Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - De voortplanting bij de teef


De oestrische cyclus van de teef

De oestrische cyclus is een periodieke kringloop van hormonale veranderingen. Deze hormonale veranderingen bewerkstelligen de lichamelijke en geestelijke gesteldheid, die nodig is voor de voortplanting. Een goede kennis van deze cyclus is daarom van groot belang bij het fokken.

De verschillende fases van de cyclus

De oestrische cyclus van de teef bestaat uit vier periodes:

  1. pro-oestrus (± 9 dagen) Deze wordt uitwendig gekenmerkt door bloederige uitvloeiing, gezwollen vulvalippen, veelvuldig urineren en aantrekkelijkheid voor reuen.
  2. oestrus (± 9 dagen) De bloederige uitvloeiing en zwelling nemen af en de teef is nu bereid om zich te laten dekken. Tijdens deze fase hebben de ovulaties plaats. Pro-oestrus en oestrus vormen samen de loopsheid.
  3. metoestrus (± 2 maanden) De vulva blijft nog iets gezwollen. De teef vertoont vaak wat rustiger of slomer gedrag; halverwege deze periode kunnen symptomen van (schijn)dracht optreden.
  4. anoestrus (± 2-10 maanden) Dit wordt wel de rustperiode van het geslachtsapparaat genoemd. De duur is afhankelijk van het ras en het individu. Er zij met nadruk op gewezen dat de genoemde tijdsbestekken gemiddeld zijn en dat er een grote individuele variatie bestaat.

Het hormonale verloop van de cyclus

Tijdens de pro-oestrus wordt door de eierstokken veel oestrogeen gevormd. Dit hormoon bereidt de teef voor op de bevruchting. Op de overgang van pro-oestrus naar oestrus wordt er vanuit de hersenen plotseling veel LH (luteiniserend hormoon) afgegeven. De produktie van oestrogeen neemt daarna af en de eierstokken gaan nu progesteron (zwangerschapshormoon) produceren. Ongeveer twee dagen later vindt de eisprong (ovulatie) plaats. De produktie van progesteron stijgt daarna snel en blijft hoog tot halverwege de metoestrus. Dan daalt de concentratie van progesteron geleidelijk terwijl de produktie van prolactine (melkgifthormoon, met name bij de drachtige teef) toeneemt. Tijdens de anoestrus zijn de eierstokken weinig actief en zijn de concentraties van oestrogeen en progesteron laag.

Belang van de cyclus bij het fokken

Persisterende pro-oestrus

Hierbij wordt te weinig LH afgegeven, waardoor de teef "in de pro-oestrus blijft steken"; zij kan dan wel 6-8 weken loops blijven. Omdat er geen ovulaties optreden is de teef niet vruchtbaar. Het treedt met name bij de eerste loopsheid op.

Gespleten loopsheid ("split heat")

Bij deze aandoening stopt de loopsheid na een paar dagen en vangt dan na een of meerdere weken weer aan. Deze "pauze" kan zelfs binnen een cyclus enkele keren herhaald worden. Uiteindelijk ovuleren deze teven wel, maar het vaststellen van de vruchtbare periode is vaak een groot probleem voor de fokker.

Dektijdstipbepaling

Voor een grote kans op drachtigheid is het belangrijk de teef op het juiste moment, d.w.z. twee a drie dagen na de ovulatie, te laten dekken. De ovulatie kan nauwkeurig worden vastgesteld aan het verloop van de progesteronconcentratie in het bloed. Bij een groep normaal vruchtbare honden bleek dan 94% drachtig te worden. Bij een groep "probleemgevallen" met slechts 23% drachtigheid liep dit percentage dan op naar 78%.

Schijndracht

Bij deze aandoening vertoont de teef ± 8 weken na de loopsheid melkproduktie en/of een gedrag dat wijst op zwangerschap. Het wordt bij 20-80% van de teven waargenomen. Dit komt waarschijnlijk omdat het hormonale verloop van de nietdrachtige teef zo weinig verschilt van de drachtige. Daarom wordt schijndracht ook wel als natuurlijk beschouwd.

Baarmoederontsteking

Deze begint vaak door een ontaarding van de baarmoederwand; na verloop van tijd komt er infectie bij. De ontaarding ontwikkelt zich o.a. na langdurige inwerking van progesteron; daarom komt zij veel voor bij oudere teven in de metoestrusperiode. Injecties met progesteron of oestrogeen ter preventie van loopsheid of dracht kunnen ook de baarmoeder doen ontaarden!

Dekking

Het doel van iedere fokker is om de dekking te laten resulteren in een nest gezonde pups. Dat dit niet altijd zonder problemen verloopt is u alien wel bekend. Het eerste probleem waarmee we te maken krijgen is, of de teef Oberhaupt pups zal kunnen krijgen. Hierop zijn veel factoren van invloed. Het bepalen van het juiste dektijdstip is zeer belangrijk. het is ook belangrijk dat de conditie van de geboorteweg in een dusdanige staat is om het zaad te kunnen ontvangen waardoor versmelting van de zaadcel in de eicel mogelijk is en een innesteling in de baarmoeder tot stand kan komen.

