Rob's web

Home - Muziek - Toonladders - Kerktoonladders


Deze ladders heten zo omdat ze voorkomen in Gregoriaanse kerkmuziek. Daar komen ook de namen van de ladders vandaan. De kerktoonladders of modale ladders kunnen worden afgeleid van de majeurladder.

Modi

TrapNaamTonen
IIonischc, d, e, f, g, a, b
IIDorisch d, e, f, g, a, b, c
IIIFrygische, f, g, a, b, c, d
IVLydischf, g, a, b, c, d, e
VMixolydischg, a, b, c, d, e, f
VIAeolischa, b, c, d, e, f, g
VIILokrischb, c, d, e, f, g, a

We zien dat de eerste trap gelijk is aan de majeure toonladder en dat de zesde trap gelijk is aan de mineure toonladder.

Willen we deze trappen in C spelen dienen we ze eerst te transponeren met inacht neming van de stapgroottes (halve en hele tonen).

Rangschikking naar klankkleur

Gerangschikt naar klankkleur (van vrolijk naar treurig): Lydisch (IV), Ionisch (I), Mixolydisch (V), Dorisch (II), Aeolisch (VI), Frygisch (III), Lokrisch (VII).

Bovenaan de ladder met de grootste intervallen vanaf de grondtoon (stijgend) en daardoor de meest heldere klank. Onderaan de ladder met de kleinste intervallen en de donkerste klank. De karakteristieke tonen, de tonen die afwijken van de, ons meest vertrouwde, majeur en mineurladders, staan in de laatste kolom. De startpunten t.o.v. de majeurladder staan in kolom 2. Merk op dat de grondtonen op kwinten afstand liggen! In de kerkmuziek wordt ook nog gewerkt met de zgn. "hypo-ladders" die een kwart lager beginnen. Hypolydisch heeft dan de zelfde tonen als de lydische ladder die een kwart hoger begint, enzovoorts. De naam lokrisch is een recentere toevoeging en werd vroeger hypofrygisch genoemd. Een andere naam voor kerktoonladders in dit verband is "modi". Dorisch is de tweede modus van de majeurladder, frygisch de derde, enz.

De hoofdtrappen I, IV en V geven de majeur en mineur ladders stabiliteit en maken sterke cadensen mogelijk. Lydisch is daarom wat onstabiel omdat er geen normale vierde trap (subdominant) in voorkomt. Zo is Ionisch (majeur) dus aan de "heldere kant" de eerste stabiele ladder. Aan de onderkant is lokrisch zeer instabiel vanwege het tonica akkoord met een verminderde kwint. Frygisch heeft op de vijfde trap een akkoord met een verminderde kwint en is daardoor ook minder stabiel. Aeolisch is daardoor aan de "donkere kant" de eerste stabiele ladder. Dit verklaart de populariteit van de majeur en mineurladders als uitersten. Mixolydisch en dorisch liggen daar tussenin als resp. "iets minder majeur" dan majeur en "iets minder mineur" dan mineur.

Merk op dat de grondtonen in deze rangschikking de kwintencirkel volgen. In de laatste kolom staan akkoorden met hun evt. toevoegingen die op de grondtoon van de betreffende modus gebouwd kunnen worden. Opgesomd zijn akkoorden die uit tertsen zijn opgebouwd. Er zijn natuurlijk meer mogelijkheden. Voorbeelden: mixolydisch wordt ook vaak gebruikt op sus4 akkoorden met evt. 9, 10, 13 als mogelijke toevoegingen. Ook Dorisch combineert goed met sus4 en 9/b10/13.

Modi van andere ladders

De tot nu toe gebruikte modi zijn allemaal van de majeurladder afgeleid. Je kunt ook weer 7 modi van bijvoorbeeld een harmonische mineurladder afleiden, of van een melodische mineur. Deze hebben dan niets meer met kerktoonladders te maken, alleen de namen worden nog gebruikt. De ladder op de vijfde trap van de harmonische mineurladder wordt dan mixolydisch b9/b13 omdat hij dezelfde tonen heeft als mixolydisch, maar dan met deze twee verlagingen. Voorbeeld: E F G# A B C D E

Andere naam: mixolydisch harmonisch mineur, omdat het een vijfde traps ladder is (vijfde modus) van de harmonische mineur, van A in dit voorbeeld. De eerste naam beschrijft de overeenkomst en de verschillen met een bestaande kerktoonladder, de tweede manier van naamgeving beschrijft welke modus van welke ladder het is.

In jazz veel gebruikte modi van de melodische mineurladder zijn modus 4 (lydisch b7) en modus 7 (super lokrisch, ofwel altered scale). Lydisch b7 klinkt goed over X7/9/#11/13, de altered scale over X7/alt5/alt9, een akkoord met een verhoogde en/of verlaagde kwint en idem none. Enharmonisch gelijk aan #5 en b5 zijn resp. b13 en #11.

Elke niet-symmetrische ladder heeft even veel modi als trappen. Hele toons heeft bijvoorbeeld maar een modus, oktotonisch twee.