Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Blindheid


Het komt voor dat een hond blind is of wordt door een oogziekte of een verwonding. Het is goed om zich af te vragen wat dit voor de hond betekend. Het oog is voor de hond gelukkig een minder belangrijk zintuig. De hond leeft in een wereld van geuren en geluiden en van voelen. De ogen geven slechts aanvullende informatie en zijn veel minder goed dan die van de mens.

Aangeboren blindheid, of op jonge leeftijd verkregen (nacht)blindheid wordt bij een jonge, opgroeiende hond vaak pas in een zeer laat stadium ontdekt, omdat de hond de handicap zo goed weet te camoufleren. De hond weet niet beter. De jonge hond dolt rond en stoot zich misschien lets vaker. Soms valt alleen op dat de pup de anderen meer volgt en zelden het initiatief neemt. Ook oudere dieren passen zich ongelooflijk goed aan. Sommige dieren blaffen 's avonds wat sneller of zijn wat angstiger. Zelfs als de hond geheel blind is, zal hij het meubilair in huis prima blijven ontwijken en enthousiast blijven spelen. Ook met de bal en met de stok. Als ze maar geleidelijk aan blind worden. Totdat de meubels worden verplaatst, de stofzuiger ergens op een onverwachte plak blijft staan of de hond in een nieuwe omgeving komt. Dan pas valt de blindheid op.

Wordt de hond plots blind, dan kost het wat meer moeite en valt het aanpassingsproces meestal wel op. Als de hond voor een jacht of voor een training moet worden gebruikt zal de hond met ernstige oogafwijkingen zich af en toe stoten of verkeerd springen of er naast grijpen. Dan is er natuurlijk wel een probleem om dat werk te kunnen blijven doen. Als huishond is dat probleem er vrijwel niet. Natuurlijk moet de hond in het verkeer aan de lijn blijven. In het bos of veld of bij zwemmen in open water moet de hond binnen gezichtsafstand blijven. In huis is het beter de mand niet ergens in een hoek te zetten, maar zo te plaatsen, dat de hond bij wakker schrikken weet, dat hij achteruit weg kan; hij mag niet het gevoel krijgen in een hoek of onder tafel te worden gedwongen zonder weg te kunnen. Dat wil zeggen dat men vooral voorzichtig dient te zijn, als er kleine kinderen in de buurt zijn. Als zij bij het spelen de hond laten schrikken, kan de hond zich bedreigd voelen en uit angst bijten. Maar op zich is blindheid bij een hond geen enkele reden voor euthanasie.

Cataract

Wat is cataract?

Elke abnormale troebeling van de lens en of lenskapsel wordt cataract of grauwe staar genoemd. De afwijking wordt bij de mens en bij zeer veel diersoorten gezien.

Wat zijn de verschijnselen?

Cataracten kunnen op vele manieren worden ingedeeld. De troebelingen kunnen een klein deel van de lens of de gehele lens betreffen en in het centrum of kern, aan de rand of voorin of achterin beginnen. Bij een aantal rassen (Bijv. Labrador en Golden Retriever) wordt regelmatig een min of meer driehoekig cataract centraal achterin de lens gevonden. Deze vorm breidt zich gelukkig maar zelden over de gehele lens uit en veroorzaakt dus ook niet vaak blindheid.

Cataract dat in de kern ligt is vaak aangeboren, omdat dat het oudste deel van de lens is. Aangeboren cataracten zijn vaak erg wit, zo wit als als hardgekookt eiwit. Zich uitbreidende cataracten zien er meer grijs-blauw glazig uit. Honden kunnen natuurlijk ook op hoge leeftijd troebelingen in de lens krijgen. Deze vorm wordt seniel cataract of ouderdoms staar genoemd. Zij zijn meestal maar klein en bevinden zich vaak maar in een oog.

De belangrijkste groep van de verkregen cataracten wordt gevormd door de erfelijke vormen. Deze zijn in het algemeen beiderzijds en de lens wordt hierbij uiteindelijk bijna steds totaal ondoorzichtig, de staar is dan rijp. Bij hoge uitzondering worden de troebelingen weer spontaan opgelost en geresorbeerd. De afwijkingen doen geen pijn.

