Rob's web

Home - Muziek - Voortekens


Een kruis als voorteken betekent dat we de noot een halve toon hoger moeten spelen, een mol als voorteken betekent dat we de noot een halve toon lager moeten spelen.

Fonds Jansen zij het zo mooi: "De kruizen staan boven de grond en de mollen er onder."

Toevallige voortekens

Toevallige voortekens zijn alleen binnen de maat geldig. Hieronder een stukje met toevallige voortekens en twee vaste voortekens.

Toevallige voortekens

In maat een vinden we een kruis bij de C en deze spelen we een halve toonhoger en wordt dus Cis. De vierde noot wordt volgens de vaste voortekens als Bes gespeeld, een halve toon lager.

In maat twee vinden we een herstelteken wat hier niet nodig is. Deze wordt als herinneringsteken beschouwd en soms ook tussen haakjes geplaatst. De laatste noot is een fis en is met een koppelboog vervonden naar de derde maat en duurt twee tellen.

In de derde maat is de Fis overgeërft en wordt verderop door het herstel teken weer te niet gedaan.

In de vierde maat wordt de Es, vaste mol op E, naar E omgezet met het herstelingsteken.

Naamgeving met voortekens

Namen met voortekens

In teksten is het niet mogelijk om het mol teken te gebruiken het kruisteken is wel mogelijk. Het mol teken wordt in teksen vervangen door een b. Bes wordt dus geschreven als bb of Bb.

Tabel 1
NootNederlandsEngelsDuitsFrans
F#FisF sharpFisfa dièse
BbBesB flatHessi bémol

Vaste voortekens

De vaste voortekens worden gebruikt bij noten die altijd verhoogd of verlaagd gespeeld dienen te worden, zodat we deze niet iedere keer hoeven te noteren en het er onoverzichtelijk door zou worden.

Het toevoegen gaat van links naar rechts. Bij een kruis of mol wordt de meest linkse gebruikt, bij twee voortekens de linker twee en zo verder.

Kruizen

De reeks van de kruizen is als volgt: Fis Cis Gis Dis Ais Eis.

Mollen

De reeks van de mollen is als volgt: Bes Es As Des Ges Ces.

Naamgeving van de toonsoort

Willen we weten in welke toonsoort een stuk staat kijken we eerst naar de vaste voortekens en daarna naar de laatste noot (grondtoon).

Tabel 2
Voortekens6 m5 m4 m3 m2 m 1 mGeen1 k2 k3 k4 k5 k6 k
MajeurGesDesAsEsBesFCGDAEBFis
MineurEsBesFCGDAEBFisCisGisDis

Hebben we 1 kruis als voorteken dan is het stuk in G majeur of E mineur geschreven. Dus de laatse toon is een G voor majeur of een E voor mineur.

Naamgeving toonladders

Tabel 3
IntervalNederlandsEngelsDuitsFransItaliaansSpaans
Grote tertsmajeurmajorDurmajeurmaggioremayor
Kleine tertsmineurminorMollmineureminoremenor

Kwintencirkel

Kwintencirkel

De kwintencirkel is net een klok. Begin boven bij de C en ga dan rechtsomnaar G. Het interval C-G is een reine kwint. Van G naar D is weer een reine kwint, enz. Na twaalf reine kwinten ben je precies weer bij C.

Ga je vanuit C linksom, dam kom je bij F. Het interval C-F is een reine kwart. Van F naar Bes is weer een reine kwart, enz. Na twaalf reine kwarten ben je weer precies bij C.

Gaat een muziekstuk van de ene toonsoort over naar de andere (bijvoorbeeld van C groot naar G groot) dan noemen we dat een modulatie.

De kwintencirkel is een goed hulpmiddel om het aantal vaste voortekens te bepalen bij stukken die in majeur gecomponeerd zijn. Je bepaald de toonsoort van de compositie en zoekt op de cirkel welke en hoeveel vaste voortekens er op de balk komen te staan.