Alle HF-buizenversterkers hebben een verbinding tussen de anode top-aansluiting, de koppelkondensator en de afstemkondensator van de tankkring.
Zoals bekend hebben alle verbindingen zelfinduktie, een gemiddelde waarde in dit soort schakelingen (versterkers van 1 à 2 kW) is ongeveer 0,2 mikro Henry.
Dat buizen een outputkapaciteit hebben zal ook geen nieuws zijn, de kombinatie van L en C vormt een resonantiekring op ongeveer 100 Mc. Dat geldt dus in het algemeen voor de vermogensversterkers waar we het bier over willen hebben.
De ingangskringen van deze versterkers hebben t.g.v. bedrading en dergelijke OOk een resonantiefrequentie, die helaas ook in hetzelfde VHF-gebied ligt.
In versterkers komen regelmatig schakelklikken voor (impulsen), die ontstaan door aan/ afschakelen, telegrafie en spraakpieken tijdens het moduleren. Deze impulsen veroorzaken de zogenaamde 'transients'. Dat zijn in dit soort versterkerschakelingen impulsen van zeer grote stroomsterktes. Deze impulsen passeren de VHF-resonantiekringen, zoals hiervoor omschreven en kunnen spontane oscillaties veroorzaken, waarvan de amplitude o.a. wordt bepaald door de Q van de kringen. Dit verschijnsel is te vergelijken met een kerkklok die met een hamer wordt aangeslagen. Het probleem in de versterker is echter, dat een klein beetje van deze oscillatorenergie via de kathode-anode-kapaciteit teruggevoerd wordt naar de ingang van de versterker. Het VHF-signaal wordt dan weer versterkt door de vermogensversterker, het versterkte signaal komt dan weer in de anodekring, enz. enz. enz. Het resultaat heeft dan een la-wine tot gevolg en in een paar tellen (mikrosekonden) is de versterker een VHF-generator geworden van groot vermogen. Dan zou er nog niets aan de hand zijn als de buis zijn energie kwijt zou kunnen aan de antenne, dit kan helaas niet, want de afstemkringen (3-30 Mc) werken als een isolator voor VHF. De opgesloten energie begint dan heel vlot alles te vernielen (verbranden) wat in de buurt is. Het begint meestal met enorme vonkvorming over de bandschakelaar, alsmede de afstemkondensator van de tankkring. De kondensator kan deze afstraffing redelijk verdragen, de kontakten van de schakelaar echter verdwijnen als sneeuw voor de zon.
De parasitaire trilling veroorzaakt OOk gigantische stroompieken elders in de versterker, hierdoor kunnen andere onderdelen beschadigd worden. De stroompieken, die gevoed worden uit de hoogspannings-afvlakkondensatoren, veroorzaken een krachtig magnetisch veld, zo sterk zelfs dat de hete gloeidraden van de buis volkomen van hun plaats kunnen worden getrokken, waardoor sluiting kan ontstaan tussen de gloeidraad en het stuurrooster. Ook stroommeters, zenerdiodes van de negatieve voorspanning en andere komponenten kunnen sneuvelen.
In het geval van indirekt verhitte buizen kan de roosterstroomimpuls zo groot zijn dat het goudlaagje op het rooster verdampt. Deze hete gaswolk van goud kan kondenseren op de keramische isolatie van de anode, waardoor er dan natuurlijk van isolatie geen sprake meer is. Ook kan deze goudwolk zich vastzetten op de kathode en de oxydelaag 'vervuilen'.
Een ander probleem kan zich voordoen als de goudwolk zich als een soort vonkenbrug opstelt tussen de elementen van de buis. Dit kan bijvoorbeeld vernietiging van de kathode veroorzaken. Bij een grounded grid schakeling kan er een vonkenbrug ontstaan tussen de anode en het rooster, waardoor er een zeer hoge spanning tussen aarde en het rooster kan ontstaan, hiervan kan het tragische gevolg zijn dat de energie van de hoogspanningskondensators zich ontlaadt via de gloeidraden en dat is dan het einde van de buis. Goudspetters zijn vaak fataal, als het op kleine schaal gebeurt en als de vonkvorming minimaal is, zal het de emissie van de buis verlagen en dus een lagere anodestroom veroorzaken. Geknal, gekraak en gesputter is vaak het bewijs van parasitaire oscillaties, inklusief de hiervoor besproken impulsen met hoge energie. Dit betekent bijna altijd slecht nieuws, wat de versterker betreft. Een vroegtijdige aanwijzing van dit soort zaken is een onregelmatig gevonk ergens in de versterker, om een hoop geld uit te sparen is dit het juiste moment om de stekker uit het stopkontakt te trekken en maatregelen te treffen.
