Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Eet m'n pup te veel of te weinig?


Wie met een Jong hondje begint, dus een pup aanschaft, heeft zich, als het goed is, terdege op de komst van het beestje voorbereid. Informatie bij de fokker, gesprekken met ervaren honden-mensen, boeken over honden lezen, zijn de gebruikelijke methoden om aan de weet te komen hoe het straks met de pup moet.

In veel gevallen geeft de fokker een voedingslijst mee, die aansluit op wat de puppies tot dan toe gehad hebben. Men doet er verstandig aan die te volgen. De hondjes zijn aan dat eten gewend. Plotselinge verandering kan tot darm- en Ingewandstoornissen leiden. Wil men bijvoorbeeld op een ander merk droogvoer overstappen, doe dat dan geleidelijk. Dat wil zeggen vermeng het tot nog toe gebruikte eten in langzaam toenemende hoeveelheden met wat u wenst te gaan voeren.

Geeft u een kant-en-klaar voer, of moet u het eten zelf samenstellen? Hierover zijn de opvattingen radicaal tegengesteld. Waar u ook voor kiest, zorg ervoor dat uw pup hoogwaardig eten krijgt voorgezet. De meeste droogvoerfabrikanten hebben speciaal voor puppies bestemde brokken en diner. Als u zelf zijn prak bereidt, dan moet u op de hoogte zijn van wat de pup allemaal nodig heeft. U ruim informeren over de voedingswaarde van de verschillende ingredienten, is in dit geval geen overbodige luxe.

De pas bij u in huis genomen pup heeft méér dan een a twee maaltijden per dag nodig. Als het goed is, staat dat op de voedingslijst die u heeft meegekregen. Een veel gestelde vraag luidt: hoeveel moet hij per maaltijd krijgen? Een algemene regel is hiervoor nauwelijks te geven. Dat is immers sterk afhankelijk van het ras. Bij een pup van een klein ras ligt dat vanzelfsprekend anders dan bij een hondje dat over zoveel maanden 40 kg gaat wegen. Je hoort nogal eens, geef hem zoveel als hij wil. Zet hem zijn gevulde bak voor en als hij door met eten op te houden aangeeft, genoeg binnen gekregen te hebben, haal dan de bak met het restant van het voer weg. Dit laatste is belangrijk omdat de pup moet leren dat er op bepaalde tijden gegeten wordt en niet de gehele dag door.

Een pup zoveel geven als ie wil kan fout gaan als hij namelijk méér eet dan hij nodig heeft. Er zijn er nu eenmaal die je "veelvraten" zou kunnen noemen. Deze dieren lopen het risico te dik te worden. En te zwaar zijn betekent een ongewenste belasting van botten en gewrichten, die juist in de groeifase erg kwetsbaar zijn. Hierdoor kunnen zich ernstige mankementen gaan voordoen. Hoe weet je of de pup te dik is? Een weinig wetenschappelijke maar in de praktijk veel toegepaste manier is dat je bij het hondje duidelijk zijn ribben moet kunnen voelen. Hiernaast is vergelijken van het gewicht met dat van rasgenoten van dezelfde leeftijd en sekse nuttig.

Het komt ook voor, dat men een slecht etende pup getroffen heeft, waar vrijwel niets in te krijgen is. Het diertje is broodmager en de eigenaar maakt zich zorgen. In dit geval is een bezoek aan de dierenarts gewenst om te laten nagaan of het gebrek aan eetlust niet aan een of andere ziekte te wijten is. Is medisch gezien alles goed en is de pup gewoon een slechte eter, dan zult u moeten uitzoeken welk hoogwaardig eten hij wel lekker vindt en dus eet. Want zeker tijdens de groei moeten de noodzakelijke voedingsstoffen, mineralen en vitamines in toereikende mate door de pup geconsumeerd worden.

Bij negen van de tien pups komen we de hiervoor gesignaleerde narigheid niet tegen. De meeste jonge honden zorgen dat ze de hoeveelheid eten binnen krijgen die ze nodig hebben. Maar mocht u het ongeluk hebben een veelvraat of slechte eter in huis gekregen to hebben, dan kan bovenstaande u misschien van dienst zijn.

J. W. Marsilje

©Belgische Herder