Rob's web

Home - Honden - Kynologie - De duitse herdershond - Fietsen, goed voor twee


De Duitse Herdershond is een draver met een diagonale gang. Dat betekent dat hij altijd in diagonale richting van het achterbeen ook het voorbeen in beweging zet. Daarbij overlappen de voetafdrukken (printen) elkaar. De achtervoet gaat daarbij voorbij aan de afdruk die de voorvoet heeft achtergelaten.

Het gangwerk van een Duitse herder is uitgrijpend, soepel en veerkrachtig. Het draven is er op gericht om met een minimum aan passen, een maximale afstand af te leggen. Bij dit ritmische gangwerk blijven de poten zo dicht mogelijk bij de grond, van voren uitgrijpend en van achteren stuwend. Om tot een efficiënte draf te komen is naast een goede bouw, een goede ontwikkeling van spieren en gewrichtsbanden nodig.

Te snel

Een krachtige en stevige rug is noodzakelijk voor een vloeiend en soepel gangwerk. In volle draf moet de rug vast en recht blijven. Een goed dravende herder brengt de poten naar de denkbeeldige middenlijn van het lichaam. Dit heeft tot doel het evenwicht te behouden. De Duitse herder is de enige hond met een versnelde draf waarbij de hond af en toe even volledig los van de grond is. Een goede achterhandstuwing is het belangrijkste aspect van het totale gangwerk van de hond. In normale draf loopt de hond tussen de 12 en 15 kilometer per uur. Dit verklaart gelijk voor een deel waarom onze Duitse herders willen trekken. Het menselijk tempo (ca. 6 km per uur bij normale pas) is veel en veel te laag t.o.v. van het draftempo van de hond. Een hond uitlaten in trimtempo zou de draf van de hond ten goede komen. Met de fiets als hulpmiddel kunnen we langdurig het draftempo van onze hond volgen.

Tempo hond

Fietsen met een hond moet zowel baas als hond leren. De hond moet aangelijnd, rechts naast de fiets draven. Hierbij wordt een 'gewone' halsband of een slipketting waarbij de lijn niet op stroppen staat, gebruikt. Voor de veiligheid van zowel fietser als hond, is het noodzakelijk in het tempo van de hond te rijden. Het is verstandig om de lijn dusdanig vast te houden, dat je in geval van nood de lijn kan laten schieten. Een aardig hulpmiddel bij het fietsen is de zgn. 'springer'. Wellicht overbodig om te noemen, maar je laten voortrekken door je hond of je hond constant in galop i.p.v. draf te laten lopen, is funest voor de hond.

Springer

De Springer - een Noorse uitvinding - is een handig hulpmiddel bij het fietsen. Het is een spiraalveer voor aan de fiets waaraan de hond op een veilige manier mee kan lopen. Dit apparaat past op iedere standaard heren-, dames- en sportfiets of mountainbike. Voordeel van de springer is dat de geleider zijn twee handen vrij heeft om te sturen. bovendien is het ook veilig voor de hond. Een speciaal mechanisme bevrijdt de hond direct als deze aan de verkeerde kant van een boom of lantaarn paal komt. De Springer kan aan een halsband of tuig worden gebruikt, je mag echter nooit een slipketting gebruiken. De spiraalveer van de Springer absorbeert het trekken en rukken van de hond, de geleider op de fiets merkt dit niet of nauwelijks. Wanneer de hond niet mee gaat fietsen kun je de spiraalveer van de Springer heel eenvoudig van de fiets verwijderen.

Examen

Wanneer je hond gewend is naast de fiets mee te lopen kun je een UV-examen met je hond afleggen. De uithoudingsvermogenproef (UV) werd door de VDH in 1981 ingevoerd. De proef wordt hoofdzakelijk binnen de VDH afgenomen als een van de verplichte inschrijvingsvoorwaarden om deel te mogen nemen aan een fokgeschiktheidskeuring. Gemiddeld leggen 440 Duitse herders per jaar een UV examen af. Het is een niet te onderschatten examen; gemiddeld 6 % van de deelnemende honden haalt om de één of andere reden het examen niet. Stukgelopen voetzolen en conditie gebrek zijn hierbij de meest opvallende oorzaken.

