Rob's web

Bijna 30 FM-kanalen op 10 m

Foto 1

Zo'n kwart miljoen 22-kanalen bakjes, misschien nog wel meer, zijn er een jaar of twintig geleden verkocht aan de liefhebbers van de 27 MHz-band. Een half watt en 22 kanalen was niet veel, maar het was legaal... en het lag voor de hand dat het op die 22 kanalen een drukte van belang werd. Onwerkbaar druk, zo druk dat de overheid na een paar jaar de band openstelde voor 40 kanalen en een vermogen van vier watt toestond. Opnieuw snelde half Nederland naar de winkel, nu voor een 40 kanalen bak. De nu verouderde 22kanalen doosjes verdwenen naar de zolder en wachten op betere tijden.

Die betere tijden zijn nu aangebroken want met behulp van de bouwaanwijzingen in CQ-PA kunnen zendamateurs nog leuke dingen doen met deze 22-kanalen doosjes. Het doel van de verbouwing is om een FM-transceiver te krijgen die kan worden ingezet voor lokale verbindingen op de 10-meterband waarbij we uitgaan van die doosjes die zijn voorzien van de Cybernet-print. Deze print wordt in ca. 80% van deze bakjes (mobiele en basis-sets) gebruikt en is herkenbaar aan de opdruk PTBM 117 AOX.

PLL08A

Het hart van het apparaat is de frequentiefabriek PLL08A waarin op een uiterst slimme wijze de verschillende frequenties worden gemaakt... zo slim dat we daar bij ombouw ernstige problemen mee gaan krijgen. De PLL is namelijk speciaal gedacht voor de eerste 22 kanalen van de 27 MHz-band met daarin voorzieningen (op last van de overheid) die het onmogelijk moeten maken om iets anders met zo'n bakje te gaan doen. Het is niet zo dat we er maar even een ander kristal in kunnen prikken en dan de zaak even afregelen... zo eenvoudig ligt dat niet. In het -onveranderbare- programma in de PLL08 wordt er voor gezorgd dat het verschil tussen zend- en ontvangstoscillator uitkomt op de vaste midden-frequent van 10,7 MHz en dat verschil blijft alleen maar gehandhaafd met het originele kristal van 10,240 MHz, een kristal dat bovendien dubbelgebruikt wordt om er ook het 10 kHz kanaalraster mee te maken. Daar komt bij dat er op 27 MHz een aantal kanalen in dit raster worden overgeslagen; de z.g.n. alpha-kanalen. Het overslaan van die a-kanalen ligt ook vast in de PLL08A en is daar niet uit te verwijderen! Zelfs het aanbieden van de juiste digitale codes aan de PLL08A helpt niet. Zoiets is natuurlijk een uitdaging voor een amateur!

Wat te doen?

Lang geleden hebben een paar amateurs bedacht dat het hoofdprobleem te omzeilen is door het concept van de vaste midden-frequent van 10,7 MHz los te laten en de set te voorzien van een 'glijdende' midden-frequent. De PLL-mixer wordt voorzien van een nieuwe oscillator en de PLL zelf zetten we vast op een kanaal (voor het gemak op kanaal 1). De VCO van de PLL houdt zo een bepaald verschil tussen zenden ontvangst-oscillator constant. De zendfrequentie is de VCO-frequentie maal twee, maar helaas wordt de frequentie voor de ontvangstmixer niet verdubbeld en het gevolg is dat de ontvangstfrequentie gaat afwijken van de zendfrequentie. Maar als we twee keer mengen met de oscillator die de helft van het verschil bijmengt zijn we er ook. De MF-versterker is eigenlijk een dubbelsuper. De 10,7 MHz (10,695) wordt teruggebracht tot 455 kHz door er 10,240 MHz bij te mengen. Daar houden we mee op. We gaan bijmengen met onze nieuwe variabele oscillator waardoor we ook een 'quasi verdubbeling' bij ontvangst verkrijgen maar... de vaste MF van 10,7 MHz is dan niet meer vast. Voor het doorvoeren van deze operatie is het dan wel noodzakelijk dat we het smalle kristalfilter voor 10,7 MHz verwijderen en dat blijkt in de praktijk probleemloos te kunnen geschieden. Duizelt het u? Laten we dan maar eens een getallenvoorbeeld nemen. We gaan werken op 29,480 MHz; zenden en ontvangen.

