
Zelf heb ik een dergelijke zelfbouwmeter al zo'n 30 jaar in gebruik, met een uitbreiding: een LF-niveau meter. Voor die uitbreiding is plaats voor een tweede ECC-buisje nodig. Met de uitbreiding kan men zelfs de uitgangsspanning van een dynamische microfoon goed meten. Indien daar belangstelling voor is wil ik daar wel eens een artikel aan wijden... u zegt het maar.
Ouwe troep... maar herinnert u zich nog de problemen met een digitaal instrument bij het afregelen van de Rohde&Schwarz ESM 180/300 (CQ-PA mei 2000)? Voor het afregelen is over het algemeen een analoog instrument te prefereren boven een digitaal instrument maar helaas heeft de gemiddelde analoge universeelmeter een te lage inwendige weerstand. Daarvoor is al jaren geleden een uitstekende oplossing bedacht: de buisvoltmeter. Een buisvoltmeter is bovendien vrijwel niet mar de eeuwige rookvelden te jagen door overspanning, dit in tegenstelling tot halfgeleider-meters.
In "Surplus Radio Bulletin" ('98-14) troffen we een schema aan voor een BVM (Engels: Vacuum Tube Volt Meter, VTVM). Met een nog goed verkrijgbaar buisje, de ECC82 of ECC81, is deze buisvoltmeter te realiseren. De ingangsweerstand is 10 MΩ, een optelling van 1k + 9k + 90k + 900k + 9M en dat zijn waarden die op het eerste gezicht geen handelswaarden zijn. Ze zijn echter goed verkrijgbaar in 1% nauwkeurigheid omdat veel meters van dit soort spanningsdelers uitgaan. Mocht u er niet aan kunnen komen dan kan een uitweg zijn om i.p.v. 1 kΩ als startwaarde uit te gaan van 1,111 kΩ + 10 k + 100 k + enz. De 1,111 kΩ kan worden opgebouwd uit 1 kΩ + 100 Ω + enz. Zo hebben we allemaal standaardwaarden. Maar opgepast met de weerstanden 900 k (1 MΩ) en 9 M (10 MΩ)! Zulke hoogohmige weerstanden hebben vaak een andere waarde dan die erop is vermeld. De hoge ingangsweerstand is snel 'weggelekt'; houd daarom de weerstanden en vooral de schakelaar schoon... geen vette spuitbussmeerboel, gebruik een nieuwe keramische buisvoet en een goede (polyester) condensator. Of de hoogspanning 100 V, ietsje meer of ietsje minder is doet niet erg ter zake en deze spanning behoeft in principe niet gestabiliseerd te zijn daar beide buishelften in een symmetrische balansschakeling staan.
Met de 10 kΩ wordt de meter op 'nul' gesteld en deze potmeter moet op het frontpaneel zitten. De 25 kΩ trimmer kan in het apparaat komen; daarmee wordt de schaal van de meter afgeregeld en dat behoeft alleen maar bij ingebruikname van de meter te gebeuren. De trimmer wordt afgeregeld, met de sonde aangesloten, en de sonde wordt altijd gebruikt, ook als deze niet nodig is om schakelingen waarop HF aanwezig is niet met de capaciteit van de meetsnoeren te belasten.