Het maximale aantal van 20 honden per examen eerder regel dan uitzondering. De volgorde van de honden is mede bepalend voor het tempo. Er dient goed rekening gehouden te worden met teven en reuen. De meer ervaren honden mogen niet het tempo bepalen. De onderlinge verdraagzaamheid mag hierbij ook niet over het hoofd worden gezien. Ondanks de filevorming, blijft het een prestatie voor iedere hond afzonderlijk. Tijdens centrale trainingen en het examen is het zaak dat een volgauto de stoet begeleidt. Zaken van aandacht zijn naast E.H.B.O. materiaal, voldoende water voor de honden en hun geleider. Een reservefiets is aan te raden. Bij mankementen is er onvoldoende tijd om b.v. een band te plakken. De meeste keurmeesters verkiezen de auto boven het volgen op de fiets.

Het begin

Een hond moet leren op de juiste manier naast de fiets mee te lopen. Een goede opbouw is hierbij belangrijk. Als je de eerste keer zomaar op de fiets stapten de hond mee laat draven, vraag je om moeilijkheden. Eerst moet, de hond wennen aan de fiets, Op en afstappen, stoppen, remmmen, links en rechtsaf enz. De voetzolen van je hond kunnen ook ernstig beschadigen als je te fanatiek van start gaan. De hond dient als het ware eerst eelt op zijn voetzolen te krijgen. Eeltvorming ontstaat onvoldoende tijdens het uitlaten, omdat de hond dan meestal op een zachte grasachtige ondergrond loopt.

Je hond moet naast de fiets in draf lopen. Wanneer hij galoppeert, dan fiets je te hard. Galopperen is een te grote belasting voor de gewrichten van de hand. Door het lopen in draf bouwt een hond een betere conditie op, omdat hierbij een goede ademhaling op gang komt die de longinhoud vergroot. Dus, laat de hond alleen in draf lopen!

Fiets in het begin 5 tot 10 minuten per dag, met om de andere dag rust. Rust is nodig om de voetzolen te laten herstellen. Voor honden tussen 1 en 2 jaar is maximaal 15 à 20 minuten fietsen meer dan voldoende. Ook vanaf de leeftijd van twee jaar dien je voldoende rustdagen in te bouwen. Wissel de afstanden (omgerekend naar tijd van 15 tot 45 minuten) per dag af. Bouw vol doende rustpauzes in. Te lang fietsen kan vermoeide (verzuurde) spieren op leveren.

Om vervolgens de hond in fietsconditie te houden, kun je volstaan met het volgende week schema: le dag 25 min, 2e dag 15 min, 3e dag rust, 4e dag 25 min, 5e dag 20 min en 6e en 7e dag rust. Een rustige opbouw is de sleutel van het uiteindelijke succes.

Warming up en cooling down zijn woorden met letterlijke betekenis. Een goed voorbereide trimmer tref ook niet zijn schoenen aan begint direct weg te rennen. Vandaar het advies om uw hond voor en na het fietsen uit te laten. Een simpelere voorbereiding is er niet.

Warm en koud

Op hele warme dagen moet je alleen in de vroege ochtend of in de avonduren fietsen. Als je hond overdag te veel aan hitte en directe zon is blootgesteld is ook het fietsen 's avonds zwaar. Bovendien kunnen honden minder goed tegen de warmte als de relatieve vochtigheid hoog is. Behalve hoge temperaturen kunnen ook direct zonlicht, zwaarlijvigheid, en te grote temperatuursverschillen oververhitting veroorzaken. Verdermoet je bij warme dagen het lopen op asfaltwegen vermijden. Door de zon kan dit zacht zijn geworden en branden aan de voetzolen van de hond. Laat je hond in de fietspauzes niet in de brandende zon liggen.

Het is beter je hond niet te laten drinken uit sloten en plassen. Niet alleen om ziektes te verkomen, maar het voorkomt dat stokje en andere ongerechtigheden in de keel blijven hangen. Wacht ook met veel water gevel tot de hond tot zekere rust is gekomen.

In de winter hebben de voetzolen het zwaar.