Zenden

Bij zenden zorgt de PLL er voor dat het verschil op de PLL-mixer tussen de VCO en de VFO 3,245 MHz bedraagt. De zendfrequentie is de verdubbelde VCO-frequentie en die dient dan 14,740 MHz te zijn voor een zendfrequentie van 29,480 MHz. Met het vaste verschil van 3,245 MHz moeten we de VFO dan instellen op 11,495 MHz. De VFO is de door ons gebouwde nieuwe oscillator.

Fig. 1

Fig. 2

Ontvangen

Om op 29,480 MHz te kunnen zenden is de VFO ingesteld op 11,495 MHz. Bij ontvangst houdt de PLL een verschil van 6,035 MHz in stand tussen de VCO en de VFO. Met een VFO op 11,495 komen we dan op een VCO-frequentie van 11,495 + 6,035 = 17,530 MHz. Laten we die in de ontvangstmixer maar eens mengen met de 29,480 die op de antenne binnenkomt. Dit geeft ons een eerste-MF van 29,480 - 17,530 = 11,950 MHz. U ziet het: de vaste 10,7 MHz is niet meer. Die 11,950 midden-frequent mengen we nu met onze VFO die nog steeds op 11,495 staat en het verschil is: de bekende 455kHz waarvoor de juiste filters en de FM-demodulator al in het bakje aanwezig zijn. U kunt de zaak nog eens voor een andere werkfrequentie doorrekenen... maar het blijft kloppen.

Bij deze twee rekenvoorbeelden ben ik ervan uitgegaan dat de PLL08A met de kanalenschakelaar is ingesteld op kanaal 1 en alleen dan zijn de frequentieverschillen 3,245 en 6,035 MHz bij zenden resp. ontvangen. Neemt men een ander kanaal dan houdt de PLL andere frequentieverschillen aan... maar het sommetje blijft kloppen, d.w.z. zend- en ontvangstfrequentie blijven overeenkomen. Het is dus in principe ook mogelijk om voor de VFO een vaste frequentie te nemen en met de kanalenschakelaar de frequentie in stappen van 10 kHz te veranderen. Een probleem met deze methode is het overslaan van de akanalen waardoor men sommige frequenties niet kan maken. Met een VFO hebben we daar geen last mee... we zitten zelfs niet vast aan het 10 kHz kanalenraster.

Lang geleden...

Toen is er een printje ontworpen met daarop een VFO en een 10,240 MHz oscillator. Die 10,240 MHz oscillator waren we even vergeten maar die blijft noodzakelijk voor de PLL08A om 3,245 en 6,035 MHz goed te kunnen maken. Alleen daarvoor hebben we de 10,240 nodig. Voor de rest van de frequentiefabriek gebruiken we de VFO.

Het 10,240 MHz kristal kunnen we zo van de Cybernet-print halen en met een FET en een transistor als buffer wordt een nieuwe oscillator gemaakt.

Met de VFO in het oorspronkelijke 'lang geleden' ontwerp waren de nodige problemen. Welke varicap werd daarvoor 'toen' gebruikt? Bovendien bleek de stabiliteit niet meer van deze tijd. De bedoeling was overigens om met de VFO een frequentiebereik van ca 1MHz te verkrijgen en zo'n groot bandsegment laat het bakje helemaal niet toe. Het blijkt onmogelijk te zijn om (met afregelen) een fatsoenlijk vermogen over 1MHz te verkrijgen en ook de ontvanger is niet maximaal gevoelig over zo'n groot bandsegment.

