Met het oog op de a.s. Jutberg en de daar bijna dagelijks to houden vossejachten geven wij onderstaand nog eens een beschrijving en verklaring van deze sport.
Het vossejagen op 2 meter is een aantrekkelijke bezigheid die op verschillende manieren kan worden beoefend. We kunnen b.v. met een 7 elements antenne en een drievoudige super ontvanger, of met een simpel dipooltje en een ontvanger in zakformaat op pad gaan. De laatstgenoemde uitrusting is ongetwijfeld handzamer, maar het is de vraag of met een dergelijk eenvoudige antenne ook goed gepeild kan worden.
Natuurlijk kan dit, mits de juiste methode wordt toegepast. Ter verduidelijking hiervan dient afb. 1. Het stralingsdiagram van een symmetrische dipool ziet er uit als in deze figuur is aangegeven.

Fig. 1.
De dipool wordt nu zodanig gedraaid, dat de ruis in b.v. een superreg ontvanger maximaal is, d.w.z. minimale ontvangst, of voor zeer zwakke signalen, op minimale modulatie.
Gezien het stralingsdiagram is er nu nog een tweede mogelijkheid en wel in de tegenovergestelde, verkeerde richting. Om nu uit deze beide mogelijke richtingen de juiste te bepalen, bestaan er twee manieren namelijk:
Voor de kruispeiling moeten we ons een stuk dwars op de gepeilde richting verplaatsen en opnieuw een peiling maken.
Het kruispunt van de twee denkbeeldige lijnen moet de locatie van de vos zijn (zie afb. 2).

Fig. 2.
Het voordeel is dus, dat er direct een vrij nauwkeurige plaatsbepaling van de vos kan worden gemaakt als de lijnen op een landkaart of omgevingsplattegrond worden uitgezet. Het nadeel hierbij is natuurlijk dat er een omweg moet worden gemaakt.
De reflectiemethode volgt uit afb. 3. Hiervoor is een reflector nodig van 110 cm lengte. De hoofdrichtingen zijn b.v. eerst met de enkele dipool bepaald, terwijl met de reflector het stralingsdiagram van de antenne dusdanig veranderd wordt, dat duidelijk de richting van de vos kan worden bepaald. De ontvangststerkte in de gevonden richting wordt zekerheidshalve verschillende malen vergeleken met de ontvangststerkte in de tegenovergestelde richting (180° draaien).

Fig. 3.
Bij peilingen op 2 meter moet ernstig rekening worden gehouden met reflecties van obstakels in de buurt, waardoor de peilingen volgens de reflectiemethode zeer onnauwkeurig kunnen worden of zelfs geheel fout kunnen zijn. De kruispeiling vanuit een volkomen vrije positie verdient wellicht toch de voorkeur.
Met superregeneratieve ontvangers moeten vossenjagers niet te dicht bij elkaar beginnen met peilen, omdat de ontvangers een behoorlijke straling en dus onderlinge storing veroorzaken. Verwijder u zo snel mogelijk van de andere peilers en vertrouw op uw individuele waarnemingen.