Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Cataract


Elke abnormale troebeling van de ooglens en/of de lenskapsel wordt cataract of grauwe staar genoemd. De afwijking wordt bij de mens en bij zeer veel diersoorten gezien.

Wat zijn de verschijnselen?

Cataracten kunnen op vele manieren worden ingedeeld. De troebelingen kunnen een klein deel van de lens of de gehele lens betreffen. Zij kunnen in het centrum of in de kern van de lens, aan de rand of voorin of achterin beginnen.

Bij een aantal rassen (b.v. Labrador en Golden Retriever) wordt regelmatig een min of meer driehoekig cataract centraal achterin de lens gevonden. Deze vorm breidt zich gelukkig maar zelden over de gehele lens uit en veroorzaakt dus ook niet vaak blindheid. Cataract dat in de kern ligt is vaak aangeboren omdat dat het oudste deel van de lens is. Aangeboren cataracten zijn vaak erg wit, zo wit als hardgekookt eiwit. Zich uitbreidende cataracten zien er meer grijs-blauw glazig uit. Honden kunnen natuurlijk ook op hoge leeftijd troebelingen in de lens krijgen. Deze vorm wordt seniel cataract of ouderdoms-staar genoemd. Zij zijn meestal maar klein en bevinden zich vaak maar in een oog. De belangrijkste groep van de verkregen cataracten wordt gevormd door de erfelijke vormen. Deze zijn in het algemeen beiderzijds en de lens wordt hierbij uiteindelijk bijna steeds totaal ondoorzichtig, de staar is dan rijp. Bij hoge uitzondering worden troebelingen weer spontaan opgelost en geresorbeerd. De afwijkingen doen geen pijn.

Als een klein deel van de lens door cataract troebel is geworden, kan het gezichtsvermogen nog redelijk goed zijn. Helaas breiden bijna alle vormen van cataract zich langzaam of snel uit, totdat de lens geheel ondoorzichtig is geworden. De hond registreert met dat oog dan nog wel licht en donker, maar ziet geen beeld meer. Erfelijke cataract treedt meestal beiderzijds, min of meer in hetzelfde stadium, op en begint vaak bij de achterpool of aan de rand van de lens.

Hoe en wanneer is cataract vast te stellen?

Grote grauwe- witte plekken diep in het oog, in de pupil, zijn eigenlijk door iedereen zo te zien. Kleinere plekken zijn door uw dierenarts vast te stellen met speciale lampjes en een oogspiegelapparaat. Om de vroege vormen op te sporen moeten de pupillen met oogdruppels worden verwijd en moeten de ogen met een spleetlampmicroscoop worden gecontroleerd. Dit kan alleen bij een aantal dierenartsen dat zich hierop heeft toegelegd en hiervoor ook is toegerust.

Pups kunnen al voordat ze naar de nieuwe eigenaar gaan, dus op jeugdige leeftijd (6-8 weken), maar wel na de tatoeage worden gecontroleerd op de afwijking. Dit is echter alleen van belang bij rassen waarvan bekend is dat daarbij aangeboren cataract voorkomt. Dit is dan wel een voorlopige uitslag, omdat de oogjes dan nog erg klein zijn. Door de vroege controle wordt in ieder geval voorkomen dat de pups met ernstige afwijkingen worden verkocht.

Wat is er aan te doen?

Het ontstaan en het verloop van grauwe staar zijn niet met medicijnen te remmen of te genezen. Wel is een operatie mogelijk, waarbij de ondoorzichtige inhoud van de lens wordt verwijderd. De kans op complicaties is circa 10 - 15%.

Bij een aantal andere primaire oogafwijkingen (B.V. progressieve retina atrofie PRA), kan cataract optreden als bijkomende afwijking. De patient wordt dan blind door de netvliesafwijkingen en niet door het cataract. Het operatief verwijderen van de lens is dan dus zinloos, Het is van groot belang dat de hond waarbij grauwe staar of cataract begint, binnen een aantal weken wordt onderzocht door de dierenarts die de hond moet gaan opereren. Zijn de lenzen al totaal ondoorzichtig, dan is controle van de netvliezen op PRA niet meer op eenvoudige wijze mogelijk, Aileen een flitslichtonderzoek geeft dan nog betrouwbare informatie over de toestand van de netvliezen. De dieren blijven na de operatie iets gehandicapt. Tafel- en stoelpoten, trappenlopen, kleinere sprongen etc. leveren echter geen problemen meer op.

Wat is de oorzaak

Bij de hond is verreweg de meest voorkomende oorzaak van cataract een recessief, of zeldzamer, een incompleet dominant verervend defect.

Het komt ook voor, dat cataract het gevolg is van een andere ziekte (secundair cataract). Het bekendste voorbeeld is suikerziekte. Vandaar dat bij een patient met cataract altijd wordt gevraagd of deze veel drinkt en dat bij twijfel vaak het bloedsuikergehalte wordt bepaald. Cataract door suikerziekte verslechtert in het algemeen snel. De dieren zijn dan binnen enkele maanden blind. De prognose voor de operatie is echter gunstig.

Een andere belangrijke secundaire vorm is het cataract dat optreedt in het verloop van progressieve retina atrofie (PRA). Dit is een erfelijke oogziekte van het netvlies die steeds beiderzijds optreedt en tot blindheid leidt. Ook kan na het binnendringen van b.v. een kattenagel of een doorn in het oog, lenstroebeling ontstaan.

Hoe kan cataract worden voorkomen?

Honden met verschijnselen van erfelijk cataract, dienen te worden uitgesloten van de fokkerij. Ook de ouderdieren kunnen beter niet meer voor de fok worden gebruikt. Indien het aantal voor de fokkerij beschikbare dieren dit toelaat, kunnen ook broers en zusters beter niet voor de fok worden ingezet, omdat er een grote kans bestaat dat ook zij erfelijk drager van de ziekte zullen zijn.

J. Wiersma

De tekst van dit artikel is gebaseerd op de uitgave: "Erfelijke Oogafwijkingen" van de W. K. Hirschfeld Stichting (1993).

©De Belgische Herder.