Kijken we naar het bandplan en vooral naar de praktijk dan wordt FM vooral gebruikt aan het einde van de band: van 29,400 MHz tot 29,700 MHz (einde van de band). Eigenlijk maar vanaf 29,500 omdat het satellietverkeer er 100 kHz bij heeft gekregen. Het satellietbandje loopt tegenwoordig van 29,300..29,510 maar niet in FM. Het is voor de andere gebruikers bijzonder hinderlijk als er met FM in het satellietbandje gewerkt wordt... doe dit niet! Digitale communicatie (o.a. packet) vindt plaats tussen 29,200 en 29,300 en dat stukje kunnen we met een VFO nog wel meepakken (indien gewenst).

De gebrekkige stabiliteit noopte ons om het oorspronkelijke ontwerp nog eens te bekijken. We kunnen twee dingen doen: of we ontwerpen een stabielere VFO of we gaan een kristal gebruiken. Een kristal is duur en weinig flexibel maar heeft als voordeel dat er weinig mechanisch werk aan het bakje verricht behoeft te worden... en we blijven met het alpha-kanalen probleem' zitten. Een goed VFO ontwerpen behoort tot de mogelijkheden maar dat VFO dient te worden voorzien van een schaal en een vertraging om gemakkelijk te kunnen afstemmen. Gezien de mechanische problemen die dat met zich meebrengt is het nog maar de vraag of de 25 gulden die voor een kristal moet worden betaald niet de voorkeur verdient.

Gekozen is voor een kristal waarbij een truukje is gevonden om toch op de (verschoven) alpha-kanalen te kunnen werken. De mechanische werkzaamheden die hiermee samenhangen zijn door iedere amateur tot een goed einde te brengen en tasten het oorspronkelijke uiterlijk van het transceivertje nauwelijks aan.

Met een kristal van 11,462 MHz kunnen de volgende frequenties worden gemaakt:

kanaalfrequentie
129,410
229,420
329,430
3a29,440
429,450
529,460
629,470
729,480
7a29,490
829,500
929,510
1029,520
1129,530
11a29,540
1229,550
1329,560
1429,570
1529,580
15a29,590
1629,600
1729,610
1829,620
1929,630
19a29,640
2029,650
2129,660
2229,670

Schema

Op het printje zijn twee oscillatoren aangebracht. Een voor de 10,240 MHz en eentje voor de VFO. De VFO-frequentie kan iets in frequentie worden vertrokken waardoor het mogelijk is om de frequentie van het bakje 10 kHz omlaag te brengen en op die manier ook op de alpha-kanalen te kunnen afstemmen. Tevens bestaat de mogelijkheid om ook 5 kHz omlaag te gaan. Alhoewel op de 10 mtr (FM) frequenties een 10 kHz raster wordt aangehouden zijn er enkele amateurs gehecht aan een 25 kHz raster en daarop kunnen we zo ook afstemmen.

Fig. 3
Fig. 3. Het gebruik van bijzondere condensatoren, zoals NP0 en styroflex, loont bij deze schakeling niet. Het lampje RX zit op het frontje en gaat gebruikt worden ter signalering dat er -10 kHz wordt getuned. Het mini-LEDje komt bij de kanalenschakelaar... daarover straks meer. Voor de +12 V dient men of de aansluiting op de aan/uit-schakelaar te gebruiken of de rode draad op het printje van de kanaalschakelaar; met andere 12 V-aansluitingen kunt u in ernstige problemen geraken. De waarde van L* wordt nog nader toegelicht.

De bakjes zijn oorspronkelijk uitgerust met de z.g.n. 'delta-tuning' waarmee men een paar kHz omlaag of omhoog kan gaan. Er is geprobeerd om dit systeem te handhaven, men kan dan ook de oorspronkelijke oscillator/mixer blijven gebruiken, maar de frequentieverschuiving was te gering. Bovendien was het oscillatorsignaal te klein om de ontvanger een optimale gevoeligheid te geven. *) zie verderop.

