Rob's web

Blikseminslag in antennes 1

Hierover is veel geschreven en gesproken, maar nu de zomermaanden weer voor de deur staan met kans op een fikse onweersbui lijkt het toch verstandig de experts eens aan het woord te laten. Met toestemming van het NNI en het NEC hebben wij voor u de nodige informatie verkregen. Misschien weet u het allang, maar hier is een officiele instantie aan het woord, dit voor de goede orde.

De maatregelen betreffen uitsluitend antennes voor individueel gebruik. Antennes voor gemeenschappelijk gebruik moeten ingevolge de wet reeds van een bliksemafleiderinstallatie zijn voorzien.

Schade

Indien een woning door de bliksem wordt getroffen, is de kans groot dat het punt van in-slag de antenne is. Vandaar baant de bliksemstroom zich een weg naar de aarde. Indien Been speciale maatregelen zijn getroffen, loopt deze weg veelal van de antenne, over de antenneleiding naar het radio- of televisietoestel. Vervolgens zal de bliksemstroom via het aansluitsnoer de elektrische installaties bereiken om in de meterkast op een geaarde geleider over te springen.

De schade ten gevolge van een blikseminslag kan van geheel verschillende aard zijn. Soms zijn er hier en daar brandplekjes te zien en komen lichte beschadigingen voor aan radio-of televisietoestel en aan de elektrische installatie.

In andere gevallen laat de bliksemstroom een spoor van verwoestingen achter. Het radio-of televisietoestel zal niet meer voor reparatie in aanmerking komen. De elektrische installatie werkt meestal niet meer, omdat het koperen installatiedraad hier en daar in damp is opgegaan en de smeltpatronen, ook wet stop-pen genaamd, zijn doorgeslagen.

In het ergste geval kan de blikseminslag zo'n zware schade veroorzaken, dat het huis onbewoonbaar is geworden of geheel door brand is verwoest.

Kansen

De kans op een blikseminslag in een antenne hangt af van verschillende faktoren. De twee belangrijkste faktoren zijn:

  1. De Jigging van de woning ten opzichte van zijn omgeving. Hoe meer een woning een hoog punt in zijn omgeving vormt, des te groter is de kans op blikseminslag;
  2. De hoogte van de antennemast. Het effekt hiervan is groter naar mate de antennemast hoger boven zijn omgeving uitsteekt.

Een nauwkeurige grenslijn tussen gevallen waarin speciale maatregelen moeten worden getroffen, en gevallen waarin deze achterwege zouden kunnen blijven, kan niet worden getrokken. Dit hangt immers af van het risiko dat men wit aanvaarden.

In het kader van dit artikel wordt aanbevolen om maatregelen te treffen bij antennemasten hoger dan twee meter op vrij gelegen woningen en bij open bebouwing en voorts bij antennes, die meer dan vijf meter boven de daken van gesloten bebouwing uitsteken. Dit neemt niet weg dat de bliksem ook wet in lagere antennes inslaat.

Onder een open bebouwing wordt verstaan een soort bebouwing waarbij de huizen vrij van elkaar staan, bijvoorbeeld villawijken, bungalowparken en dergelijke.

Mogelijkheden

Er zijn verschillende mogelijkheden om de kans op schade als gevolg van blikseminslag in een antenne te verkleinen. Hieronder zijn de belangrijkste vermeld.

Naarmate men meer van deze maatregelen treft, is de beveiliging beter. In geen geval mag men echter veronderstellen dat door beveiliging van de antenne de gehele woning is beveiligd. In dat geval zou een komplete bliksemafleiderinstallatie moeten worden aangelegd, bestaande uit een leidingnet op het dak met afgaande leidingen rondom. Dit dient in ieder geval door een vakman te geschieden, waarbij men moet eisen dat de installatie voldoet aan de Nederlandse norm NEN 1014.

