Het is de allerhoogste tijd voor de voorbereiding voor de vakantie. Vandaar dat CQ-PA ook deze maand weer met een vakantieantenne komt. Deze keen een vertikale antenne die gemakkelijk gedemonteerd kan worden om het transport naar de vakantiebestemming mogelijk te maken.
Al enige tijd was ik op zoek naar een handige, maar vooral kleine en gemakkelijk in een kleine auto mee te nemen antenne voor HE In Electron, mei 1996, beschreef PA3BOV een door hem ontwikkelde 'vertical' uit aluminium buizen van ongeveer twee meter lengte. Dat was voor mij geen optie gezien het feit dat wij ons verplaatsen in een klein japannertje. Zelf dacht ik aan stukken roodkoperen buis met een lengte van maximaal 1 m tot 1,10 m. Het probleem voor mij was het verbinden van twee van die stukken buis met een diameter van 12 mm. De oplossing kwam in een Franse 'doe-het-zelf zaak waar ze roodkoperen buis van 10 mm verkopen en die past 'stijf' in een buis van 12 mm. In principe zou je daar klaar mee zijn; een stukje van 13 cm lengte kan over een lengte van 3 cm in de ene buis worden gesoldeerd, waarna de resterende 10 cm in een andere buis van 12mm wordt geschoven. Meerdere van deze stukken kunnen zo gestapeld worden totdat de gewenste antennehoogte is bereikt.
Er was een reden om het daar niet bij te laten. je moet namelijk ook nog 'iets' hebben waarmee je de tuidraden op hoogte houdt. Daartoe is er een soort van kap samengesteld uit een combinatie van stukjes 15 mm-buis en moffen 15/12; zie tekening la, links. Op een buis is op ⅓ van de hoogte, vanaf de onderkant gerekend, een mof 12/12 [met weggevijlde dam] gesoldeerd. Bij een andere buis is hetzelfde gedaan, maar dan op ⅓ vanaf de bovenkant. Dit om tot een min of meer gelijkmatige verdeling van de tuien te komen; zie tekening 3 van de 40 m-band uitvoering. Naar dit model werden zeven buizen vervaardigd. Het oorspronkelijke ontwerp van PA3BOV is vrij aardig gevolgd; zij het met een paar kleine wijzigingen.

Tekening 1.
Dit is een plaatje aluminium van 0,75mm dikte en ongeveer 25 bij 40 cm geworden; ik had nets anders.
Gebruikt werden zes radialen, bestaande uit gesplitst tweelingsnoer van 1,8 m lengte, die als taartpunten vanaf de grondplaat over een cirkel van 3,6 m worden verdeeld en met metalen tentharingen vastgezet. Om en om worden de haringen ook gebruikt om de tuidraden vast te zetten... er zijn drie stuks tuidraden.
De spoelgegevens van PA3BOV, 20 windingen op een kern van 50 mm PVC, en ook de suggestie van PA0WAL in hetzelfde artikel in Electron aangaande de 'isolatie-stand-or zijn meegenomen bij de constructie van de spoelbehuizing.
De bovengenoemde spoel is ondergebracht in een stuk pvc-rioolbuis met een diameter van 110mm die met beugeltjes en vleugelmoertjes op de grondplaat wordt bevestigd. Wanner de grondplaat 'los' kan van het spoelhuis is dat handiger bij het transport. Aan de zijkant-onder zit t.b.v. de voedingskabel een antenne-chassisdeel waarvan de 'plus' is verbonden met het onderste chassisdeel voor een banaansteker aan de zijkant van de buis. De 'min' is verbonden met de drie beugeltjes voor de bevestiging van de buis aan de grondplaat. Aan dezelfde zijkant van de buis zijn nog eens elf chassisdelen voor banaanstekers gemonteerd t.b.v. de te kiezen aftakkingen op de spoel... per twee windingen komt een aftakking. Het geheel wordt afgesloten met een multiplex deksel waarop een ½ duimse muurplaat is geschroefd waarin weer een ½ duims puntstuk is gesoldeerd die op zijn beurt weer is afgedraaid op 20 mm; dat is de binnenmaat van een 22 mm roodkoperen buis. Zie voor een beter begrip van het bovenstaande: tekening 1, rechts onder. Onder een van de schroeven van de muurplaat wordt de antennedraad, afkomstig van het bovenste banaansteker-chassisdeel bevestigd.