De 10,240 MHz oscillator is een rechttoerechtaan schakeling met een buffertrapje waarover verder nets te melden valt. De 11,462 MHz oscillator is een 'VXO' (Variabele X-tal Oscillator) waarbij de frequentie omlaag wordt vertrokken door een seriekring. De mate van het vertrekken hangt in belangrijke mate of van de waarde van de spoel L* en het slijpen van het kristal. Het kan nodig zijn dat met de waarde van de spoel wat geëxperimenteerd moet worden; zie daarvoor het einde van het artikel =op frequentie brengen=. Met het in geleiding brengen van de twee transistors wordt de waarde van de seriecondensator gewijzigd. In een buffertrapje is voor de 11,462 MHz oscillator niet voorzien; daarvoor dient de in het bakje aanwezige mixer/oscillator. De gestabiliseerde voedingsspanning van 6,2 volt wordt uit het bakje betrokken.

Het printje

Het printje kan worden gemonteerd tegen de linker zijwand van het bakje (boven de 'info' en vlakbij de entree voor de 12 V voedingsspanning) en als het goed is zitten er al twee gaatjes in die zijwand die overeen dienen te komen met de aangegeven gaten in het printje. Onze eerste arbeid is het om na te gaan of die gaatjes er werkelijk zitten en of de bevestiging straks gaat passen. Is dat in orde dan solderen we op het koper van de print twee moertjes M3. Daarmee, plus twee M3 boutjes met verzonken kop en twee afstandbusjes van 5mm lengte zit ons printje straks stevig vast.

Door de twee bevestigingsboutjes wordt bij mobielbakjes de metalen behuizing aan massa gelegd en die was dat voordien niet omdat men er rekening mee heeft gehouden dat er auto's zijn met de +pool van de accu aan massa... vandaar de gdsoleerde opstelling. Die geIsoleerde buitenkant van het bakje kan lastig zijn bij het doen van metingen! Wenst men deze isolatie te behouden dan kan men kunststof boutjes en afstandbusjes voor de montage van het printje gebruiken.

Het op de print solderen van de moertjes is eenvoudig: maak de, bij voorkeur messing, moertjes goed schoon en zet ze vast op de print met een verchroomd boutje. Nu gaan we solderen waarbij de moertjes goed warm gestookt dienen te worden zodat het soldeer lekker (onder het moertje) vloeit. Na afkoeling draaien we de verchroomde boutjes er weer uit en dat kan dan ook omdat soldeer niet aan chroom hecht. Nog even checken of het printje nu goed gemonteerd kan worden...

Alle gaatjes in het printje gaan we nu boren met een boortje van lmm en vervolgens gaan we de drie trimmers monteren. Vermoedelijk moeten de gaten daarvoor wat groter worden gemaakt en moet worden gekeken of de trimmers passen. De steek van beschikbare trimmers kan uiteenlopen en ze zijn er met twee en met drie aansluitpennen. De twee weerstanden van 33 kΩ voor de transistoren voor de frequentieverschuiving van -5 en -10 kHz worden direct aan de bases gesoldeerd, dus niet via een eilandje op de print. Verder zijn er bij de bestukking geen problemen te verwachten; de print is ruim van opzet want er is ruimte genoeg in 'de bak'. Het 10,240 MHz kristal wordt uit het bakje gehaald en overgezet naar de nieuwe print.

Is het printje bestukt en gesoldeerd dan moet het op het bakje worden aangesloten. De oorspronkelijke 10,240 MHz-oscillator hebben we door het verwijderen van het kristal buiten werking gesteld maar de PLL08A heeft het signaal van 10,240 MHz wel nodig. We verwijderen de koppelcondensator tussen de oscillator/ mixer (IC2 TA7310) en de PLL08A, dit is C5. De 10,240-uitgang van het nieuwe printje sluiten we met een draad aan in het gaatje van C5 dat met pen 2 van de PLL08A is verbonden. Dat is alles wat betreft de 10,240-oscillator.