Bacteriologisch onderzoek

Om een optimaal resultaat te bereiken, kan men het beste als volgt te werk gaan. Aan het begin van de loopsheid wordt een vaginaal uitstrijkje genomen voor bacteriologisch onderzoek. Indien uit dit onderzoek blijkt dat er sprake is van een reincultuur van pathogene bacteriën (o.a. Streptococcen, Staphylococcen, E. Coli's, Proteus of Kjebsiella's) wordt een gevoeligheidstest ingezet om te bepalen voor welk antibioticum de betreffende bacterie het meest gevoelig is. De duur van de antibioticumkuur is ongeveer 7 dagen. Sommige antibiotica mogen niet tijdens de dracht gegeven worden.

Natuurlijke dekking

Na kwantitatieve progesteronbepaling is duidelijk geworden wanneer de teef gedekt moet worden. Het is het beste om met de teef naar de reu te gaan. Dominante teven laten zich soms thuis door een minder dominante reu niet dekken. Jonge teven moeten zeker de tijd krijgen om met een reu te spelen voor ze zich ter dekking aanbieden. Onervaren reuen moeten vaak wat afgeremd en gestuurd worden; in hun enthousiasme proberen ze de teef in de flank of op de kop te dekken, waardoor het sperma buiten de vagina terecht komt. Bij een normale dekking zal de reu de vulva besnuffelen en likken en zal de teef de staart opzij houden en een sta-reflex vertonen. De reu brengt nu de nog niet gezwollen penis in de vagina (dit is mogelijk door de aanwezigheid van een penisbotje). Zodra de penis is ingebracht, beginnen de frictiebewegingen en komt de erectie tot stand. De twee zwellichamen aan weerszijden van de penis zwellen in de vagina enorm op, waardoor de reu komt "vast te zitten". Tijdens de frictiebewegingen komt gedurende 15-60 seconden spermavrije prostaatvloeistof vrij, waarna het echte sperma volgt. Daarna stapt de reu over en blijft gedurende 5-60 minuten gekoppeld staan. tijdens de koppeling verlopen er contracties over de vagina die het sperma richting de baarmoeder en de eileiders stuwen. Indien de koppeling niet plaats vindt, omdat de reu te fors of de teef te nauw is, is het verstandig om de reu toch enige tijd op de teef te houden om er zeker van te zijn dat het zaad voldoende diep in de vagina terecht komt.

Kunstmatige inseminatie

Er zijn situaties waarbij een normale dekking niet tot stand kan komen. Dan is kunstmatige inseminatie de aangewezen weg. Het zaad wordt zo steriel mogelijk afgenomen en onderzocht op hoeveelheid, concentratie, beweeglijkheid, morfologie en kleur (i.v.m. eventuele bijmengingen van bloed of pus). Dan wordt het zaad bij de teef tot voor de baarmoedermond ingebracht. We moeten de teef van achteren lets omhoog houden en door manuele prikkeling de vaginale contracties kunstmatig opwekken. Inseminatie van geImporteerd sperma (bijv. Engeland) is ook goed mogelijk, mits het sperma op de juiste wijze behandeld wordt. De resultaten van diepvries sperma zijn echter beduidend minder.

Dracht

De versmelting van eicel en zaadcel vindt plaats in de eileider; 5-7 dagen later daalt de bevruchteeicel of in de baarmoeder, waar de innesteling van het embryo pas na 17-21 dagen plaats schede vindt. De vruchten zijn over beide baarmoederhoornen gelijk verdeeld. De vruchtblazen zijn vanaf 26 dagen duidelijk in de bulk te voelen of met echografie zichtbaar te maken. Op een rOntgenfoto zijn de foeten pas vanaf 45 dagen waarneembaar. Vanaf de vijfde week dient het rantsoen opgevoerd te worden tot 1½ maal de normale dosering aan het eind van de dracht. Na de bevalling wordt de voederbehoefte veel groter, soms wel tot 3 maal de normale dosis. De verhoogde voeding dient goed verdeeld te worden over meerdere porties per dag. De gemiddelde draagtijd is 62 dagen.

Resorptie/abortus

Bij een verstoorde dracht kunnen pups tot aan de 33e dag geresorbeerd worden; daarna treedt abortus op. Bij resorptie worden de vruchten geheel "teruggenomen" en zal men weinig of niets waarnemen bij de teef. Bij abortus ziet men vaak een groene of zwarte uitvloeiing met vruchtdelen. Mogelijke oorzaken zijn:

Tussen de 55-58 dagen spreken we van vroeggeboorten.

Geboorte

De levensvatbaarheid ontstaat rond de 59e dag. Hoe groter de worp hoe korter de draagtijd; hoe kleiner de worp, hoe langer de draagtijd. Bij 3 pups of minder is echter de kans op puppiesterfte na 67 dagen dracht vergroot; dan is over het algemeen een keizersnee de aangewezen oplossing. Bij 4 pups of meer geldt dit pas op de 70e dag. Deze normen gelden natuurlijk alleen maar indien de teef geen symptomen van een naderende bevalling vertoont. Ongeveer 20 uur voor de bevalling daalt de temperatuur een halve tot anderhalve graad en het dier gaat zich voorbereiden op de geboorte. De teef zal weinig eten, soms zelfs braken, en veel defaeceren en urineren; ze is onrustig en ze maakt graafbewegingen in het nest. Het is overigens verstandig om de hond al enige weken voor de bevalling aan de werpruimte te laten wennen, waardoor ze tijdens het werpen rustig zal zijn.