1. Plaatsing van de antenne

  1. Uit het oogpunt van bliksembeveiliging verdient het voorkeur de (metalen) antennemast op enkele meters afstand van de woning to plaatsen in de tuin of op het erf (zie figuur 1), waarbij de antenneleiding ondergronds de woning wordt binnengeleid. Deze maatregel moet beslist worden genomen bij woningen met een dak van riet of stro.
  2. De maatregel onder a. is niet altijd een haalbare kaart; trouwens, er kunnen ook andere redenen zijn waarom men er niet aan wil. Bevestig dan de antennemast op beugels aan de buitenkant van de woning tegen de gevel. De kopgevel biedt daartoe vaak goede mogelijkheden (zie figuur 2).
  3. Indien a. noch b. mogelijk zijn, plaats dan de antenne op het dak, maar voer de antennemast in geen geval door het dakveld heen (zie figuur 3 en 4).
  4. Als er tuidraden nodig zijn, gebruik dan draden van materiaal dat de elektrische stroom niet geleidt. Er zijn uitstekende kunststofkabels zonder metalen kern in de handel.

Legende bij de figuren

  1. Antenneleiding (coaxiaalkabel)
  2. Vrijstaande metalen klapmast
  3. Flexibele overbrugging van het scharnierpunt
  4. Metalen konsole
  5. Ondergrondse antenneleiding naar de woning
  6. Vertikale aardelektrode, ten minste 4 meter lang
  7. Alternatief, een horizontaal in de grond gegraven aardelektrode, ten minste 15 meter tang
  8. Metalen antennemast
  9. Mastklem
  10. Afgaande leiding
  11. Antenne-invoer
  12. Neergaande lus in de antenneleiding
  13. Verbinding tussen de neergaande lus en de aarding
  14. Verbinding met metalen dakgoot of dakrand
  15. Afscherming
  16. Mantel van kunststof
  17. Zelfgemaakte klem van bladkoper
  18. Aftakklem
  19. Aardleiding, spiraalvormig om de afscherming gewikkeld
  20. Verbinding met de bliksemafleiderinstallatie
  21. Komplete bliksemafleiderinstallatie met dakleidingnet, afgaande leidingen en aardelektroden

Fig. 1
Fig. 1. De beste plaats voor uw antenne: een metalen klapmast op enige afstand buiten de woning in tuin of op erf.

Fig. 2
Fig. 2. Een goede plaats voor uw antenne: op de kopgevel van uw woning.

Fig. 3
Fig. 3. Ook een goede plaats voor uw antenne; last de antennemast echter het dak nooit doorboren!

Fig. 4
Fig. 4. Uw antenne op een plat dak; last ook hier de antennemast nooit het dak doorborent.

2. Aanleg van de antenneleiding

Als regel geldt: houd de antenneleiding(en) zo lang mogelijk buitenshuis. Vlak voor het punt, waar een antenneleiding de woning binnengaat, dient deze leiding een neerwaartse lus te maken (zie figuur 5). Bij vrijstaande masten, waarbij de antenneleiding ondergronds de woning wordt binnengeleid, is deze lus niet nodig.

Fig. 5
Fig. 5. Schematische voorstelling van aarding van de afscherming in de neergaande lus van uw antenneleiding.

In geen geval mag de antenneleiding door stoffige ruimten worden geleid of door ruimten die op den duur stoffig worden. Evenmin mag men met de leiding in de buurt komen van licht ontvlambare materialen en brandstoftanks.

3. Enkele eenvoudige maatregelen ter beperking van schade

Zoals reeds gezegd is zal, indien geen bijzondere maatregelen zijn getroffen, de bliksemstroom via de antenneleiding het interieur van de woning bereiken.

Om het radio- of televisietoestel voor vernieling te behoeden, zou bij naderend onweer de kontaktstop (steker) van het toestel uit de wandkontaktdoos moeten worden genomen en de antenneplug uit het toestel moeten worden verwijderd, waarbij tussen antenneleiding en toestel een afstand van ten minste een meter moet bestaan.

Om persoonlijk letsel te voorkomen, mogen deze maatregelen echter nooit tijdens onweer worden getroffen.

Deel 1 - deel 2.