Alle draadverbindingen met de print worden gemaakt aan de koperzijde van de print. Vergeet niet om een massadraad naar de hoofdprint te leggen!

De uitgang van de oscillator van 11,462 MHz sluiten we aan op de oscillator/mixer en daarbij maken we gebruik van een van de aansluitingen van het oorspronkelijke 10,240-kristal. Het gaat hierbij om het gaatje dat verbonden is met pen 1 van IC2. Van de oscillator/mixer wordt de oscillator niet meer gebruikt als oscillator maar als buffertrap voor 11,462 MHz. De uitgang van deze buffertrap is intern verbonden met de mengtrap in het IC.

De 11,462 MHz moet ook nog naar de ontvanger-middenfrequent worden gevoerd. De uitgang van de buffer (in IC2, pen 3) is beschikbaar op de nog niet gebruikte aansluiting van C5. In dat gaatje solderen we 1 kant van een koppel-C van 470 pF. De andere kant van deze C wordt aangesloten op de MF-mixer Q9 in het rechter* gaatje van C65, waarbij C65 wordt verwijderd. (* frontje naar u toe en het bakje op z'n kop, d.w.z. u kijkt op de onderdelen op de print.)

Omdat de MF-versterker niet meer op 10,7 MHz werkt maar op 1,2 MHz hoger dient men het 10,7 MHz MF-filter te verwijderen. Dit filter, F1 , ziet er uit als een normaal kristal maar heeft 3 aansluitingen waarvan de middelste met massa is verbonden. Over de twee vrijgekomen buitenste aansluitingen solderen we een koppel-C van 1 nF.

In principe zijn hiermee de modificaties volbracht ware het niet dat we ons nieuwe printje nog moeten aarden (met een korte draad naar het dichtstbijzijnde massavlak) en van voedingsspanning moeten voorzien. Op punt '37', een wire wrap aansluitpen met een witte draad, staat 6,2 volt. Controleer voor de zekerheid even de spanning op deze pen voordat u de voeding voor ons printje erop aansluit.

Nog twee aansluitingen zijn er van ons printje naar de 'delta-tuning'schakelaar op het frontje te maken. De oorspronkelijke bedrading kan op de schakelaar blijven zitten want de schakelaar heeft genoeg ongebruikte contacten. Voor de +12V op het moedercontact kunt u de spanning gebruiken die op de 1M-weerstand staat die al met de schakelaar is verbonden.

We zijn klaar met de ombouw... nu alleen nog 'even' afregelen.

Afregelen

Fig. 4

Zorg voor passende trimsleutels; een kerntje is sneller stuk dan u denkt... en wat dan?

Het afregelen bleek nog heel wat voeten in aarde te hebben... in dit stadium is de ontvanger bijzonder doof en is er geen zendvermogen te bespeuren. Controleer eerst (met een ontvanger) of de 10,240 MHz en 11,462 MHz signalen (draaggolven) aanwezig zijn. Als afregelhulp heb ik een afluisterlusje gemaakt dat met een stukje coax op de hulpontvanger (of een spectrum analyzer) kan worden aangesloten. Als ons printje 10,240 en 11,642 MHz opwekt gaan we met de zender beginnen. Het is nog maar de vraag of de VCO de grote frequentieverschuiving bij kan benen. Daar dienen we ons eerst van te overtuigen. M.a.w. loch de PLL op alle kanalen tijdens zenden en ontvangen? Men kan daartoe de afstemspanning voor de VCO meten op TP1 maar beter is het gebruik te maken van de 'lock detector' op pen 4 van de PLL08A. De lock detector is hoog (ca 6 V) als de PLL goed gelockt is. Wordt niet gelockt bij zenden of ontvangen op het hoogste of het laagste kanaal dan kan dat met het afregelen van T1 (zenden en ontvangen) en de trimmer CT1 (zenden) in orde worden gemaakt. T1 en CT1 beinvloeden elkaar een beetje.

