Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Dominantie en wat daarmee samenhangt


Menig hondebezitter neemt het woord 'dominant' in de mond en heeft het dan over een bepaald gedrag van zijn viervoeter:

Dit zijn wel de meest extreme vormen, maar waarschijnlijk zult U zelf uit eigen ervaring enkele tussenvormen herkennen in het gedrag van uw eigen hond.

Wat betekent dominant? Niets meer en niets minder dan de baas zijn over. Wanneer een baas dus zegt van zijn hond dat deze zo dominant is, dan wil dit dus zeggen dat de hond de baas is; de hond maakt dan kennelijk de dienst uit. Een hond is nl. net zo dominant in gedrag als hij van zijn baas ruimte krijgt om te zijn. Natuurlijk is het zo, dat het ene ras wat temperamentvoller en eigenwijzer is dan het andere, wat samen kan gaan met de neiging om wat eerder dan de gemiddelde hond 'op zijn strepen te gaan staan'. Ons eigen ras heeft daar ook een handje van. Misschien nog overgebleven uit het grijze verleden, toen onze herder nog echt in funktie was en snel en zelfstandig moest kunnen opereren. Dat vereist o.a. een grote mate van onafhankelijkheid.

Door de selectie van de menselijke herder op de juiste eigenschappen van zijn hond, is o.a. deze onafhankelijkheid en snelheid van werken goed verankerd in het genenmateriaal. Natuurlijk is er door allerlei oorzaken dikwijls een verwatering van karaktertrekken vast te stellen en zal niet iedere Herder perse deze eigenschappen bezitten, maar de basis is nog wel aanwezig.

Als baas zul je je hond goed moeten leren kennen, om op de juiste wijze en op het juiste moment invloed uit te oefenen op je hond, en wel zo, dat je als baas DUIDELIJK en ALTIJD de leider bent, maar zonder je hond te breken. Want temperament en onafhankelijkheid/eigenwijsheid zijn waardevolle en onmisbare eigenschappen in een goede (werk)hond, MITS de baas de leider is en deze karaktertrekken goed onder controle heeft.

Een dergelijk hond zal ook vaak 'verzet' tonen, d.w.z. in lichte mate tegen de baas in opstand komen, wanneer hij flink onder appel gezet wordt. Het spreekt vanzelf, dat een dergelijk verzet (op zich een positieve reactie) nimmer mag ontaarden in een 'staatsgreep', een gooi naar de macht: het leiderschap.

Dit verzet plegen moet niet verward worden met het dreigen, dan wel agressief uitvallen naar de baas op grond van gebrek aan leiderschap van de baas. In een dergelijk geval is de hond NIET ONDERGESCHIKT aan de baas. Zo'n uitval is dan ook serieus bedoeld. In een dergelijke situatie dient de baas hard en onverbiddelijk op te treden; doet hij dit niet en laat hij zich imponeren, dan is hij definitief ondergeschikt aan zijn hond en het leiderschap kwijt. Een dergelijke situatie is zoals te begrijpen, hoogst ongewenst!

Een hond, die zich agressief opstelt t.o.v. soortgenoten is niet per definitie dominant. Hij kan het ook zijn, maar is in eerste instantie:

Een hond, die zich agressief opstelt t.o.v. gezinsleden en/of andere mensen is:

Een ongehoorzame hond met dreiggedrag t.o.v. de baas is domweg de ranghoogste van de twee, want onderwerpt zich niet aan zijn leider = de baas. Vanuit de hond gezien is dit (wan)gedrag volkomen natuurlijk. Een hond, die niet in een roedel opgroeit of onvoldoende contact heeft met soortgenoten van allerlei leeftijden in de eerste drie maanden van zijn leven, zal in zijn verdere leven 'gestoord' gedrag tegenover soortgenoten vertonen:

Beide vormen van gedrag hebben eenzelfde oorzaak. De verschijningsvorm hangt samen met de mate van zelfbewustheid van de hond in combinatie met - aangeboren - strijddrift.

Een hond met rangordeproblemen t.o.v. de baas zal zich onzeker voelen; hij is nl. niet overtuigend de leider, maar nu eens wel, dan weer niet. Zo'n hond kan zich dan ook de ene keer 'normaal', de andere keer agressief opstellen op grond van zijn onzekerheid, zeker wanneer daarbij de baas bij het voorafgaand imponeer/dreiggedrag niet optreedt.

Een goed gesocialiseerd hond, die een baas heeft die ook de baas is, dus de ranghoogste is, zal zich als hond 'gelukkig' voelen; hij weet nl. waar hij aan toe is. Zo'n hond heeft - bij een verdere normale karakteraanleg - zelfvertrouwen. Zo'n hond zal zijn soortgenoten open en vrij tegemoet treden. Overdreven imponeer- of dreiggedrag - zonder enige aanleiding daartoe - zal hij niet vertonen. Zelfbewust zal hij zich door de ander onder de staart laten besnuffelen. Die geur vormt immers zijn visitekaartje. Simpel gezegd in mensengedrag: 'Jansen is de naam, prettig kennis te maken'. Dan zal hij op zijn beurt kennis nemen van de geur -visitekaartje - van de ander. Daarna zullen beiden huns weegs gaan.

Slechts bij imponeer/dreiggedrag van de ander zal hij letterlijk 'laten zien' wie hij is. Is de ander ranghoger, dan zal hij de ander ook als meerdere erkennen. Zijn beide honden even hoog in rang, dan kan het imponeer- en dreiggedrag en het om elkaar heen draaien enige tijd duren. Het gedrag, eventueel alleen al de aanwezigheid van de respectievelijke bazen kan beslissend zijn voor het verdere verloop van deze 'confrontatie'.

Een goed gesocialiseerde hond met een baas, die ook de baas is, zal zich dus per definitie ook sociaal = prettig in de omgang met mens en dier gedragen. Zo'n hond hoeft zich niet steeds waar te maken t.o.v. een ander; hoeft zich ook niet bij voortduring agressief op te stellen, als het ware al bij voorbaat. Juist de onzekere honden en honden met een 'slappe' baas gaan dikwijls van het standpunt uit: de eerste klap is een daalder waard: eerst vechten en dan zien we wel weer verder.

Het vervelende is echter, dat zo ook honden met een normaal gedragspatroon maar met een redelijke portie strijddrift na een x-tal 'ontmoetingen' met gedragsgestoorde soortgenoten zelf ook vechtgedrag kunnen gaan vertonen, met alle gevolgen van dien. Het is dus zaak van de baas om het gedrag van honden in het algemeen goed te 'lezen', zodat men preventief kan optreden wanneer dit nodig is.

Maar het allerbelangrijkste is wel om de hond goed te socialiseren met soortgenoten in zijn vroege jeugd en als baas de ranghoogste te zijn en... te blijven! Dan is de basis gelegd voor een fijne karakterhond. En wanneer baas en hond dan ook nog een team gaan vormen kan men werken aan de opbouw van een fijne werkhond.

En... trainen met je hond, is gezond voor baas en hond!

Jeanet Boon