Het is koud en dus voelt de hond minder goed waar hij/zij op straat staat. Ook ijs kan scherp zijn en als extraatje krijgen de voetzolen ook nog eens te maken met de effecten van strooizout. Het is dus belangrijk dat de voetzolen in goede conditie zijn en de nagels niet te lang. Je moet dus regelmatig de voetzolen controleren en schoonspoelen met water. Zo nodig kun je ze invetten met vaseline of levertraanzalf. Hierdoor blijft de sneeuw niet plakken aan de zolen.

Senior

Met het stijgen der jaren neemt ook bij de hond de kans op problemen en kwaaltjes toe. Net als bij ons gaat alles bij de oudere hond ook wat trager. Het uithoudingsvermogen neemt af. Hou hier rekening mee en gun je hond wat meer tijd. Met fietsen kun je vrij lang doorgaan. Bedenk wel dat gezichts- en gehoorvermogen is verminderd. Gewrichtsslijtage maakt vaak een voortijdig einde aan een fietsvol bestaan. Onze oudere hond verdient wat extra aandacht voor de voetzolen. Het afweerstelsel is minder actief, waardoor oudere honden meer kans hebben op allerlei infectieziekten.

Donker

In de winterperiode zijn de avonden kort, maar dat wil niet zeggen dat je dan niet met je hond kunt gaan fietsen. In het donker fietsen op tweebaans autowegen is af te raden, maar op fietspaden gaat dat prima. Wel moet de veiligheid voorop staan. Zien en gezien worden is van essentieel belang. Niet alleen je fiets moet goed zichtbaar verlicht zijn, maar ook je hond! Voor weinig geld zijn er perfecte hulpmiddelen te koop. Voorbeelden hiervan zijn: jachtlijn in de kleur geel met ingeweven reflecterende draad, fluoriderende halsband en een reflecterend veiligheidsvest met strepen. Zo is je hond altijd goed zichtbaar in het donker. Je moet gezien worden van alle kanten, zowel jezelf als je hond.

Combineer desnoods de hulpmiddelen. Ook al is het donker en meestal minder warm, vergeet het water voor je hond niet. Denk bovendien aan een zaklantaren om de voetzolen van je hond te kunnen controleren.

Met een goede voorbereiding kunnen zowel baas als hond veel plezier aan het fietsen beleven. Veel succes er mee!

Ben van Swaaij

Een aantal basisregels voor het fietsen met honden

  1. Niet fietsen met een hond die jonger is dan één jaar.
  2. Laat je hond eerst goed uit. Hierdoor voorkom je onnodig trekken en het abrupt stoppen van je hond om zijn/haar behoefte te doen.
  3. De hond mag zeker een uur voor het fietsen en een uur na het fietsen niet eten. Dit om te voorkomen dat de hond een maagtorsie krijgt.
  4. Laat de hond altijd aan de rechterkant van de fiets lopen; voor je eigen veiligheid en die van je hond.
  5. Ga niet met je hond fietsen bij een temperatuur boven de 20 graden. Fiets zeker niet boven de 25 graden en in de volle zon. Regen en natte wegen maken de voetzolen week en zacht.
  6. Zorg dat je hond nooit totaal is uitgepunt. Als je van de fiets stapt moet de hond nog steeds in staat zijn om snel achter een balletje aan te rennen. Fietsen moet het doel zijn; niet een middel om de hond uit te laten.
  7. Vergeet niet - waar je ook naar toe fietst - dat je ook weer met je hond terug naar huis moet fietsen.
  8. Welke afstand je ook gaat fietsen, neem altijd vers water mee.
  9. Controleer in de pauze, maar vooral na het fietsen de nagels en voetzolen op scheurtjes en wondjes.
  10. Laat je hond niet in de berm lopen. De ondergrond is daar wel zachter, maar de kans op blessures - door in een kuil te stappen of de voetzolen te beschadigen - is vele malen groter dan op de weg. Steenslag en o.a. weggeworpen spullen zoals blikjes komen in de berm te terecht.
  11. Wissel bij handremmen de linker en rechterkabel om. Als je de lijn van je hond met je rechterhand vasthoudt, is het prettig met je linkerhand de achterrem te kunnen bedienen!