Zender

We gaan uit van een frequentie van ca 29,550 MHz en daartoe zetten we de kanalenschakelaar op kanaal 12. Het koppellusje houden we tegen de print bij de spoelen van de zender waarbij we starten met de spoel T2, dan T3, dan T4, L5 en als laatste L6... die we allemaal op maximum signaal afregelen. Nadat ik dat zorgvuldig had gedaan kwam er 150mW uit de zender en dat moet beter kunnen.

Als we bij het afregelen merken dat een trimmer of een spoelkern in zijn uiterste stand komt te staan... dan is er iets niet in orde. We bereiken dan niet het optimale afregelpunt omdat de afregelorganen (L of C) 'het niet halen. Dan zullen we nog iets aan capaciteit moeten toevoegen of verwijderen, afhankelijk van de situatie. De spoel veranderen kan theoretisch ook maar dat valt in de praktijk vaak tegen.

De kern van T3 moest tot de bodem worden gedraaid voor die 150 mW. Voor het verminderen van de interne capaciteit (we gaan in frequentie omhoog) moet T3 eerst van de print worden verwijderd. Dat gaat prima met zuiglitze. Vervolgens moet T3 worden opengemaakt; draai eerst de kern emit, mask de deukjes aan de onderzijde van het blikken huisje wat los met een kleine schroevendraaier en druk vervolgens =van bovenaf= met een ballpoint o.i.d. die goed aansluit op het plastic van het spoellichaam, het binnenwerk uit het huisje. Nu kunt u het inwendige parallelC-tje (74 pF) zien zitten. Haal het emit of breek het stuk en zet vervolgens T3 weer in elkaar... waarbij er op gelet dient te worden dat er geen eindje draad van de verwijderde C tegen de behuizing mag komen. T3 kan weer terug in de print worden geplaatst en een nieuwe C, nu van 56 pF, wordt onderop de print gesoldeerd.

Na deze operatie regelen we T3 in de zender opnieuw of en nu moet er voldoende vermogen uitkomen; bij mij 500 mW nadat alles optimaal was ingesteld. Verwijderen we ook C201 (150 pF) van de antenne-aansluiting dan loopt het beschikbare vermogen nog iets op tot 600 mW.

Afregelen ontvanger

Fig. 5

Zonder afregeling is de ontvanger extreem doof. Niet alleen de RF-versterker moet opnieuw worden ingeregeld, ook de middenfrequenttrap behoeft de trimsleutel. T8 en T9 dienen op de nieuwe MF van 11,950 MHz te worden afgeregeld. Vanaf de oorspronkelijke 10,7 MHz is deze frequentieverschuiving een grote ruk waarbij het bij mijn bakje niet nodig was om de C's uit de MF-trafo's te halen, dacht ik. Het voorlopig afregelen van T8 en T9 op maximale ruis is (op dit moment) voldoende.

Nu komen de voorkringen aan de beurt die ook ruim 2 MHz omhoog moeten worden gebracht. Het mooiste is het als een naburige zendamateur eens flink wat vermogen maakt... tenzij u over een meetzender beschikt. Hoe dan ook: een sterk signaal moet te horen zijn. De afregelvolgorde is van achteren naar voren; dus eerst T7, dan T6 en tenslotte T5. Een redelijke gevoeligheid kon worden bereikt... maar van T5 kon de kern niet ver genoeg worden gedraaid. T5 behoeft echter niet opengemaakt te worden; er zit geen condensator in deze trafo. De primaire van T5 is onderdeel van een seriekring en heeft een uitwendige C, C51 van 27 pF. Deze C halen we van de print =hij zit naast de zendereindtraptor= en we proberen hiervoor 22 pF.

