Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Heupdysplasie en fokgeschiktheid


Heupdysplasie, een beladen woord voor vrijwel alle hondenbezitters. Een moeilijk uitroeibare skeletafwijking die menig dierenvriend machteloos heeft doen toezien hoe geleidelijk aan zijn hond zich steeds moeizamer ging bewegen. Zo erg soms, dat men ten langen leste moest besluiten om het dier te laten inslapen omdat verzachting van het zichtbaar lijden niet meer mogelijk was. Een triest einde van een eens zo hechte band. Wat is heupdysplasie dan toch wel?

Dr. J. Claessens zegt er in "Mijn hond, zijn dokter en ik" onder de kop Heupdysplasie voor beginners het volgende over:

Het heupgewricht is een kogelgewricht (cfr. schets) dat bestaat uit de kop van het dijbeen (de kogel) en een uitholling in het bekken dat men acetabulum noemt (de kom). Normaliter passen kogel en kom precies aan elkaar, scharnieren zonder moeite, worden gesmeerd door het gewrichtskapsel. Wanneer de kogel niet meer zo fijn in de kom past, wanneer het acetabulum niet meer als een aansluitend hoedje op de kop van het dijb een schroeft en er een zgn. subluxatie of gedeeltelijke ontwrichting bestaat, spreken wij van heupdysplasie; dit is dan een vrij eenvoudige bepaling van het ingewikkeld syndroom dat HD heet.

Canine heupdysplasie is in tegenstelling met een soortgelijke en gelijknamige aandoening bij de mens, geen aangeboren ziekte. Een hond wordt niet met HD geboren, maar de aandoening ontwikkelt zich stap voor stap gedurende de eerste 6 à 8 maanden van zijn bestaan. Het is een ziekte die reeds bij meer dan 30 grote en middelgrote rassen werd vastgesteld.

Oorzaken

Over de exakte oorzaak van heupdysplasie bij de hond wordt nog veel gediskussieerd. Voor de meeste onderzoekers staat het echter vast dat HD een erfelijk gebonden aandoening is. Omdat de ziekte aan een "kombinatie" van erfelijke faktoren vastzit spreken wij niet van een erfelijke ziekte maar van een erfelijke voorbeschiktheid of predispositie.

De voorbeschiktheid voor HD leidt tot effektieve heupletsels onder invloed van de omgeving, de manier van grootbrengen, het gewicht, de groeisnelheid, de gespierdheid, de fysische inspanningen, de voeding, etc. Er is dus een wisselwerking tussen de erfelijke inwendige predipositie en de buitenwereld.

Symptomen

Heupdysplasie wordt gekenmerkt door een of meer van volgende symptomen:

Zoals bij veel skeletaandoeningen is de ernst van de symptomen niet steeds in verhouding met de graad van het letsel. Het kan dus gebeuren dat een hond met zware heupdysplasie er ogenschijnlijk weinig last van ondervindt. Omgekeerd geven kleine letsels soms vrij uitgesproken symptomen. Daarenboven manifesteren de symptomen zich bij sommige honden reeds als pup, bij andere eerst op latere leeftijd.

Diagnose en letsels

De hierboven aangehaalde symptomen laten toe HD te vermoeden, zekerheid kan men slechts verkrijgen aan de hand van radiografische opnamen. Hierop worden de vorm en de diepte van het acetabulum, eveneens de vorm en de positie van de dijbeenkop en de aanwezigheid van beenmisvormingen en -aanwassen (osteofyten) bestudeerd. Volgens de graad van de aandoening zijn volgende afwijkingen courant aanwezig:

Behandeling

Sinds ettelijke jaren proberen fokkers en dierenartsen de uitbreiding van HD in te dijken door selektie bij de fok. Honden met een bepaalde graad van HD worden uit de fok geweerd; er is inderdaad beduidend minder HD bij de afstammelingen van HD-vrije dieren dan bij wildfok. Dit verschil wordt nog duidelijker naargelang er bij de voorouders en in de zijlijnen meer honden met normale heupen voorkomen. Al geeft selektie dus verbetering, toch komen de resultaten trager dan verwacht. Dit falen ligt gedeeltelijk bij een onvoldoende selektie, gedeeltelijk bij milieuinvloeden. Bij pups die te snel groeien, te zwaar zijn of te veel fysische inspanningen verrichten, blijken de spieren en de ligamenten de groei van het skelet niet te volgen en het heupgewricht onvoldoende te ondersteunen. Zo ontstaat een begin van ontwrichting. Het afwisselend trekken en drukken van de kogel in de kom kwetst het gewricht en zal bij gepredisposeerde dieren heupdysplasie helpen ontstaan. Preventief strijden we dus tegen HD met selektie bij de fok en gunstige omstandigheden tijdens de groei.

Curatief kan de aandoening, eens ontstaan, niet meer worden geheeld; wat stuk is blijft stuk. Al wat dan nog rest is met medikamenten en in sommige gevallen operatief, de pijn trachten te verlichten, de spieren te versterken en de beweegbaarheld te vergemakkelijken. Tot zover dr. Claessens.

