Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Ontwormen in brede zin


Vaak krijg ik als dierenarts vragen als: Met welk middel kan ik mijn hond het beste ontwormen? Hoe vaak moet ik mijn hond ontwormen? En andere vragen die betrekking hebben op dit onderwerp.

Meestal kan ik hier geen pasklaar antwoord op geven omdat een en ander samen gaat met eventuele klachten, de leeftijd, het geslacht, het voedsel en de omgeving van de hond. Laat ik daarom eerst de verschillende soorten wormen die onze honden parasiteren op een rijtje zetten:

Behalve deze groepen, waarvan de spoelwormen en de lintwormen het vaakst voorkomen en ook de meeste problemen veroorzaken, komen nog enkele andere zeldzame wormsoorten voor.

Spoelwormen

De spoelworm is een ronde gladde worm in lengte variërend van enkele cm's tot 18 cm. De kleur is bleekgeel tot roodachtig. Als deze wormen in braaksel of ontlasting worden aangetroffen, doen ze wel denken aan elastiekjes die soms opgerold zijn.

De spoelworm, die normaal in de dunne darm van de hond zit, heeft de volgende kringloop. Elke worm produceert per dag duizenden eitjes die met de ontlasting naar buiten komen. Een hond kan zichzelf infecteren door deze eitjes op te eten of op te likken. De hond hoeft daarvoor geen ontlasting te eten, maar kan zich ook besmetten omdat hij bijvoorbeeld zijn voetzool schoon likt na een wandeling in het park. Uit zo'n eitje ontwikkelt zich een larve die op zijn beurt zich uiteindelijk tot een volwassen spoelworm ontwikkelt.

Bij de teef doet zich nog iets speciaals voor. De teef heeft in de spieren een aantal larvenstadia die in rust verkeren. De larven komen vrij in de bloedbaan tijdens de loopsheid en op het einde van de dracht. Deze larven zorgen ervoor dat de pups al voor de geboorte besmet worden via de navelstreng.

Bovendien komen deze larven voor in de nnoedermelk van de teef en dus ook na de geboorte worden de pups voortdurend besmet. De teef op haar beurt, besmet zichzelf ook weer door de geInfecteerde ontlasting van de pups te consumeren. Bijna alle pups in Nederland zijn besmet met wormen. Dit is met geen enkel wormmiddel te voorkomen! Wel met wormmiddelen is te voorkomen dat deze spoelwormen de pup ziek maken. Een goede regel is daarom pups te ontwormen op twee en zes weken en op de dag dat ze naar een volgende eigenaar gaan. Later kunnen ze dan nog eens ontwormd worden, tegelijkertijd met de vaccinaties.

Fokteven moeten tegen het einde van de loopsheid, tien dagen voor en twee tot zes weken na het werpen ontwormd warden.

Een ander punt van aandacht is dat mensen, met name kleine kinderen, zich ook kunnen besmetten door opname van spoelwormeieren via de mond. De larve ontwikkelt zich dan niet tot spoelworm, maar boort zich door de darmwand en wordt door de bloedstroom meegenomen. Meestal merkt men hier niets van, maar de larve kan ook ergens in het lichaam vastlopen en een plaatselijke ontsteking veroorzaken, sours op gevaarlijke plaatsen, zoals het oog bijvoorbeeld.

Mede vanwege dit gevaar voor kleine kinderen moeten ook volwassen honden, die in tegenstelling tot pups, veel minder gevoelig zijn voor spoelworminfecties, toch regelmatig ontwormd worden. Een goede regel is drie tot vier keer per jaar, vooral als u jonge kinderen in huis heeft. Is dit niet het geval, dan is 66n maal per jaar bijvoorbeeld tegelijkertijd met de enting voldoende. Het spreekt voor zich, dat men natuurlijk altijd moet ontwormen als men in het braaksel of ontlasting wormen aantreft.

Lintwormen

Bij de honden in Nederland komen meerdere soorten lintwormen voor. De meeste lintwormen zijn platte wormen die geleed zijn en waarvan de lengte varieert van 10 cm tot 5 meter. Een verschil met de spoelworm is dat de lintworm een zogenaamde tussengastheer nodig heeft.