Als een klein deel van de lens door cataract troebel is geworden kan het gezichtsvermogen nog redelijk goed zijn. Helaas breiden bijna alle vormen van cataract zich langzaam of snel uit, totdat de lens geheel ondoorzichtig is geworden. De hond registreert met dat oog dan nog wel licht en donker, maar ziet geen beeld meer. Erfelijke cataract treedt meestal beiderzijds, min of meer in hetzelfde stadium, op en begint vaak bij de achterpool of aan de rand van de lens.

Hoe en wanneer is cataract vast te stellen?

Grote grauw-witte plekken diep in het oog, in de pupil, zijn eigenlijk door iedereen zo te zien. Kleinere plekken zijn door uw dierenarts vast te stellen met speciale lampjes en een oogspiegelaparaat. Om de vroegste vormen op te sporen moeten de pupillen met oogdruppels worden verwijd en moeten de ogen met een spleetlampmicroscoop worden gecontroleerd. Dit kan alleen bij een aantal dierenartsen dat zich hierop heeft toegelegd en hiervoor ook is toegerust (zie adressenlijst).

Pups kunnen al voordat ze naar de nieuwe eigenaar gaan, dus op jeugdige leeftijd (6-8 weken), maar wel na de tatoeage worden gecontroleerd op de afwijking. Dit is echter alleen van belang bij rassen waarvan bekend is dat daarbij aangeboren cataract voorkomt. Dit is weliswaar een voorlopige uitslag, omdat de oogjes dan nog erg klein zijn. Door de vroege controle wordt in ieder geval wel voorkomen dat pups met ernstige afwijkingen worden verkocht.

Wat is er aan te doen?

Het ontstaan en het verloop van grauwe staar zijn niet met medicijnen te remmen of te genezen. Wel is een operatie mogelijk, waarbij de ondoorzichtige inhoud van de lens wordt verwijderd. De kans op complicaties is circa 10-15%.

Bij een aantal andere primaire oogafwijkingen (bijv. progressieve retina atrofie of PRA) kan cataract optreden als bijkomende afwijking. De patient wordt dan blind door de netvlies-afwijkingen en niet door het cataract. Het operatief verwijderen van de lens is dan dus zinloos.

Het is dus van groot belang dat de hond waarbij grauwe staar of cataract begint, binnen een aantal weken, wordt onderzocht door de dierenarts die de hond moet gaan opereren. Zijn de lenzen al totaal ondoorzichtig, dan is controle van de netvliezen op de PRA niet meer op eenvoudige wijze mogelijk. Aileen een flitslicht onderzoek (ERG) geeft dan nog betrouwbare informatie over de toestand van de netvliezen. De dieren blijven na de operatie lets gehandicapt. Tafel- en stoelpoten, trappen lopen, kleinere sprongen etc. leveren echter geen problemen meer op. Verdere verbetering zou kunnen worden verkregen door de toepassing van een bril, contactlens of lensje in het oog. De noodzaak hiervan is echter zeer discutabel. Zij brengen behoorlijke extra kosten met zich mee en verhogen het complicatie risico. Een bril of contactlenzen zijn bij een dier moeilijk te fixeren.

Wat is de oorzaak?

Bij de hond is verreweg de meest voorkomende oorzaak van cataract een recessief of zeldzamer een incompleet dominant overervend, defect. Het komt ook voor dat het cataract het gevolg is van een andere ziekte (secundair cataract). Het bekendste voorbeeld is suikerziekte. Vandaar dat bij een patient met cataract altijd wordt gevraagd of deze veel drinkt en dat bij twijfel vaak het bloedsuikergehalte wordt bepaald. Cataract door suikerziekte verslechtert in het algemeen snel. De dieren zijn dan binnen enkele maanden blind. De prognose voor een operatie is echter gunstig. Een andere belangrijke secundaire vorm is het cataract dat optreedt in het verloop van een progressieve retina atrofie of PRA. Dit is een erfelijke oogziekte van het netvlies die steeds beiderzijds optreedt en tot blindheid leidt. Ook kan na het binnendringen van bijv. een kattenagel of een doorn in het oog, lenstroebeling ontstaan.

Hoe kan cataract worden voorkomen?

Honden met verschijnselen van erfelijk cataract dienen te worden uitgesloten van de fokkerij. Ook de ouderdieren kunnen beter niet meer voor de fok worden gebruikt. lndien het aantal voor de fokkerij niet meer beschikbare dieren dit toelaat kunnen de broertjes en zusjes ook beter niet voor de fok worden ingezet. Dit daar er een sterk verhoogde kans is dat ook zij drager zullen zijn.

Doorsnede oog

©De briard.