Fig. 6

T5 beschermt de ingang van de RF-versterker tegen te hoge spanningen met de twee 'kop/staart diodes D4 en D5 die op het hoogohmige punt van de seriekring zijn aangesloten. C51 is verbonden met de collector van de zender-eindtor en zo met de antenne.

Toch moest er nog een trafo open: T9, middenfrequent. Die was voorlopig op maximum ruis afgeregeld. Nu de ontvanger een redelijke gevoeligheid heeft gekregen voldoet deze grove afstelling niet Langer en dient ook T9 van een kleinere parallel-C te worden voorzien. Het openmaken van T9 is eenvoudig. De kern draait niet in de spoel maar 6m de spoel waarbij de behuizing voor de schroefdraad zorgt. Nadat we de blikken behuizing aan de onderkant iets hebben losgemaakt draaien we eenvoudig de kern omlaag en dan komt het binnenwerk vanzelf los.

Fig. 7

De keramische C zit in het gat en moet er gewoon uit... voorzichtig! De condensator mag sneuvelen, de trafo in geen geval.

Met 68 pF onderop de print was ook T9 goed of te regelen.

Was de ontvanger nu het toppunt van gevoeligheid? Nee, nog steeds doof terwijl alle kringen nu goed waren afgeregeld! Is er iets stuk gegaan tijdens de verbouwing? We gaan op zoek en het merkwaardige was dat ik de weerstanden R33, R34 en R35 nergens op de hoofdprint kon ontdekken. Oorzaak: de waarden die in het schema vermeld staan zijn niet op de print gemonteerd... en ik zocht op de kleurcode. Op de basis van Q9 (MF-mixer) vond ik een spanning van 0,23 V en met zo'n spanning staat de tor beslist niet in geleiding. Het zou kunnen zijn dat de oorspronkelijke oscillator zoveel signaal gaf dat Q9 toch werd opengedrukt maar dit was in ieder geval de oorzaak van de doofheid.

Bij het schema rond Q9:

Fig. 8

In de weerstanden staan de waarden gedrukt zoals die volgens het schema zouden moeten zijn. Naast de weerstanden de waarde die gemonteerd was. De weerstanden zijn er niet uitgehaald en vervangen, wel is over de weerstand van 47 kΩ een extra weerstand van 27 kΩ parallel gezet; gewoon er bovenop gesoldeerd. Verschillende waarden zijn voor deze weerstand uitgeprobeerd en 27 kΩ gaf het beste resultaat. Deze operatie heeft de gevoeligheid met ruim 60 dB verbeterd en nu kunnen we eindelijk spreken over een goed gevoelige ontvanger.

Omdat de trafo's elkaar licht beinvloeden herhalen we de afregeling van zender en ontvanger nog een keer om de puntjes op de I te zetten.

Fig. 9

Kanaal-schakelaar

We kunnen ons natuurlijk behelpen met de oorspronkelijke kanaal-aanduiding en een lijstje naast de set leggen met de bijbehorende frequenties. Een ander alternatief is een stukje digitale techniek op dit bakje los te laten en een echte frequentieuitlezing maken. Dat maakt de zaak erg ingewikkeld en daarmee is ook de charme van deze op zich eenvoudige ombouw vervlogen. Met wat geringe mechanische arbeid is echter een eenvoudige en doeltreffende oplossing te realiseren. We voorzien de knop van de schakelaar van een zo groot mogelijke plastic schijf waarop we de nieuwe frequenties noteren. Op de plaats van de alpha-kanalen +1 vijlen we een gleuf en daardoorheen schijnt dan de mini-LED als een kanaal is ingeschakeld dat een hoger ligt dan het alpha-kanaal. Het zien branden van de LED is het teken dat we 10 kHz omlaag kunnen om op het alpha-kanaal te komen... en het aardige is dat dan op alle 'mooie' frequenties de brandende LED is te zien. Mooie frequenties zijn: 29,450.. 29,500.. 29,550.. 29,600 en 29,650 dus elke 50 kHz.