Tekening 2.

Tekening 3.
Als het spoelhuis op de grondplaat is gemonteerd en de radialen zijn aangebracht komt de eerste buis aan de beurt. Dat is een buis van 22mm die op het afgedraaide puntstuk komt te staan. Klemmen o.i.d. zijn niet nodig, de buis past 'stiff' op het puntstuk. In deze buis, afgesloten met een mof 22/15 met een weggevijlde 'dam' van 15 mm, past een 15mm-buis die aan z'n bovenkant een mof van 15/12 mm heeft waarin een 11cm Lang stukje 12 mm-buis is gesoldeerd. Aan de onderkant van deze 15 mm-buis is een 22/15 mm-verloopstuk gesoldeerd dat op iets minder dan 20 mm is afgedraaid, de binnenmaat van de 22 mm-buis. In de 22 mm-buis zijn om de 5cm gaatjes van 4,5 mm geboord waar een messing staafje in past. Hiermee is het mogelijk om de 'binnenbuis' op een dusdanige hoogte of te stellen [en daarmee de totale lengte van de antenne] dat een zo goed mogelijke SWR wordt verkregen. Helemaal perfect wordt de SWR op deze manier niet maar dat was in de praktijk geen bezwaar. Op het stukje buis van 12mm worden de lange buizen van 12mm gestoken, net zoveel als er nodig zijn om op de gewenste frequentie te kunnen werken... zie de rechterkant van tekening 1.
Deze bestaan uit stukjes perspex van 5mm dikte en rond 60 mm met in het midden een gat van iets meer dan 12mm en drie gaatjes [over de hele cirkel verdeeld] van 3,5 mm op 10 mm van de rand. Nylon scheerlijn van 3 mm is sterk genoeg heb ik ondervonden! Het verdient aanbeveling om tijdens het opzetten van de antenne 'volgens tekening' te werken, d.w.z. dat voor elke band een tekening is gemaakt waar de verdeling van de tuien op staat aangegeven. Als voorbeeld is de tekening van de opstelling voor de 40 m-band gegeven.
Als de antenne met alle buizen is op gesteld krijg je een lengte van 9 meter, met een gedeelte van de spoel erbij is de antenne voor 40 m goed in resonantie te brengen, voor 80 meter is de antenne te kort, voor de hogere banden is het mogelijk om door slim te combineren een ⅝ antenne te maken.
In Frankrijk, omgeving Cahors, zijn in het voorjaar van 2002 op 20 meter in CW verbindingen gemaakt, en bevestigd, met Europa, Noord-Amerika en Japan, rapporten van 569 tot 599.
Jawel, die zijn er ook. Het was onmogelijk om in je eentje de antenne 'full-size' op te tuigen; daar moest echt iemand een handje bij helpen. Mijn idee om de antenne op de grond in elkaar te steken en dan op te trekken moest ik snel laten varen... de slapte van zo'n lange, dunne buis liet dat niet toe en daar moet ik nog wat op vinden.
Ook het wisselen van band gaat niet zo vlot; dat is een zaak van inkorten of verlengen van de antenne en gerommel met de tuien. Lastig voor diegenen die vaak van band wisselen.
Voor de SWR-meting gebruik ik de veldsterktemeter volgens PA3BOV en die werkt perfect. Volgens de theorie zal het allemaal wel niet kloppen... menig antenne-goeroe zal dit verhaal dan ook met gekromde tenen lezen en als onzin terzijde schuiven.
Maar het werkte allemaal boven verwachting!
Electron mei 1996, blz. 195/196: 'Een vacantie-antenne voor de HF banden' door Bert Reurts, PA3BOV, met een aanvullende noot van PA0WAL.
Flip, PA3GBO.