Rob's web

Bloed

Home - Medisch - Anatomie en fysiologie - Bloed


Bloed

Bloed is een vloeistof die in het lichaam van mens en dier circuleert voor de verdeling van voedingsstoffen en de afvoer van overtollige stoffen van de stofwisseling, en bij hogere dieren tevens zorgt voor het transport van zuurstof en de afvoer van het verbrandingsproduct koolstofdioxide en warmte. Bij hogere dieren zoals reptielen, vogels, amfibieën en zoogdieren wordt het bloed rondgepompt door een hart, in een gesloten systeem van slagaders, aders en haarvaten.

Insecten daarentegen hebben geen gesloten circulatiesysteem, meestal geen zuurstofbindende bestanddelen in het bloed en de ademhalingsfuncties worden bij hen niet door het bloed vervuld. Deze vloeistof wordt hemolymfe genoemd.

Andere geleedpotigen hebben soms wel bloed dat zuurstof transporteert, maar meestal gebeurt dit niet met hemoglobine, maar met hemocyanine, een koperhoudend zuurstoftransporteiwit dat vrij in het bloed is opgelost.

Functies van bloed

Bloed heeft een groot aantal functies en kan het best worden beschouwd als een vloeibaar weefsel. Enkele functies zijn:

Kleur van bloed

Bij mensen en andere dieren waarvan het bloed hemoglobine bevat, is zuurstofrijk bloed helderrood. De kleur wordt veroorzaakt door het hemoglobine-molecuul met de eraan verbonden zuurstof. Zuurstofarm bloed is donkerder rood. Doordat aderen onder enkele lagen weefsel liggen, lijkt het bloed donkerder, waardoor de aderen niet rood maar blauw doorschemeren door de huid. Hierdoor kon de misvatting ontstaan dat bloed in de aderen blauw is tot het wordt blootgesteld aan de lucht. Deze misvatting wordt bovendien versterkt door het feit dat in veel schematische medische afbeeldingen de aderen (of de bloedvaten die zuurstofarm bloed bevatten) blauw getekend zijn en de slagaderen (of de bloedvaten die zuurstofrijk bloed vervoeren) rood.

Het bloed van de degenkrab, en inktvissen is werkelijk blauw. Dit wordt veroorzaakt door het feit dat het bloed van de degenkrab geen hemoglobine bevat voor het zuurstoftransport, maar hemocyanine. Dit eiwit bevat een koperion in plaats van een ijzerion en geeft het bloed van de degenkrab een blauwe kleur.

Een aantal andere dieren heeft weer andere afwijkende kleuren voor het bloed. De kleur roze komt ook voor, onder andere bij de peniswormen en armpotigen. Het bloed van het skinkgeslacht prasinohaema is groen. Deze kleur wordt verkregen door een grote hoeveelheid galkleurstof dat in hun bloed zit.

Samenstelling

Bloed van zoogdieren bestaat uit een dragende vloeistof, waarin verschillende bestanddelen opgelost zijn en waarin een aantal cellulaire bestanddelen of althans deeltjes met een bepaalde vorm voorkomen.

Type cellen

Het bloed bestaat in feite uit 3 verschillende typen cellen. De myeloïde progenitor cel leidt tot differentiatie van:

Daarnaast leidt de lymfoïde progenitor cel tot de vorming van:

Bloedplasma

We onderscheiden de basisvloeistof water 95%, met daarin:

Het vloeibare deel van het bloed, het water met alle daarin opgeloste mineralen en eiwitachtige stoffen, wordt samen ook wel bloedplasma genoemd. Wanneer het bloed buiten het lichaam gebracht wordt, zal het gaan stollen. Bovenop het gestolde bloed vormt zich dan een gelig vloeibaar laagje. Dit bevat alle bestanddelen van het plasma behalve de stollingsfactoren, en deze vloeistof wordt bloedserum genoemd.

De verhoudingen van de zouten komt overeen met die van het zeewater. De eerste experimenten met infusen waren met steriel zeewater, welke later tot alleen NaCl gereduceerd is.

