Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - De dekking


Een aspect van het hondse

De dekking bij honden is een van de elementen van het voortplantingsproces. En een zeer essentieel element, want zonder dekking worden er negen weken later geen pups geboren. Het is'altijd nuttig en interessant om je of te vragen hoe dat vandaag de dag nog toegaat bij de verre voorvaders van onze gedomesticeerde honden, bij de wolven dus. Aan te nemen is dat, voordat de hond vele duizenden jaren geleden huishond werd, het toen ook bij de honden zo geregeld was.

Wolven

Er is vooral in die noordelijke gebieden waar nog wolven voorkomen, veel onderzoek gedaan naar het gedrag van deze dieren. In het kader van de voortplanting is wezenlijk om vast te stellen dat de wolven in groeps- of roedelverband leven. Groepjes van zes a zeven wolven. In mensen termen een 'gezin', soms uitgebreid met enkele 'vreemde' wolven die zich bij de roedel hebben aangesloten.

Binnen zo'n groep heeft zich een strakke rangorde ontwikkeld. Deze gezagsvolgorde is nodig om als groep te kunnen functioneren. Het voorkomt onderlinge gevechten op leven of dood, die een bedreiging voor het voortbestaan van de roedel zouden kunnen betekenen. De rangorde is ook noodzakelijk bij de jacht op prooidieren. leder weet zijn plaats en taak bij het veroveren van buit.

Een van de dieren is de leider: de alphahond. Die is de baas van de gehele roedel. Dit kan een reu zijn, maar ook een teef. De alpha-hond moet de sterkste en slimste zijn want zijn leidende positie wordt regelmatig op de proef gesteld. Verliest hij van een andere hond in de rangordestrijd, dan is het met zijn leiderschap gedaan. Soms verlaat de gewezen alpha-hond de roedel om alleen zwervend verder te gaan. Meestal betekent dat op korte termijn zijn ondergang. Regel is nu, dat deze twee alpha-dieren voor de voortplanting zorgen. De alpha-reu verdraagt niet dat andere seksgenoten zich met deze activiteit bezighouden en de alpha-teef accepteert geen reu die lager in rang is. Ook verhindert de alpha-teef dat andere teven gedekt worden. Ook al zou de roedelleider zich voor een van de andere dames bijster gaan interesseren, zijn 'echtgenote' voorkomt dat er iets gebeurt.

Wolven zijn hierdoor sterk monogaam. Dit wil zeggen dat ze veelal een vaste partner hebben. De dominante reu en teef vormen het paar binnen de roedel. Aileen zij krijgen welpen. In de nawinter vindt de dekking plaats. Negen weken later, in de lente dus, wordt het nest geboren. Een gunstige tijd voor de jonge dieren met de zomer in het verschiet. Meestal brengt een worp vier tot zes pups ter wereld. Ouders en de andere roedeldieren beschermen en verzorgen de kleintjes. De natuur heeft het zo geregeld dat slechts de twee krachtigste wolven voor de voortplanting in aanmerking komen. Redelijkerwijs houdt dat overdracht van hun kwaliteit op de pups in. Dit neemt niet weg dat er minder valide nakomelingen geboren kunnen worden. Welpen die ziekelijk zijn, zich niet staande kunnen houden of op een andere manier uit de toon vallen, zijn geen lang leven beschoren. De natuur selecteert met harde hand. Slechts het beste is goed genoeg. Op deze wijze wordt gezorgd voor het voortbestaan van de soon, terwijl aan de andere kant een te grote uitbreiding van het wolvenbestand voorkomen wordt.

Bij de honden

Heel wat van wat we bij de wolven signaleerden, herkennen we bij onze honden. Om ons tot de voortplanting te beperken, constateren we voor wolf en hond een draagtijd van ongeveer negen weken. Bij alle hondachtigen (wolven, jakhalzen cyoten, vossen, honden) komt bij de paring het z.g. 'hangen' of 'vastzitten' voor. Reu en teef zijn dan gekoppend. En dit duurt soms langer dan twintig minuten.

Maar er is door de domesticatie ook veel veranderd. Dat honden in de vrijheid in roedels leven, komt misschien hier en daar in vrijwel onbewoonde streken of in onderontwikkelde gebieden nog voor. In onze samenleving is dit iets dat tot het verleden behoort. Bij ons gaat het om een of enkele huishonden. Bij meer dan een, is er een de baas. En als het een flink aantal dieren betreft, worden ze in kennels gehouden. Onder de samen in een kennel levende honden komen we overigens net als in de natuur een duidelijke rangorde tegen. In zo'n situatie kunnen zich echter problemen gaan voordoen. We komen in een ander artikeltje hier in de toekomst op terug. Sporadisch treffen we de 's nachts loslopende erfhond nog aan die tot taak heeft ongewenste lieden uit de buurt te houden. Hoe dan ook, het is de mens die het doen en laten van de hond georganiseerd heeft.

Het komt voor dat reu en teef samen in huis of in de kennel gehouden worden. En dat van beide verwacht wordt dat ze voor een nest pups gaan zorgen. Men kan die twee dan als een paar beschouwen, maar een paar met beperkte emotionele bindingen. De reu zal in elk geval geen bezwaar maken om ook andere teven het hof te maken. In menig geval zal ook de teef er geen been in zien om elders door een andere reu dan haar kennelgenoot gedekt te worden.

Anders dan bij de wolven die eenmaal per jaar loopt worden, gebeurt dat bij onze gedomesticeerde teven jaarlijks zo'n twee keen De cyclus kan wat langer dan zes maanden zijn, maar maximaal om de negen maanden mag op een loopsheid gerekend worden. De zorg voor de pups berust in eerste instantie bij de moederhond. De hulp die de wolvin bij de verzorging en opvoeding van de pups van haar roedelgenoten krijgt, wordt door de mens overgenomen. De baas heeft de rol van de alpha-reu overgenomen.

