Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Speuren in de sneeuw


Sneeuw komt in ons land niet zo vaak voor. Er valt gemiddeld ongeveer dertig dagen sneeuw per jaar, maar heel wat jaren gaan voorbij zonder sneeuw van betekenis. Maar toch willen de meesten onder ons ook buiten het examenseizoen zolang als mogelijk is, blijven speuren. Januari en februari zijn bij uitstek de maanden van voorbereiding op een nieuw seizoen. De eerste twee maanden van het nieuwe keurseizoen staan er niet voor niets zoveel examens op de africhtingskalender in ons maandblad. Sneeuw bij temperaturen boven het vriespunt bestaat grotendeels uit water en wordt daarom natte sneeuw genoemd. De vlokken zijn dan in de regel groter dan bij temperaturen onder het vriespunt. Bij strenge vorst kunnen de sneeuwvlokjes zelfs zo klein zijn dat wel gesproken wordt van poedersneeuw of motsneeuw. Veranderen de sneeuwvlokken plotseling van grootte, dan wijst dat in de regel op een temperatuurverandering. Bijvoorbeeld bij doorzettende dooi. Bij temperaturen rond het vriespunt en buiig weer kan er ook korrelsneeuw vallen. Dat zijn witte, ondoorzichtige en meestal ronde of kegelvormige korreltjes. In tegenstelling tot hagel is korrelsneeuw nogal bros. De vorming en aangroei van natuurijs op plassen die op weilanden en akkers zijn achtergebleven is een proces dat van verscheidene factoren afhangt. Niet alleen de temperatuur, maar ook de wind, bewolking en vochtigheid zijn van grote invloed. We spreken hier wel over de lage landengebieden. Dit is niet te vergelijken met hoger gelegen- of berggebieden. Ook de diepte en de ligging van het water spelen een belangrijke rol. We weten allemaal dat op stilstaand water zich eerder ijs vormt. Maar naarmate de plassen dieper zijn duurt het langer voordat ijsvorming optreedt. Bewolking tempert 's nachts de afkoeling, maar beschermt het ijs overdag tegen de warme zon. Is de lucht droog, dan is de verdamping groot, waardoor veel warmte aan het water wordt onttrokken. Onder die omstandigheden zal het ijs ook bij een luchttemperatuur van iets boven het vriespunt aangroeien. In vochtiger lucht is dat niet het geval en zal bij temperaturen boven nul water op het ijs komen te staan. Wind versnelt het bevriezingsproces in de regel, omdat de warmte die vrijkomt bij bevriezing dan snel wordt afgevoerd. Waait het echter hard, dan wordt de bevriezing juist vertraagd, omdat het water dan goed mengt en het warme bodemwater omhoog komt. Zo ontstaan er wakken. lk denk hierbij aan de diepe karrensporen in akkers. Onder een laag sneeuw groeit het ijs in de regel minder snel aan. Het gewicht van de sneeuw kan het ijs onder water duwen. Vooral verse sneeuw is bovendien een slechte warmtegeleider, waardoor het ondergesneeuwde nauwelijks warmte verliest en de bevriezing wordt tegengegaan. Er zijn genoeg honden die niet of nauwelijks enige sneeuw van hun leven hebben gezien. Het speuren met deze honden ontaardt vaak eerder in spelen dan in speuren. Maar willen we toch eens een enkele keer speuren in de sneeuw, houdt dan goed rekening met het tijdstip van de dag. Want ook al schijnt de zon, dan wil dat nog niet zeggen dat de temperatuur ook boven nul is. Want dat hebben we toch wel nodig als we zo maar eens een keertje dit willen ervaren. Verder moeten we rekening houden of de ondergrond wel of niet bevroren is.

Besef heel goed dat het allemaal nieuw voor de hond is, pas daar alles op aan, maar zeer zeker de lengte van het spoor. Komt de temperatuur niet boven het nulpunt uit, dan is het raadzaam niet te speuren. In januari komt de zon ongeveer om 08:30 op en gaat weer om 17:15 onder. In de maand daarop is daar alweer een uurtje bijgekomen. Dus de periode van de dag die optimaal is, duurt maar heel kort. Wanneer honden veel in de sneeuw speuren, lopen we de kans dat de honden meer en meer op zicht gaan zoeken, dan via hun neus gaan speuren.

Aan de ene kant is het gemakkelijker voor de hond, maar aan de andere kant veel moeilijker. Hoe lager de temperatuur hoe minder geuren er voor de hond waarneembaar worden. Het is, hoe dan ook, weer eens een andere kijk op het speuren en we zijn weer een ervaring rijker.

Ben van Swaay