Fokadvies

Wat doen wij binnen onze rasvereniging om heupdysplasie bij de Duitse Herdershond tegen te gaan? Voor onze fokkers is het een serieuze zaak om met een geselekteerde keuze van de partners er van overtuigd te zijn dat gefokt wordt met honden die door het V.D.H. hoofdbestuur worden aanbevolen.

De Commissie Bijstand Kynologie die o.a. belast is met de uitvoering en handhaving van de door het V.D.H. hoofdbestuur uitgevaardigde voorschriften daaromtrent, adviseert dan ook "bij voorkeur" pups te kopen, waarvan beide ouderdieren goedgekeurd zijn op fokgeschiktheid.

Dat wil zeggen: goedbevonden voor keurklasse I of II, geröntgend met betrekking tot de heupen en daarbij gewaardeerd met het "a" - Duitse beoordeling waarin "normal" (vrij van HD), "fast normal" (van HD verdacht) en "noch zugelassen" (HD licht positief) zijn ondergebracht - of de Nederlandse beoordeling HD-(vrij van HD), HD tc (HD transitional case = van HD verdacht) of HD + (HD licht positief). Ondanks dat de fokkerij steeds meer onder kontrole staat van onze rasvereniging en wilde fok steeds minder voorkomt, blijft uiterste waakzaamheid geboden. Het fokken met honden die een duidelijke of zeer ernstige vorm van heupdysplasie vertonen, moet sterk worden ontraden. Mocht u van zins zijn om met uw hond te gaan fokken, laat hem dan in eerste instantie aan een röntgenologisch onderzoek onderwerpen en laat hem keuren op een fokgeschiktheidskeuring.

Uw hond dient dan wel een africhtingsdiploma te hebben behaald (VH I, VH II, VH III, IPO I, IPO III, IPO III), certifikaat KNPV of van de Bond voor de Nederlandse Diensthond. Verder dient hij ook het UV (uithoudingsvermogenproef) met goed gevolg te hebben afgelegd.

Fokgeschiktheidskeuring

Fokgeschiktheidskeuring, het woord zegt het al, is een keuring waar uw hond door speciaal daartoe bevoegde keurmeesters op z'n fokgeschiktheid wordt beoordeeld. Deze keuring is onderworpen aan strenge eisen waaraan uw hond moet voldoen. Buiten het reeds genoemde africhtingsen UV diploma, moet de hond bijzonder goed zijn aangelegd en een geschikte bouw hebben. Hij dient te beschikken over een goede karaktervastheid en geschikt zijn als werkhond. Wat de grootte en lichaamsverhoudingen betreft moet de te keuren hond voldoen aan de raspunten. Z'n uiterlijke verschijning moet duidelijk het geslachtstype tonen en hij moet een stevige konstruktie hebben. Hij moet in goede konditie verkeren en op de dag van de keuring kerngezond zijn.

Er mogen geen verschijnselen zijn die er op duiden dat de hond ernstig ziek is geweest of dat deze een zenuwziekte heeft doorgemaakt. Deze verschijnselen gelden ook voor het gebit. Tenslotte dient er op gelet te worden, dat de hond niet het een of ander erfelijk ziekteverschijnsel bezit. Reuen bij wie één of twee testikels niet zichtbaar in het scrotum zijn of waarvan er één zwak ontwikkeld is, worden niet gekeurd. Verder worden albino's van keuring uitgesloten, (z uiver wit met rose neusspiegel) en bijna witte honden (met zwarte neusspiegel). Er wordt onderscheid gemaakt tussen voor de fokkerij aanbevolen honden en voor de fokkerij geschikt geachte honden. De eerste kategorie komt in keurklasse I en de tweede in keurklasse II.

Voor de fokkerij aanbevolen (keurklasse I) worden die honden, die wat betreft bouw en karakter ver boven het gemiddelde van de stand van het ras uitsteken. In de praktijk komt het er op neer dat slechts "uitmuntende" honden in keurklasse I worden opgenomen. Toch zal het kunnen voorkomen dat in bijzondere gevallen ook 11 zeer goede" honden in keurklasse I komen, mits zij dan de kwalifikatie "uitmuntend" benaderen. In keurklasse II komen "zeer goede" honden. Hierbij kunnen ook "goede" honden worden opgenomen die bijzonder gewilde kwaliteiten bezitten. De geldigheidsduur van de keuring en klassificering bedraagt twee jaar. Bij de herkeuring kunnen de honden van een hogere naar een lagere klasse geplaatst worden en omgekeerd. Honden die in keurklasse 11 geplaatst zijn, kunnen desgewenst na een jaar opnieuw beoordeeld worden, echter uitsluitend bij dezelfde keurmeester. Wilt u uw hond in een voorkomend geval echter door een andere keurmeester laten beoordelen, dan is hiervoor schriftelijke toestemming nodig van de Kommissaris Kynologie van het V.D.H. hoofdbestuur. Bij verplaatsing naar keurklasse I gaat opnieuw een geidigheidsduur in van twee jaar.