Het heeft overigens geen zin om de kristalfrequentie iets hoger te kiezen om daarmee ook het einde van de band te kunnen gebruiken (29,690MHz) want rond 29,680 zit een knalharde spurious die niet is weg te krijgen.

Op frequentie zetten

Dit is het laatste stukje afregeling dat we moeten verrichten. In de praktijk is gebleken dat het goed op frequentie 'staan' bij deze smalbandige bakjes (10 kHz raster) van groot belang is. Een afwijking van 2 kHz is bij de ontvangst goed hoorbaar door de optredende vervorming... en die bij het zenden naast de frequentie bij het tegenstation de ontvangst bederft.

De afregelvolgorde is: eerst de trimmer voor '0 kHz', met de schakelaar op kanaal 12 dient de frequentie 29,550 MHz te zijn, vervolgens '-5 kHz' (29,545) en tenslotte '-10 kHz'. In de praktijk blijkt dat de twee schakeltransistoren (bijv. BC547) nog al wat capaciteit doorlaten ook al sperren ze. Het gevolg is dat de instellingen van de trimmers elkaar beInvloeden en dat we de afregeling een paar maal dienen te herhalen. De spoel L* was eerst 10 µH en na klachten op de band over de modulatie =ik bleek 2 kHz te laag te zitten= is L* vervangen door 6,8 µH. De waarde voor L* is erg afhankelijk van de manier van slijpen van het kristal... meer spoel geeft een lagere frequentie.

Het vaststellen van de juiste frequentie is nog niet eens zo eenvoudig. Mijn teller had onvoldoende resolutie en de accu's waren natuurlijk leeg toen het spannend werd. Op het gehoor afregelen op een FM-ontvanger leidt tot niets... wel op een SSB-ontvanger. (Hierbij moet erop worden gelet dat veel ontvangers niet de juiste frequentie op het display geven... gebruikelijk is een afwijking van 1,5..2 kHz. Het is dus zaak om hierover duidelijkheid te hebben.) Met de ontvanger in de SSB-mode, en de MIC GAIN' dicht is het op frequentie zetten uiteindelijk prima voor elkaar gekomen.

KLAAR!

Zeshonderd milliwatt is natuurlijk niet veel maar met geduld, een fatsoenlijke antenne en een vleugje conditie is er zelfs DX mogelijk. Met de Ukraine is al een paar maal gewerkt evenals met diverse landen rond de Middellandse Zee. Geluk en vingervlugheid zijn nodig om over Amerikaanse repeaters te kunnen werken; er is geen voorziening voor de 100 kHz shift... dus snel de schakelaar draaien. Maar het lukte wel via W10J in Boston USA op 29,620 RX en 29,520 TX. De door mij gebruikte antenne was een ⅝ labda voor 27 MHz die iets is ingekort. Voor het lokale werk is 600 mW aan de krappe kant met een actieradius van 30..40 km. Met een voedingsspanning van 14,4 V was er 700 mW uit te persen maar daarbij wordt de plastic eindtor behoorlijk warm! Ik heb diverse 27 MHz-eindtorren geprobeerd en dat werd niets. Met de 2N3553 is een dikke watt haalbaar en deze tor kan zo in het printje gestopt worden. Maar, de 2N3553 moet gekoeld worden en de collector is met de metalen TO-9 behuizing verbonden. Ik vond in de junkbox nog een keramisch koellichaam, een lange koelster, waarmee dit klusje zonder problemen kon worden geklaard. Wat u nog in de rommeldoos heeft weet ik ook niet... het PYE-eindtrapje uit CQ-PA maart 2000 misschien?

Foto 2
In de koelster de nieuwe eindtor 2N3553. De condensator over de antenne aansluiting hangt los (kan weg).

Bastiaan Edelman, PA3FFZ.