Bloedgroepen

Een bloedgroep is een classificatie van bloed bepaald door het al dan niet aanwezig zijn van bepaalde moleculen ('antigenen') op de buitenkant van het celmembraan van de rode bloedcellen. Deze antigenen zijn hoogmoleculaire verbindingen en worden ook wel macromoleculen genoemd. Bloedgroepantigenen kunnen zowel eiwitten, koolhydraten, glycoproteïnen of glycolipiden zijn. Sommige van deze antigenen worden gecodeerd uit één allel (of sterk verbonden genen). Deze worden samen een bloedgroepensysteem genoemd.

Bloedgroepen zijn erfelijk en worden van beide ouders overgedragen. Er zijn meer dan dertig bloedgroepsystemen die door de International Society of Blood Transfusion worden erkend.

Het AB0-bloedgroepensysteem

Het belangrijkste bloedgroepensysteem is AB0. De bloedgroep wordt bepaald door een enkel gen, waarvan er drie verschillende allelen zijn: A, B en 0 (nul). Het A-allel geeft bloedgroepantigeen A, het B-allel geeft bloedgroepantigeen B en het 0-allel is een recessief allel, dat niet in een bloedgroepantigeen resulteert. De allelen A en B zijn dominant ten opzichte van 0 en intermediair ten opzichte van elkaar. Aangezien de mens diploïd is, wordt de bloedgroep bepaald door een combinatie van twee allelen:

Aan de hand van bovenstaande gegevens wordt duidelijk dat er vier bloedgroepen, A, B, AB en 0, worden onderscheiden.

De bloedgroep 0 moet gelezen worden als nul, met de betekenis niet A en niet B. Vaak wordt het echter uitgesproken als de letter O. In Vlaanderen wordt dit bijna altijd gedaan.

Het resusbloedgroepsysteem

Daarnaast is er een ander belangrijk groep bloedgroepantigenen, deze wordt het resusbloedgroepensysteem genoemd. Het rhesusantigeen is ontdekt in 1940 bij de resusaap. Het resusbloedgroepensysteem bestaat uit meerdere antigenen, namelijk: D, C, c, E en e. Van deze groep antigenen is D het meest bekend en hiernaar wordt gerefereerd als men praat over resuspositief of resusnegatief. Bij resuspositieve mensen is het D-antigeen aanwezig (ook wel aangegeven met een "+") en bij resusnegatieve mensen is het D-antigeen afwezig (ook wel aangegeven met een "-").

Bloedgroep kinderen

In de linkerkolom staat de bloedallel van de vader en in de bovenste rij die van de moeder. Beide ouders hebben er twee, waarvan iedere ouder er een wordt doorgegeven aan de kinderen.

 AB0
AAAABA0
BABBBB0
0A0B000

Ontvangen van bloed

Omdat er veel verschillende, onderling niet verenigbare bloedgroepen bestaan, is het niet mogelijk om van iedereen bloed te ontvangen. In het algemeen geldt: wie een bepaalde factor niet heeft, mag geen bloed ontvangen waarin die factor aanwezig is. Als dat wel gebeurt kan iemand een afweerreactie krijgen op de "vreemde" deeltjes die plotseling in het lichaam aanwezig zijn. Bloedgroep 0 Rhesus D negatief (0-) wordt gezien als de universele donor, dit bloed kan aan iedere ontvanger gegeven worden. Bloedgroep AB Rhesus D positief (AB+) wordt gezien als universele ontvanger, deze persoon kan bloed van iedereen ontvangen. Er zijn nog veel meer bloedgroepen, maar die zijn voor de dagelijkse praktijk van de bloedtransfusie minder van belang. In spoedsituaties wordt er altijd bloedgroep 0- gegeven. In de onderstaande tabel is te zien welke bloedtransfusies mogelijk zijn. Een '+' geeft aan dat de bloedtransfusie mogelijk is, een '-' geeft aan dat deze niet mogelijk is. Van boven naar beneden is te zien welke bloedgroep kan ontvangen worden en vlnr is welke bloedgroep kan doneren.

 Ontvanger
DonorA+A-B+B-AB+AB-0+0-
A++---+---
A-++--++--
B+--+-+---
B---++++--
AB+----+---
AB-----++--
0++-+-+-+-
0-++++++++