Teruggestelde of voorlopig ongeschikt geachte honden kunnen na één jaar opnieuw ter keuring worden aangeboden om een definitieve beslissing over wel of niet geodkeuren te ontvangen. Na twee jaar keurklasse I of keurklasse II, bestaat de mogelijkheid voor keuring in "levensduur".

HD-onderzoek

Maar nogmaals, hieraan kan de hond pas deelnemen als het onderzoek heeft aangetoond dat hij goede heupen heeft. Voor zo'n onderzoek kunt u een keus maken uit verschillende gespecialiseerde dierenartsen welke vrijwel over het gehele land zijn verspreid. Adressen hiervan kunt u verkrijgen bij de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied, Postbus 75901, 1070 AX Amsterdam. Telefoon: 0900-7274663 (= 0900 - rashond).

Uiteraard kunt u ook besluiten de reis naar Duitsland te maken en uw hond daar te laten beoordelen door de HD-commissie te Hannover die de resultaten doorgeeft aan onze Duitse zustenorganisatie de "SV". De behandeling voor de röntgenopnamen is onder beide omstandigheden gelijk. Na een narcose-injektie zullen in Nederland twee opnamen worden gemaakt, in Duitsland slechts één. Een uiterst minutieus werk, waarbij de grootste nauwkeurigheid wordt betracht om de juiste stand te bepalen. De minste afwijking in de stand van het gewricht kan een vertekend en niet te beoordelen beeld verschaffen.

Er wordt een opname gemaakt waarbij de achterbenen volledig naar achteren worden gestrekt en ook een opname wanneer het gewricht geheel is ingetrokken. De foto's worden, nog voordat de hond uit de narcose is gehaald, ontwikkeld en bij ook maar de geringste onvolkomenheid zal de arts nieuwe foto's nemen.

Nadat de hond weer bij kennis is gebracht uit de toegediende lichte narcose, kan hij thuis verder op verhaal komen. De volgende dag zal hij praktisch weer volledig de oude zijn. De beide foto's worden opgestuurd naar Utrecht om daar door de kommissie voor HD-onderzoek te worden beoordeeld. In geval u de reis naar Duitsland maakt, uiteraard door de kommissie aldaar. De Utrechtse kommissie geeft haar bevindingen door aan de Raad van Beheer, de dierenarts, u als eigenaar en, met uw toestemming, gaat er ook een afschrift naar de rasvereniging.

Uitgesloten

Mocht uit een onderzoek onverhoopt blijken dat uw hond positief is bevonden, hecht dan geen geloof aan de taal der betweters die zullen beweren dat het met uw viervoeter snel bergafwaarts zal gaan en hij binnen niet al te lange tijd wel zal moeten inslapen, omdat de gekonstateerde afwij ing de hond helse pijnen zal gaan bezorgen.

Wel, dr. Claessens schreef het reeds in zijn artikel: er zijn honden die tot in lengte van jaren vrijwel ongemerkt met een ernstige aandoening kunnen leven. Dierenartsen zijri het nog lang niet altijd eens over de vraag of een hond met heupdysplasie getemperd moet worden in zijn bewegingen. Er zijn er die dat zullen beamen en u adviseren hem geen inspannend werk meer te laten verrichten noch hem mee te nemen op lange wandeltochten. Anderen daarentegen zijn een andere mening toegedaan. Zij menen dat juist de dagelijkse beweging een goede kans biedt om stijfheid in de gewrichten te voorkomen en dat juist door die beweging een betere spierbundeling wordt gevormd die de dijbeenkop vaster in de kom zal houden.

Hoe het ook zij, u zult snel genoeg bemerken tot hoever u kunt gaan. Hem reeds stilleggen voor z'n tweede levensjaar is, naar mijn gevoel, wreder dan het dagelijkse portie beweging waarbij wel goed gelet moet worden op de gedragingen, zodat de hond niet te zwaar wordt belast. Feit is wel dat hij zeker niet te zwaar mag worden. Een goed gedoseerde voeding zal overwicht kunnen voorkomen.

Operatie

Bij een vastgestelde ernstige vorm van HD, waarbij op dat moment geen botwoekeringen aanwezig zijn, kan men overgaan tot een drievoudige osteotomie van het bekken (het bewerkstelligen van een betere,aansluiting door middel van het kantelen van het bekken over de heupkop). Ook het aanbrengen van een prothese behoort tot de mogelijkheden, daarbij wordt de dijbeenkop en de heupkom vervangen door kunststof of metalen delen. Er wordt, wanneer de hond veel pijn heeft, wel eens overgegaan tot het verwijderen van een spier (de pectineus) die langs de binnenzijde van het dijbeen loopt tot bo- ven het heupgewricht. Door deze ingreep wordt de druk van de dijbeenkop op de kom weggenomen, waarmee tevens de pijn vermindert. Therapeutisch heeft het evenwel geen effekt. Het behoeft waarschijnlijk geen betoog dat de hond na dergelijke ingrepen uitgesloten blijft van een verantwoorde fokkerij.