Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Heeft uw hond een gezond gebit?


De hond heeft een scheurgebit, d.w.z. dat het geschikt is om een gevangen prooi vast te houden, te doden, stukken vlees los te rukken en uit elkaar te scheuren. Het gebit speelt een belangrijke rol als het gaat om aan te kunnen vallen, te kunnen verdedigen en om te kunnen communiceren (denk aan tanden laten zien).

Bovenstaande geeft al aan dat indien wij onze hond uitsluitend week voer geven, dit niet zonder problemen kan blijven. Over problemen straks meer, laten we beginnen bij het begin.

De pup wordt zonder tanden of kiezen geboren; deze komen door vanaf dat de pup 4 weken oud is. Het wisselen begint vanaf twee maanden oud en rond de zevende maand heeft de pup zijn blijvende gebit.

Aan het blijvende gebit kan ruwweg de leeftijd van de hond worden geschat. Slijtage van de verschillendde tanden is nl. leeftijdgebonden.

De verschillende elementen zijn met 1 tot 3 wortels stevig in de kaak verankerd, hetzij vlak tegen elkaar, hetzij door kleinere of grotere tussenruimten van elkaar gescheiden. Zij zijn geplaatst in de vorm van een smal hoefijzer en vormen zo de onderste en bovenste tandboog.

De scherp gekante kronen van de bovenste tandboog grijpen over die van de onderste tandboog heen als de helften van een schaar ("schaargebit").

Afwijking welke o.a. bij het schaargebit voorkomt is een relatief te lange bovenkaak, waardoor de boventanden te ver over de onderkaaktanden vallen. Deze afwijking wordt ook wel "bovenvoorbijten", "overbijten" of "snoekbek" genoemd. Oppakken van voedsel kan dan problemen geven. Fok niet met dieren die een afwijkend gebit hebben!

Het "scharen" geldt vooral voor de snijtanden (aangeduid als Ivan "incisivi") en de scheurkiezen (aangeduid als P van "praemolares"). De meer afgeronde glazuurknobbels van de achterste kiezen zijn daarentegen dusdanig ten opzichte van elkaar geplaatst, dat zij een kneuzende en verbrijzelende werking hebben. De hond is in staat beenderen te verbrijzelen en plantaardig voedsel enigszins te kauwen. De onderste hoektand past in de ruimte tussen de buitenste snijtand en de hoektand van de bovenkaak, waardoor de hond in staat is krachtig vast te bijten in de weke delen van zijn prooi. Aileen de praemolares (ook wel valse kiezen genoemd) in de boven- en onderkaak komen, als de kaken gesloten worden, niet met elkaar in aanraking, maar spelen tocheen belangrijke rol bij het vasthouden van de prooi.

Met de tandformule kunnen we zien hoeveel tanden en kiezen in een kaakhelft aanwezig horen te zijn:
melkgebit: 313 = 2 x I3 C1 P3
blijvend gebit: boven = 2 x I3 C 1 P4 M2 en onder = 2 x I3 C 1 P4 M3
(melkgebit: totaal 28 elementen; blijvend gebit: totaal 42 elementen)

Gebitsproblemen

De problemen zijn onder te verdelen in:

  1. ontwikkelingsstoornissen (o.a. blijvend melkgebit)
  2. verkregen afwijkingen (o.a. trauma, caries en tandsteen)

Hoe ontstaat tandsteen?

Een heleboel bacterien in een bedje van gelei-achtige massa. Deze massa hecht zich prima aan tanden en kiezen en wordt ook wel plaque genoemd. De vorming van plaque wordt beInvloed door de samenstelling en de zuurgraad van het speeksel. Nadat er plaque gevormd is, treedt een snelle mineralisatie op en aldus ontstaat tandsteen.

Op de plaatsen waar de speekselklieren uitmonden, is de kans dat we daar tandsteen aantreffen het grootst. Deze plaatsen zijn:

  1. ter hoogte van de hoektanden van de bovenkaak
  2. aan de wangzijde van de praemolares van de bovenkaak
  3. aan de binnenzijde van de hoektanden van de onderkaak

Ontsteking van het tandvlees (gingivitis) is een direct gevolg van tandsteenvorming. De ontsteking zit vnl. in de holte tussen het tandvlees en de tand. Deze holte wordt steeds groter en dieper (pocketvorming). Het tandvlees gaat zich vanwege de ontsteking terugtrekken en daarmee wordt de verbinding tand-tandkas aangetast. In dit stadium heeft de hond moeite met voedselopname. Het tandvlees bloedt bij het minste gerinste en het uit de bek stinken omdat voedselresten zich ophopen in de pockets is nu normaal. Bij verdergaande ontsteking gaat de tand loszitten en kan alleen nog maar getrokken worden. Regelmatig ontstaat als complicatie aan een of meerdere wortels een abces, meestal de P4 van de bovenkaak. Hierbij is een dikte onder het oog, die soms warm en pijnlijk is, waarneembaar. Een dergelijke kies moet verwijderd worden.

De gevolgen

De hond kauwt slecht of helemaal niet meer: braken en diarree kunnen het gevolg zijn.

De hond stinkt uit de bek (halitosis), de hond wordt gemeden.

Een ontstoken bek is een porte d'entree voor bacterien die elders in het lichaam ontstekingen kunnen geven, b.v. van de hartkleppen of wervellichamen, met alle gevolgen vandien.

Preventie

Het is dus zaak de vorming van tandsteen te voorkomen. Dit kunnen en moeten wij doen omdat de hond het niet kan.

Behandeling

Indien zich tandsteen heeft gevormd, dan kan dat op onderstaande wijze verwijderd worden:

Lukt het bovenstaande niet, maak dan een afspraak met uw dierenarts. Onder narcose wordt het gebit weer helemaal schoon gemaakt d.m.v. zogenaamde "scalers" en een ultrasoon reiniger.

Tijdens de behandeling kan echt goed in de bek gekeken worden (eventuele gezwellen). Loszittende elementen moeten worden getrokken. Om ontstekingen elders in het lichaam te voorkomen, kunnen medicijnen nodig zijn om dit risico te ondervangen.

Bovendien kan worden nagegaan of de onaangename geur wel veroorzaakt wordt door tandsteen. Smetlippen, vreemde voorwerpen, tumoren en een inwendig lijden (b.v. maagproblemen of nieraandoening) kunnen ook de oorzaak zijn van "ruiken" uit de bek. Let wel het een sluit het ander niet uit! Daarom is het verstandig het gebit 1 a 2 x per jaar te laten controleren door uw dierenarts. Spreekt vanzelf dat u na tandsteenverwijdewring de genoemde preventie-maatregelen in de praktijk gaat toepassen.

Onze hond kan dan !anger van alle tanden en kiezen gebruik maken. Bedenk dat een goed bruikbaar gebit onmisbaar is.

Clubblad van de Beauceronclub Nederland; Colette Faber