
De hierna beschreven 2/70 combiantenne heeft een aantal voordelen:
De verticale straler bestaat uit twee parallel gemonteerde 480 mm lange koperleidingen met een diameter van 10 mm. Daarmee wordt de benodigde breedbandigheid bereikt en eveneens een goede mechanische stabiliteit, welke door het aanbrengen van 3 verbindingsstukken nog verder verbeterd wordt (fig. 1). Deze verbindingsstukken bestaan uit dikke stukken koperdraad (1,5 mm 40), welke elektrisch goed geleidend aan de beide stralerdelen gesoldeerd worden. Het 18 mm lange stukje tussen de SO-239 connector en het onderste verbindingsstuk tussen de beide stralerhelften heeft dezelfde diameter als de stralers zelf (10 mm). Let er op dat de 18 mm afstand geldt vanaf de flens van de connector tot aan het verbindingsstuk!
Op 2 meter gedraagt de antenne zich als een ¼λ straler; op 70 als een ¾λ straler. De radialen voor beide banden zijn 180° t.o.v. elkaar verdraaid op de SO-239 socket gemonteerd. Zij bestaan uit 1,5 mm massief koperdraad dat aan een uiteinde van soldeer-ogen wordt voorzien. Deze soldeerogen worden m.b.v. boutjes en moertjes M3x10 aan de flens van de SO-239 socket gemonteerd. Figuur 2 geeft wat meer details over de montage van de radialen.
De radialen voor 70 hebben een lengte van 170 mm, aan het uiteinde dienen kabelschoentjes met een lengte van 25 mm en breedte van 10 mm gemonteerd te worden, zij vormen een capacitieve afsluiting van de radialen welke de breedbandigheid van de antenne bevordert. De radialen voor 2 hebben een lengte van resp. 485 mm en 495 mm; aan de uiteinden worden geen kabelschoenen doch kleine soldeeroogjes gemonteerd (deze mogen eventueel ook vervallen).

De UHF radialen dienen onder een hoek van 115...135° t.o.v. de straler gemonteerd te worden, de beide radialen voor 2 mogen recht naar beneden hangen. De SWR is op beide banden goed.
Een waarde voor de gain kan DL5ED helaas niet geven, deze zal op het niveau liggen van monoband-GP's voor elk van de beide banden.