrachting, is uit den boze; de kans is bovendien groot dat zowel de reu als de teef aan zo'n dekking een trauma overhouden en nooit meer vrijwillig dekken/gedekt worden. Er zijn gelukkig middelen en methoden om de dieren wel zover te krijgen dat een dekking normaal verloopt enmet succes kan worden bekroond.

Belangrijk in deze voor onze huisdieren toch ook gevoelige materie is dat de fokker/fokster rustig is en positief is ingesteld. Wanneer je denkt, dat de reu niet zal dekken of dat de teef zich niet bereid toont, dan kun je het ook wel "schudden"; dergelijke negatieve gedachten breng je onherroepelijk op je dieren over en de kans is dan groot dat de teef in een onbewaakt ogenblik met de reu van de buren, haar speelkameraad en toeverlaat in de moeilijke uren, aan de haal gaat!

Wat mij overigens is opgevallen is, dat de grotere rassen vaak meer problemen geven met de dekking dan de kleinere; het is opmerkelijk dat teven van grotere rassen kennelijk korter vruchtbaar zijn; het luistert dan zeer nauw om het juiste moment van de dekking te bepalen en gezien de praktijk met de toepassing van de bioritmiek kan dan juist de bioritmiek een steuntje in de rug van de fokker zijn.

©De Hondenwereid; Focco Huisman, natuurgeneeskundig en orthomoleculair therapeut-magnetiseur.