Ontsluitingsfase

Tijdens deze ontsluitingsfase verliest de teef kleine beetjes vocht met soms wat bloed. De baarmoedermond wordt ontsloten. Deze fase duurt gemiddeld 12 uur, maar kan ook veel korter zijn.

Geboorteverloop

Teven die voor de eerste keer werpen, worden vaak tijdens de uitdrijving van de eerste pup nerveus. Ze weten niet precies wat ze moeten doen en de hulp van de eigenaar is in dit geval noodzakelijk. Bij de geboorte van de eerste pup moet vaak 15 tot 45 minuten geperst worden voordat de pup geboren wordt. De meeste pups worden in kopligging geboren, maar ook stuitligging is zeer normaal bij de hond. De periode die verstrijkt tussen de geboorte van de verschillende pups is ongeveer 45 minuten, maar wordt langer als de teef vermoeid raakt. Het komt echter ook voor dat de teef een uur of twee uur rust neemt en daarna weer verder gaat met werpen. De placenta's worden meestal direct met de pups afgedreven, waarna de teef de navelstreng doorbijt en de placenta opeet.

Wat te doen bij een niet vorderende bevalling

Indien er geen weeën aanwezig zijn, zullen we via de buikwand moeten voelen of er nog pups in de baarmoeder aanwezig zijn. Indien er pups aanwezig zijn, dan kan 0,1 ml per 15 kg lichaamsgewicht oxytocine worden ingespoten. Indien er na 45 minuten nog geen reactie is, is het verstandig om contact op te nemen met uw dierenarts. Als er wel duidelijk persweeen aanwezig zijn en er na 30 minuten nog geen pup is geboren, kunt u overgaan tot vaginaal toucheren. U desinfecteert de vulva en uw handen goed. hldien u in de vagina een pup voelt zitten, kunt u de persweeen versterken door de bovenzijde van de vaginawand te masseren. Eventueel kunt u ook de teef aan de voorzijde omhoog houden. Voelt u niets in de vagina, dan is het verstandig om contact op te nemen met uw dierenarts.

Uitvloeiing na de geboorte

De eerste week zal de uitvloeiing bij de teef groen zijn en in de tweede week wordt deze geleidelijk aan rood. Na ongeveer 2 weken wordt de uitvloeiing lichter van kleur en na ongeveer 3 weken moet de uitvloeiing voorbij zijn. Er kan dan nog wel eens een klein sliertje uitvloeiing uit de vulva komen.

Abnormaal verloop en nazorg

Door ondeskundig oxytocine-gebruik bestaat de mogelijkheid dat er een scheur in de baarmoeder ontstaat. Door onvoorzichtig vaginaal toucheren bestaat de mogelijkheid van beschadiging van de vagina. Baarmoederontsteking komt regelmatig voor na een bevalling, zeker als er geen goede hygienische maatregelen worden getroffen. Door achtergebleven placenta's of pups kan ook een baarmoederontsteking ontstaan. Een ander vaak voorkomend probleem is de melkklierontsteking. Het is zeer belangrijk om de pups niet van de besmette melk te laten drinken en ze eventueel gedurende 24 uur geheel van de moeder gescheiden te houden en uw dierenarts te raadplegen. Wat bij grote nesten nogal eens wordt waargenomen is dat de teef te veel placenta's heeft opgegeten. Hierdoor raakt het maagdarmkanaal van de hond ontregeld en dientengevolge loopt de melkgift terug. Als de melkproduktie bij de teef nihil is, kan men proberen 3 tot 5 maal daags gedurende de eerste 36 uur na de geboorte oxytocine-injecties te geven en de hond eiwitrijke voeding te geven. Produceert de teef te veel melk, hetgeen nogal eens gezien wordt bij het spenen van de pups, dan kan men kamfer-spiritus op de melkklieren aanbrengen (2 tot 3 maal daags) en het dier Lactafal-tabletten geven. Het is beter de teef preventief 1 a 2 dagen voor het spenen te laten vasten. Een probleem dat gezien wordt bij teven die in verhouding onvoldoende voeding opnemen en een hoge melkproduktie hebben, is eclampsie. Dit wordt meestal gezien op de tweede tot derde week na werpen, omdat dan de pus het meeste drinken. De teef gaat rillen en kan trillende bewegingen maken en/of een waggelende gang hebben en de temperatuur kan hoog oplopen, tot zelfs 42 graden Celcius. De oorzaak van deze verschijnselen is een calciumtekort; dit dient zo spoedig mogelijk door uw dierenarts te worden aangevuld. het is belangrijk dat u in dit geval de pups ook direct gaat bijvoeren.

©Het Collieblad; de heren Strikkers en Van Haaften, Dierenkliniek Sleeuwijk.