Een parasitaire onderdrukker moet twee zaken, die nauw verband met elkaar houden, bewerkstelligen.
In de eerste plaats het resonantie-effekt van de VHF-kringen verminderen door het verlagen van de Q. Dit vliegwieleffekt is net als het zingen van een kerkklok, als je je hand er oplegt zullen de trillingen sneller verminderen. Verminderen of afremmen van dit verschijnsel zal de amplitude van de VHF-spanning verlagen, waardoor de kans op parasitair genereren kleiner wordt.
De tweede funktie van de suppressor (onderdrukker) is de VHF-spanningsversterking van de versterkertrap verkleinen. De spanningsversterkingsfaktor van een buis is ongeveer evenredig met de uitgangsweerstand. Een hoge uitgangsweerstand betekent grote versterking en omgekeerd.
Als de spanningsversterking van een buis laag genoeg is gemaakt door de uitgangsweerstand te verlagen, zal de VHF-versterking zo laag worden dat de buis niet meer kan oscilleren. Als er een goede geleider gebruikt wordt, zoals zilver of koper, tussen de anodeklem en de afstemkondensator ontstaat er een kring met een hoge Q. Een kring met een hoge Q betekent een kring met een hoge weerstand (in zijn resonantiefrequentie). Dit moeten we in deze versterker dus nou net niet hebben.
Gebruiken we echter een slechte geleider voor deze verbinding, dan is het omgekeerde het gevolg. We gaan echter nu nog een stapje verder door twee resonantiekringen met een lage Q parallel te zetten, hierdoor zal er een nog lagere Q ontstaan. Dit is enigszins te vergelijken met het breedband-effekt dat verkregen wordt wanneer de primaire en sekundaire van een MF-trafo een beetje naast elkaar wordt afgestemd.
Deze truc verlaagt de Q van onze VHF-kringen nog meer en verlaagt de VHF-afsluitweerstand van de buis idem dito.
Nikkelchroom heeft ongeveer 60 maal zoveel weerstand als koper of zilver. Als de suppressor spoeltjes gemaakt worden van dit materiaal zal de Q enorm verminderen en de stabiliteit van de versterker verbeteren.
Om dit helemaal uit te buiten moeten alle verbindingen in het anodecircuit door dit materiaal worden vervangen.
De dikte van de anodeverbindingen moet niet dikker dan noodzakelijk om de anodestroom te laten passeren zonder warm te worden. Dikke brede anodeleidingen (heavy-duty) verhogen de Q en zijn dus uit den boze. Dikkere en bredere leidingen zijn dus niet altijd beter! Een effektieve methode om de VHF Q van de anodeleidingen te verlagen is door laagohmige-metaalfilm-weerstand in serie met de suppressor spoel op te nemen. Een weerstandje van 1 Ohm (2 Watt) is prima. Het zal duidelijk zijn dat voor de tankspoel de nickelchroomdraad nooit gebruikt mag worden, die spoelen moeten natuurlijk zoals vanouds van koperdraad zijn.
De VHF-spanningsversterking van een buis kan ook verkleind worden door een RLC (spoel-weerstand-kondensator) VHF-seriekring met een lage Q naar aarde te leggen vanaf de kathode.
Een goede waarde hiervoor is 25 pF in serie met een weerstand van 1 Ohm, de zelfinduktie wordt gevormd door de aansluitdraden van de weerstand en de kondensator.
Parasitaire oscillaties hebben met aardbevingen gemeen dat zij absoluut niet zijn te voorspellen. Op een bepaald moment is er net het juiste impulsje om de lawine te veroorzaken. Sommige versterkers hebben deze kwaal eens in de vijf jaar, andere hebben er nooit last van totdat er nieuwe buizen in geplaatst worden. Er komen zelfs gevallen voor dat een versterker, splinternieuw uit de verpakking, en voorzien van de traditionele suppressors, bij het aanzetten verandert in een krachtige vonkzender.
Het komt ook voor dat versterkers met de gebruikelijke onderdrukkers nooit problemen geven, zelfs als op het oog alle voorwaarden voor oscillaties aanwezig zijn.
Een zuiver voorbeeld van de wet van Murphy.
Het nickelchroom waarvan de suppressor spoeltjes gemaakt moeten worden heet in de handel Nichrome-80.
Het is normaal niet te solderen, daarom wordt er in het Amerikaanse reparatie-pakket een flesje met een zeer giftige soldeervloeistof bijgeleverd.