Hier volgt een verhaal over een verticale antenne die door mij in elkaar geknutseld is.
lk had de beschikking over een mini-beam en met veel moeite lukte het me die in resonantie te brengen op 40 meter. Het ding werkte echter als een dummyload want alleen als het tegenstation zo vriendelijk was met eindeloos geduld goed te luisteren kon een verbinding tot stand worden gebracht. Gelukkig bracht een artikel uit CQ-PA 1965 nr. 24 redding. Dit artikel, afkomstig uit de pen van PA0WDW, handelde over verticale antennes met verlengspoelen. De kern van het artikel is dat een antenne elektrisch verlengd kan worden met een spoel. Wanneer deze spoel ergens halverwege of bovenin de antenne wordt gemonteerd zal het gedeelte boven de spoel een bepaalde capaciteit bezitten.
Met de formule
kun je de zelfinduktie van de spoel berekenen om op een bepaalde frequentie in resonantie te komen. Het tabelletje in het oorspronkelijke artikel was in inch gegeven en dus heb ik het omgerekend naar mm en uitgewerkt in een grafiekje (figuur 2).

Fig. 3.

Fig. 2.
Met deze grafiek kunnen we bepalen hoe groot de capaciteit van het stuk antennebuis boven de spoel is, op de verticale as is de doorsnede van de buis uitgezet en op de verticale as het aantal picofarads per meter.
Wanneer we boven de spoel twee stukjes pijp monteren, waarvan we de lengte door in- en uit elkaar schuiven kunnen veranderen, zal bij verandering van de lengte ook de capaciteit van deze twee buisjes veranderen en dus de resonantiefrequentie van onze antenne. Als antenne werd een 27 MHz spriet gebruikt, in de voet van deze antenne zat een spoel met aftakking. De antenne was zo'n type dat zonder radialen gebruikt wordt. Dit trok mij wel aan want radialen nemen nogal wat ruimte in en dat is lets wat ik niet heb.
Nu had ik nog wel wat ringkernen liggen waar geen gegevens van bekend waren. Een van die ringkernen (kleur geel) paste precies in de antennevoet. lk heb wat wikkelingen om die ringkern gelegd en ben toen gaan experimenteren met de spoelen en antenne totdat de zaak op 40 goed in resonantie was. Figuur 3 geeft de constructie van de antenne. Spoel L1 is in het midden van de antenne gemonteerd en heeft 46 windingen wikkeldraad 1,8 mm op een 32 mm PVC buis, de windingen liggen stijf tegen elkaar aan. De ringkern heeft nu 30 windingen 1 mm wikkeldraad, netjes verdeeld over de kern. Op 12 windingen komt een aftakking, welke aan de coax mantel wordt verbonden. De top van de spoel (18 windingen) gaat naar de antenne, de onderzijde (12 windingen) aan de binnenader van de coax. Nadat alles goed waterdicht was gemaakt werd de antenne zo hoog mogelijk tegen de gevel gemonteerd. De rapporten die ik krijg zijn ongeveer gelijk aan die welke ik weg geef. Zelfs na diverse stormen en regen blijft de antenne het goed doen. Het is natuurlijk geen DX antenne maar als je mogelijkheden op 40 beperkt zijn is dit weer een leuke vooruitgang. Ook op 80 blijkt de antenne goed in resonantie te krijgen. Later kwam nog het idee om een klein handig antennetunertje to maken, zodat de antenne optimaal op de TX afgestemd kon worden. In '10 jaar techniek van de VRZA' vond ik op bladzijde 1-06 een aardige schakeling 'experimentele antennetuner zonder schakelaar' door PA0ET (fig. 1).
Ik hoop dat anderen lets met mijn ervaringen kunnen doen. Het artikel is niet origineel, niet zelf bedacht, het is alleen maar een verslag van mijn ervaringen met een antenne welke uit nood is gemaakt, met materiaal dat voor handen was met, en dat is het belangrijkste, als aanzet een artikel uit CQ-PA waarin de werking van dit soort antennes werd uitgelegd.
Han, PA3CFB.