Afhankelijk van de lintwormsoort kan dit een vlo, een muffs, een rat, een haas, een rund, e.d. zijn. De meest voorkomende lintwormsoort heeft de vlo als tussengastheer. Aileen door een vlo op te eten kan een hond zich met deze lintwormsoort infecteren. Een infectie van een lintworm wordt meestal ontdekt als men enkele geledingen op de ontlasting of rond de anus aantreft. Deze geledingen, die ten onrechte soms "maden" worden genoemd, bewegen en zijn, als ze onder een microscoop bekeken worden, eigenlijk niets meer dan een zak met eieren. Soms vindt men deze geledingen in een ingedroogde staat en dan lijken ze het meest op rijstkorrels.

Deze lintworm heeft de volgende kringloop: de vlo eet de "maden" of "rijstkorrels"; in de vlo groeit het ei uit tot een blaasworm; de hond infecteert zich door zo'n besmette vlo op te eten; uit die vlo, die in de maag en darm wordt verteerd, ontwikkelt zich via het larvestadium weer een lintworm.

De lintworminfectie is niet aan een bepaalde leeftijd gebonden en het is daarom, onder normaal hygienische omstandigheden, ook niet nodig een wormmiddel voor pups te gebruiken dat de lintworm doodt.

Het is wel noodzakelijk om bij een lintworminfectie de vlooienbestrijding aan te scherpen.

Een andere, minder vaak voorkomende wijze van besmetting is via vers vlees of slachtafval. De besmetting via deze weg kan men voorkomen door het vlees of slachtafval eerst goed te koken.

Hoe vaak moeten we nu bij onze hond een middel tegen lintwormen gebruiken? In ieder geval altijd als u lintwormsegmenten op ontlasting, rond de anus of in de mand vindt. Vervolgens is het een goede gewoonte om de hond eenmaal per jaar een breed-spectrum ontwormmiddel te geven dat werkzaam is tegen alle wormen.

Een breed-spectrum ontwormmiddel is een middel dat tegen meerdere wormsoorten kan worden gebruikt. In Nederland zijn maar twee pillen in de handel die werken tegen alle bekende wormsoorten. Deze pillen zijn vrij duur maar kosten ongeveer net zoveel als zou men de wormsoorten met verschillende aparte pillen bestrijden.

Overige wormen

Zweepwormen en haak- of mijnwormen komen in Nederland veel minder vaak voor en veroorzaken vooral chronische darmklachten en bloedarmoede. Als men jaarlijks een breed-spectrum ontwormpil aan de hond geeft, hoeven deze wormen zeker geen aanleiding te geven tot klachten.

Sporadisch kunnen bij de hond longworm, haarworm, aaltje, nierworm en hartworm voorkomen.

Enkele algemen opmerkingen over het ontwormen

Laat u bij het kiezen van een ontwormmiddel adviseren door uw dierenarts. Hij weet welk middel bij welke worm gebruikt moet worden. Het heeft bijvoorbeeld geen enkele zin om pups standaard te ontwormen met dure zogenaamde breed-spectrum ontwormnniddelen. De stof die werkzaam is tegen lintwormen, maakt de pil duur en is bij pups overbodig.

Weeg altijd uw pups of volwassen hond bij het ontwormen.

Overdoseren kan schadelijk zijn en onderdoseren is zinloos omdat de wormen dan niet afgedreven worden.

Ontwormen is altijd een monnentopname. Met andere woorden, de ontwormingspil of -pasta heeft geen langdurige werking. Een dag na de ontworming kan de hond zich weer opnieuw besmetten. Alle wormen verzwakken de conditie van uw hond en kunnen, behalve misselijkheid, braken, diarree en vermagering, er ook voor zorgen dat entingen niet goed aanslaan en dat de hond vatbaarder wordt voor allerlei ziektes.

Sommige middelen verlammen een worm die men dan later in de ontlasting kan vinden. Andere middelen doden een worm die vervolgens direct verteerd wordt. Het niet vinden van wormen in de ontlasting is dus niet bewijzend dat er geen sprake was van een worminfectie.

Hygiene, waaronder vlooienbestrijding, is altijd belangrijk om (her)besmetting te voorkomen.

Nota bene

In dit artikel zijn met opzet geen stof- of merknamen genoemd omdat dit misschien een onjuist beeld zou geven van wat er op dit gebied voorhanden is. Elk middel heeft zowel voor- als nadelen. Laat u vooral niets wijs maken en vertrouw op het advies van uw dierenarts.

B. Heemskerk, dierenarts te Oegstgeest.