Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Belonen van schrikgedrag niet altijd fout


In de meeste boekwerkjes die vertellen over het opvoeden van honden staat er wel ergens iets over geschreven: Nooit de hond troosten als hij ergens van schrikt. Troosten is in de ogen van de hond 'belonen'. Je bevestigt daarmee voor de hond dat er iets heel vervelends gebeurd moet zijn, want anders deed zijn baasje wel niet zo jammerend!

Omdat troosten mensen eigen is, wordt dit steeds maar weer herhaald (het stelt niet zozeer de hond als wel de baas gerust!). Juist dit steeds maar opnieuw troosten voor alles en nog wat is voor de hond funest. Gevolg is dat hij zich steeds vaker en ook in andere situaties schrikachtig of angstig gaat gedragen. Het eerst zo rustige en open hondje wordt een geknepen bangeschijtertje. Het te pas en te onpas geruststellen en troosten van de hond heeft een zeer slechte invloed op het gedrag van het dier. Het lijkt er dus op dat troosten van honden ongewenst mensengedrag is...

Toch...

Vooral in de literatuur die wat dieper op de stof (hondegedrag) ingaat staat beschreven dat we t6ch van het voorgaande gebruik kunnen maken. Belonen dus van schrikreacties? Dat lijkt niet te kloppen. Toch is het een heel eenvoudig principe. En omdat hondebezitters er zo'n goed gebruik van kunnen maken bij het opvoeden van de hond zou het juist (!) in de eenvoudige boekjes niet onvermeld mogen blijven. Het lezen van het volgende zal duidelijk maken waar het om draait.

Beloning

Opvoeden van een hond is eigenlijk niet anders dan het afleren van al het ongewenste gedrag. Denk maar eens aan het kapot bijten van traptreden, sloffen en tafelpoten, het janken bij alleen zijn, grommen, bijten en voortdurend blaffen. Teveel om op te noemen. Natuurlijk, het is eltijd beter ongewenst gedrag te voorkomen, want dan hoef je niet te straffen en krijgt de hond geen kans iets verkeerds te leren. Je credert daarmee een situatie waarin de nadruk ligt op het belonen van (uitgelokt) gewenst gedrag in pleats van het straffen van (niet voorkomen) ongewenst gedrag. Maar hoe dan ook, veel ongewenst gedrag laat zich niet of nauwelijks voorkomen, onder andere vanwege de eenvoudige reden dat je niet altijd in de buurt bent om in te kunnen grijpen.

Hoe wordt dat (ongewenste) gedrag nu aangeleerd? Honden ontwikkelen een bepaald gedragspatroon omdat ze op een of andere manier beloond worden voor het uitgevoerde gedrag, oftewel het levert hen voordeel op zich zo te gedragen. Die beloning hoeft niet perse van ons te komen, maar kan bijvoorbeeld 'in het gedrag zelf' ontstaan. Zo is het heel goed mogelijk dat bij een voortdurend blaffende hond, de beloning in het blaffen zelf zit. Dit komt dan bijvoorbeeld omdat het blaffen de stress van de hond vermindert (stress is vaak oorzaak van voortdurend blaffen), waardoor hij zich beter voelt. De spanning van de hond ontlaadt zich als het ware door het blaffen. Dit 'beter voelen' is dan de beloning. Gevolg is dat hij blijft blaffen.

Afleren

Nu het weer afleren van die aangeleerde grapjes. Dit gebeurt door de hond steeds straf te geven als hij ongewenst gedrag vertoont. Omdat straf een negatief gevoel oplevert, zal het bedoelde gedrag steeds minder vaak voorkomen. En hoe duidelijker de straf hoe eerder de hond begrijpt wat de bedoeling is. Tot zover niets nieuws. Als nu echter de hond iets doet wat niet mag en hij reageert geschrokken op het krijgen van de straf, kunnen we de hond belonen voor het schrikken. Daardoor zal de schrikreactie nog eens flink versterkt worden. Het effect van de straf is dan stukken groter dan zonder het belonen van de schrik! Dat gaat dan bijvoorbeeld als volt. Je hebt een hond die met de regelmaat van de klok de euvele moed heeft iets van de tafel te pikken wanneer er iets van zijn gading aanwezig is. Een zeer vervelende gewoonte ( = aangeleerd gedrag) waar een halt aan toegeroepen moet worden. Omdat de belonings-prikkel die van het pikken op zich uitgaat (ha worst!) zeer sterk is, zal een 'normale' straf als een duidelijk 'FOEI!' vaak geen of onvoldoende resultaat hebben. Maar ook zijn we meestal net niet aanwezig als hij op dievenpad gaat!

Om toch grip op de situatie te krijgen gaan we het geheel in scene zetten. We maken onder andere gebruik van een zogenaamde werpketting. Dit is een stukje schakelketting met redelijk grote schakels. (Geen ankerketting natuurlijk). Bijvoorbeeld zojets waar men grote hanglampen mee ophangt. Niet de slipketting van de hond gebruiken want dan koppelt hij straks de straf aan de slipketting vast. Het moet dus een totaal andere ketting zijn en deze maakt dan ook een heel ander geluid.

De tafel wordt gedekt, net zoals anders ook. Onopvallend gaan we zelf uit de kamer weg en geven daarmee de hond een uitnodiging. Vanachter bijvoorbeeld een deur houden we hem goed in de gaten. Op het moment supreme (hij staat met zijn snuit in het vleesbakje te graaien) gooien we onderhands(!) vanachter de deur, en zonder iets te zeggen, het werpkettinkje tegen de achterkant van de hond. Let op! Hij mag absoluut niet zien waar de straf vandaan komt, dus we zorgen dat we onzichtbaar zijn. Zonder twijfel zal de hond zich een hoge bloeddruk en bleke lippen schrikken, want waar kwam nu dat gekke ding vandaan?

Als dan de hond al niet voor steun naar de baas op zoek gaat, dan moeten we hem roepen. En troost hem dan maar! TROOST. Het kan niet op. Hoe beter de bevestiging dat er iets akeligs gebeurde, hoe eerder de hond van het dievenpad af zal zijn. De werpketting halen we pas op als de hond dit niet kan zien.

Natuurlijk moeten we zoiets verscheidene keren doen want honden zijn slim en proberen na een tijdje gewoon weer of het dan we! lukt. Altijd geldt dat, wat een bepaalde tijd nodig heeft gehad om een gewoonte te worden, ook zo'n tijd nodig heeft om de gewoonte af te bouwen. (Eigenlijk om te bouwen tot een gewoonte om niet te pikken.)

Om er in zo'n situatie zeker van te zijn dat alles gaat zoals het moet, is het wenselijk eerst je instructeur te raadplegen. Die zal je met alle plezier willen helpen.

Godfried Dols

©Belgische Herder