Hij dient na een paar weken voor aanvullend voedsel te zorgen. Hij moet zich doen gelden in het speel- en leerproces dat voor de pups al na enkele weken begint. Huisgenoten en kennissen kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Ze kunnen vergeleken worden met het roedelvolkje bij de wolven. Met dit verschil, dat bij die dieren alles vanzelf, wat instinctmatig gaat, terwijl de mens te horen moet krijgen hoe hij zich bij de pups heeft te gedragen. De baas dus in de rol van de alpha-dier. En niet alleen in tijden dat er een nest is. Onze honden verwachten van de baas overwicht, leiding en consequentie. Van de baas gaat ook het initiatief uit. Hij bepaalt wanneer er gespeeld wordt en wanneer het spel afgelopen is. Als het leiderschap van de baas het laat afweten, zal de hond de leiding proberen over te nemen. De hond wordt dan in onze menselijke optiek 'probleemhond', terwijl het in feite de baas of bazin is die gefaald heeft.

De regelende mens

Voor de hondenliefhebber is het hele gebeuren dat met de voortplanting samenhangt, een van de meest interessante aspecten van de kynologie. Hij heeft zich immers tot taak gesteld het ras waaraan hij verknocht is, in stand te houden en zo mogelijk te verbeteren. Wanneer het nest gemiddeld beter is dan de moederhond, mag de fokker al van succes spreken. Om misverstanden te voorkomen, de fokker moet voor alles zorgen voor een kwalitatief goede teef, want fokken met een middelmatige hond heeft meestal niet veel zin. Kwalitatief goed in de ruimste zin van het woord: exterieur, karakter en gezondheid.

De keuze van de reu is vervolgens een interessante bezigheid in de fokkerij. Duidelijk is dat de kynoloog hiervoor een behoorlijke kennis van het (internationale) bestand moet hebben of daarover geinformeerd moet kunnen worden door bijvoorbeeld ervaren fokkers of een fokcommissie. Voorop te stellen is dat we een reu zoeken die duidelijk boven het gemiddelde uitsteekt. Het ging ons immers om een nest dat gemiddeld beter is dan de moederhond. De reu hoeft lang niet altijd de prominenste kampioen te zijn die er rondloopt. Want essentieel is dat we wat we in de teef tekortkomen, proberen aan te vullen met de goede eigenschappen van de reu. En dan maar hopen dat elk van beide juist de goede kwaliteiten doorgeeft en de foutjes wegwerkt. Een combinatie van twee kampioenen, reu en teef, kan zelfs ongewenst zijn. Als die beide namelijk dezelfde fout of foutjes hebben, zouden die manco's versterkt in de pups kunnen voorkomen. Gelukkig blijft fokken, ondanks het feit dat we alles zo goed mogelijk rationeel afwegen, veel aspecten van onzekerheid en van geluk of pech bevatten. Want hoe vererven reu en teef bijvoorbeeld ten aanzien van wat we juist zo graag bij de pups willen tegenkomen?

Is de keuze van de reu eenmaal gemaakt en zijn de afspraken over de dekking met de eigenaar van de reu rond, dan wordt het wachten op de loopsheid. De juiste dag voor de dekking ligt gewoonlijk tussen de 9de en 13de dag van de loopsheid. Maar dit is geen wet van Meden en Perzen. Er zijn veel voorbeelden aan te halen van teven die zich in die periode niet lieten dekken en soms zelfs pas tegen de twintigste dag zover waren. Of de teef eraan toe is, kan nagegaan worden door haar te presenteren aan een in de buurt wonende reu. Met beide dieren aan de lijn en oppassen dat er niet echt wat gebeurt, is meestal al gauw vast te stellen of onze teef 'willig' is. Het is ook mogelijk het juiste moment van dekking door de dierenarts te laten bepalen. Deze laatste methode heeft voordelen als u met de teef ver van huis moet. U voorkomt dan elders bij die vreemde reu een situatie waarin uw teef het kan laten afweten.

Een teef die er nog niet aan toe is, wil zich namelijk nog wel eens heel nors gedragen. Ze kan de reu afsnauwen en door hem flink te bijten, aangeven dat hij van haar moet afblijven. Menige reu heeft zich in zo'n geval gewonnen. Ook komt het voor dat een reu van een onrijpe teef niets moet hebben. Zijn instinct zegt hem dat het nog niet zover is.

Normaal is dat een 'willige' teef haar door ons uitgekozen echtgenoot accepteert. Wij hebben immers als roedelleider dat besluit genomen. En belangrijker is, dat voor de teef tijdens die dagen slechts een ding telt: haar hele wezen drijft haar naar de reu omdat er pups dienen te komen ter instandhouding van de soort.

Na inleidend en verkennend spel geeft ze door te gaan staan en de staart opzij te houden aan dat ze zover is. De ervaren reu weet dan wat hem te doen staat. Bij een onervarene kan het nog wel even tobben zijn. Hij weet instinctief wat ervan hem verwacht wordt, maar de fijne kneepjes moet hij in de praktijk nog leren.

Dekking en vooral de geboorte later zijn fascinerende gebeurtenissen. Fascinerend omdat we geconfronteerd worden met een natuurlijk gebeuren dat, ondanks al wat we erover gelezen hebben en in de loop der tijd aan ervaring hebben opgedaan, altijd weer iets verrassends met zich mee kan brengen.

J. W. Marsilje.