Rob's web

Home - Muziek - Notenbalk


De notenbalk is ontstaan tegen het jaar 1000. Er werd namelijk steeds meer in kerken gezongen en men zocht een eenduidige muzieknotatie. De vinding wordt toegeschreven aan Guido van Arezzo.

Muzieknotatie

Voor Guido's tijd (991 - 1033) kende men als notatie het systeem van de neumen en de notennamen A-B-C-D-E-F-G. Bij deze namen was het echter niet duidelijk of een secunde A-B nu groot of klein was, te meer omdat men een verscheidenheid van modi zong. De grote uitvinding van Guido is dat hij met behulp van de in zijn tijd overbekende hymne Ut queant laxis een methode bedacht om de grootte van de secunde stap eenduidig te kunnen noteren.

De hymne begint iedere regel een secunde hoger. Guido gebruikte de beginlettergrepen ut-re-mi-fa-sol-la als basis van zijn vastlegging. De enige halve stap in deze hexachorden-reeks is tussen de mi en de fa. Guido ontwikkelde een compleet toonsysteem gebaseerd op deze hexachorden.

Een kleine 900 jaar later, in de 19e eeuw, werden de beginletters van sancte Ioanne gebruikt om een zevende toon si aan de reeks toe te voegen. In sommige landen werd de ut vervangen door een do, omdat ut niet goed geschikt is om te zingen: men voorkomt de zogeheten glottisslag. Zo ontstond de overbekende reeks do-re-mi-fa-sol-la-si die dus niet geheel van Guido afkomstig is.

De complete hymmne-tekst luidt:
ut queant laxis
resonare fibris
mira gestorum
famuli tuorum
solve polluti
labii reatum
Sancte Iohannes!

In het tweede deel van de twintigste eeuw werd sol vervangen door so vanwege de consequente vorm, en si door ti zodat alle beginletters verschillend waren.

Notenbalk

Een notenbalk is een basiselement in standaard muzieknotatie. De notenbalk bestaat meestal uit 5 evenwijdige horizontale lijnen op gelijke afstand waar muziek op genoteerd kan worden. Van links naar rechts worden open en gesloten bolletjes op en tussen de lijnen genoteerd waarmee toonhoogte wordt aangegeven. De notenbalk is ontstaan door toevoeging van eerst één dan drie en vier en uiteindelijk vijf lijnen aan het neumenschrift dat oorspronkelijk geen exacte aanduiding van intervallen of toonhoogte kende.

Op de notenbalk wordt iedere toon van een toonladder op een eigen plek genoteerd. Omdat in een toonladder de toonafstanden niet steeds even groot zijn - er kunnen zowel hele als halve afstanden voorkomen - is ook aan de positie op de notenbalk van twee verschillende noten niet zonder meer te zien hoe groot de onderlinge toonafstand is. Het notenschrift - en daarmee de notenbalk - is oorspronkelijk bedoeld voor notatie van zangpartijen.

notenbalk

De lijnen van de vijflijnige notenbalk worden van onder naar boven geteld.

Eigenlijk is de vijflijnige notenbalk slechts een deel van een groter geheel, namelijk de elf-lijnige notenbalk.

11 lijnig systeem

We tellen van ondere naar boven, dus de onderste lijn is de eerste lijn.

Sleutel

Een muzieksleutel of kortweg sleutel is een symbool dat wordt gebruikt bij het noteren van muziek. Een sleutel op een notenbalk omvat een lijn daarvan en legt daarmee de toonhoogte vast van een noot op die lijn. De sleutel bepaalt op deze manier de toonhoogte van alle noten die er na komen, tot aan een eventuele nieuwe sleutel. De sleutel legt niet de toonsoort vast; daartoe worden vlak na sleutel voortekens in de vorm van een of meer mollen of kruisen geplaatst.

Spreekt men in de muziek van sleutel, dan wordt enerzijds het symbool bedoeld, waarvan er drie zijn, en anderzijds het vastleggen van een bepaalde toon door de plaatsing van het symbool op de balk.

Tegenwoordig zijn nog slechts drie verschillende symbolen in gebruik (vroeger waren er meer). Deze sleutels zijn gestileerde vormen van de letters G, F en C.

G sleutel

De meest gebruikte sleutel is de g-sleutel. De g-sleutel stelt een gestileerde letter G voor die de ligging van de eengestreepte g (g') (ISO G4) aangeeft op de lijn die door de binnenste krul van de sleutel omvat wordt. Met deze krul begint men te tekenen wanneer men de sleutel (met de hand) tekent.

G sleutel
G sleutel.

F sleutel

Voor lagere stemmen gebruikt men tegenwoordig meestal de f-sleutel, bekend van de onderste balk van pianopartijen. De f-sleutel is een gestileerde letter F. Op de lijn tussen de twee puntjes, ligt de kleine f (f) (ISO F3).

F sleute
F sleutel.

C sleutel

De c-sleutel is minder bekend. De c-sleutel is een gestileerde letter C. Op de lijn die door het midden van deze sleutel loopt wordt de eengestreepte c (c') (ISO C4) genoteerd.

C1 sleutelsopraansleutel
C2 sleutelmezzo-sopraansleutel
C3 sleutelaltsleutel
C4 sleuteltenorsleutel
C5 sleutelbaritonsleutel