Rob's web

Nader bekeken: Het PI-filter

Heeft u ook al eens een PI-filter berekend of bent u daar nooit aan begonnen, geschrokken nadat u in ieder leerboek steeds andere en dan ook nog heel ingewikkelde formules tegenkwam? dan moet u nu verder lezen.

Het kan anders, het kan simpel!

Stel u voor een autotrafo (fig. 1), de impedanties van N1 en N2 verhouden zich als de wikkel verhoudingen in het kwadraat (C-examen). Bij de trafo met kapacitieve aftakking is dit niet anders (fig. 2). Het PI-filter is een gekantelde trafo met kapacitieve aftakking (fig. 3).

Fig. 1-3

Als rekenvoorbeeld wordt hier het onderstaande PI-filter berekend.

R-in : R-uit als 5000 : 50 = 100 : 1, de transformatieverhouding is dus 10 : 1. Als we Cuit dezelfde impedantie geven als R-uit wordt X-uit, na vektorisch optellen, ca 35 Ohm (50/√2).

X-in, de andere 'winding' van de trafo, zal bij de gewenste transformatieverhouding 10 × zo groot moeten zijn, dus 350 Ohm.

De totale impedantie van de trafo wordt dan dus 35 + 350 = 385 Ohm(1).

Teneinde de in- uitgang 'zuiver' Ohms te krijgen moet de kapacitieve belasting van C-in en C-uit teniet worden gedaan met een even grote zelfinduktie. De spoel krijgt dus een impedantie van 385 Ohm, wat voor b.v. de 29 MHz werkfrequentie neerkomt op ± 2 µH(2).

Een spoel met deze waarde kan met een dipper worden gemaakt (15 MHz/50 pF)(2). Xc-uit = 35 Ohm, voor 29 MHz wordt dat 150 pF(2). Neem hiervoor een variabele C die iets groter in waarde is (200 pF). Xc-in = 350 Ohm, C-in is dan 15 pF(2) (trimmer 25 pF). Dit PI-filter werd in een 10 meter buizen eindtrap gemonteerd en na afgesloten te zijn met 50 Ohm nagemeten met de probe uit CQ-PA nr. 5-1988. Het klopte: U-in = 10x U-uit!

Fig. 4
Fig. 4.

Fig. 5
Fig. 5.

Fig. 6
Nomogram voor serie- en parallelkringen.

Notes

  1. Hier had eigentijk met spanning moeten worden gerekend, maar aangezien de stroom door de trafowikkeling gelijk blijft is er niets op tegen hier met weerstand te rekenen.
  2. Niet berekend maar met een 'nomogram' bepaald.

PE1MJS.